Lambregtse Advocaten B.V.
Eigendomsvoorbehoudweg 16
3871 BL Amsterdam
Geadresseerden
Bloempotweg 123
3946 GT Hierden
Amsterdam, 14 oktober 2022
Betreft: Juridisch advies
Geachte heer M. Abali, heer B. Somnis en mevrouw S. Schoon,
Op 1 oktober verzoekt u mij per brief om een gezamenlijk advies over kwesties van
goederenrechtelijke aard betreffende goederenrechtelijke gevolgen bij handelen onder
eigendomsvoorbehoud en de mogelijkheden ter verkrijging van zekerheidsrechten op
vorderingen.
1.1.1 Natrekking
Allereerst zal ik toelichten wat de goederenrechtelijke gevolgen zijn voor de heer M. Abali
wanneer de heer B. Somnis de binnenwerken bekleed.
Een van de mogelijkheden waardoor de heer M. Abali eigenaar kan worden is door
natrekking. De wet stelt voor natrekking dat de eigendom van een roerende zaak, die een
bestanddeel wordt van een andere roerende zaak die als hoofdzaak is aan te merken,
overgaat op de eigenaar van die hoofdzaak.1
Zowel het binnenwerk dat de heer M. Abali geleverd heeft, als de bekleding die door de heer
B. Somnis aan het binnenwerk is toegevoegd, zijn bestanddelen. Ze zijn complementair. Dat
uit zich in het feit dat een matras zonder binnenwerk niet compleet is, maar een matras
zonder bekleding eveneens. De Hoge Raad gaf als maatstaf in haar overwegingen aan dat
voor de vraag of een bestanddeel onderdeel is geworden van een hoofdzaak, van belang is
dat de onderdelen in constructief opzicht specifiek op elkaar zijn afgestemd.2 Gegeven de
feiten uit uw casus zijn de binnenwerken van de heer M. Abali aan te merken als hoofdzaak,
nu deze de waarde van de bekleding van de heer B. Somnis aanzienlijk overtreft. Voor de
goederenrechtelijke positie van de heer M. Abali betekent dit dat het eigendom in zijn
handen zal vallen omdat zijn binnenwerken door de bekleding van de heer B. Somnis
worden nagetrokken.
1.1.2 Zaaksvorming
Middels zaaksvorming overeenkomstig artikel 5:16 Burgerlijk Wetboek zijn twee
mogelijkheden denkbaar. De wet regelt voor zaaksvorming dat iemand eigenaar wordt van
1
Art. 5:14 lid 1 BW.
2
HR 15 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0412 (Dépex/Curatoren van Bergel).
Eigendomsvoorbehoudweg 16
3871 BL Amsterdam
Geadresseerden
Bloempotweg 123
3946 GT Hierden
Amsterdam, 14 oktober 2022
Betreft: Juridisch advies
Geachte heer M. Abali, heer B. Somnis en mevrouw S. Schoon,
Op 1 oktober verzoekt u mij per brief om een gezamenlijk advies over kwesties van
goederenrechtelijke aard betreffende goederenrechtelijke gevolgen bij handelen onder
eigendomsvoorbehoud en de mogelijkheden ter verkrijging van zekerheidsrechten op
vorderingen.
1.1.1 Natrekking
Allereerst zal ik toelichten wat de goederenrechtelijke gevolgen zijn voor de heer M. Abali
wanneer de heer B. Somnis de binnenwerken bekleed.
Een van de mogelijkheden waardoor de heer M. Abali eigenaar kan worden is door
natrekking. De wet stelt voor natrekking dat de eigendom van een roerende zaak, die een
bestanddeel wordt van een andere roerende zaak die als hoofdzaak is aan te merken,
overgaat op de eigenaar van die hoofdzaak.1
Zowel het binnenwerk dat de heer M. Abali geleverd heeft, als de bekleding die door de heer
B. Somnis aan het binnenwerk is toegevoegd, zijn bestanddelen. Ze zijn complementair. Dat
uit zich in het feit dat een matras zonder binnenwerk niet compleet is, maar een matras
zonder bekleding eveneens. De Hoge Raad gaf als maatstaf in haar overwegingen aan dat
voor de vraag of een bestanddeel onderdeel is geworden van een hoofdzaak, van belang is
dat de onderdelen in constructief opzicht specifiek op elkaar zijn afgestemd.2 Gegeven de
feiten uit uw casus zijn de binnenwerken van de heer M. Abali aan te merken als hoofdzaak,
nu deze de waarde van de bekleding van de heer B. Somnis aanzienlijk overtreft. Voor de
goederenrechtelijke positie van de heer M. Abali betekent dit dat het eigendom in zijn
handen zal vallen omdat zijn binnenwerken door de bekleding van de heer B. Somnis
worden nagetrokken.
1.1.2 Zaaksvorming
Middels zaaksvorming overeenkomstig artikel 5:16 Burgerlijk Wetboek zijn twee
mogelijkheden denkbaar. De wet regelt voor zaaksvorming dat iemand eigenaar wordt van
1
Art. 5:14 lid 1 BW.
2
HR 15 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0412 (Dépex/Curatoren van Bergel).