Hoofdstuk 16 Management in beweging
§1 Anders muteren
Bij anders muteren valt te denken aan een meer holistische manier van besluiten nemen,
een multi-actorenbenadering bij het ontwerpen, bouwen, beheren en financieren van de
huisvesting, anders omgaan met de bestaande voorraad, en toepassing van nieuwe
technieken zoals robotica en 3D-printen.
16.1.1 Andere besluitvorming
In de besluitvorming lijkt langzaam maar zeker meer aandacht te ontstaan voor de rol van
emotie en het belang van zachte toegevoegde waarden zoals tevredenheid, welzijn en
gezondheid. Dit heeft ook consequenties voor het opstellen van businesscases. Naast harde
kengetallen over euro’s, vierkante meters, aantal vierkante meters per fte of per head count,
energieprestaties en andere duurzaamheidsparameters, moet ook rekening worden
gehouden met waarden die niet zo gemakkelijk getalsmatig te vertalen zijn en daardoor niet
in een spreadsheet passen. Dit dwingt tot meer uitgebalanceerde businesscases en het
doordenken van zowel de kwantitatieve als kwalitatieve impact van ingrepen in de
huisvesting. De vraag ‘wat past bij ons?’ wordt minstens zo belangrijk als ‘voldoen we aan
de normen?’. De 12 toegevoegde waarden en het Value Adding Management-model met de
hieraan gekoppelde tools kunnen hierbij als hulpmiddel worden ingezet.
Tegenstrijdig genoeg zie je behalve meer aandacht voor zachte factoren ook een
toenemende roep om harde bewijzen. Van een professionele huisvestingsmanager wordt
verwacht dat hij met goed onderbouwde, evidence-based voorstellen en adviezen komt en
gebruikmaakt van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar mensgerelateerde
huisvestingsprestaties. Wetenschappelijke inzichten bieden geen volledige zekerheid over
de effectiviteit van een specifieke huisvestingsmutatie in een specifieke context. Ze kunnen
wel worden gebruikt om verwachtingen te onderbouwen met de beste kennis die
beschikbaar is. Benchmarking kan ook bijdragen aan een gedegen onderbouwing, mits
zorgvuldig wordt gelet op onderlinge vergelijkbaarheid. Best practices en andere
casestudies kunnen worden gebruikt om te laten zien wat elders mogelijk is gebleken en wat
daarbij kritische succesfactoren waren.
16.1.2 Comakership, crowdfunding, crowdbuilding en crowdsourcing
Het belang van het betrekken van verschillende actoren lijkt in toenemende mate te worden
onderkend. Beslissers worden zich er meer en meer van bewust dat comakership
(gebruikers direct betrekken bij ontwerp en beheer) resulteert in minder weerstand, meer
draagvlak en een groter commitment. Dit heeft een bindend effect, versterkt de eigen
identiteit en reduceert de kans op ontevredenheid en terugval in productiviteit. Deze
benadering gaat nadrukkelijk verder dan het informeren van gebruikers en het peilen van
hun meningen. Zij participeren direct in het proces.
Projecten die direct vanuit de maatschappij/eindgebruiker worden aangedragen, worden ook
wel bottom-upprojecten genoemd. Kenmerken bottom-upprojecten:
- Centrale positie van de eindgebruiker
- Respons op problemen in de maatschappij
- Gebruik van niet-institutionele financieringsbronnen
- Herkenning en opnieuw combineren van verborgen capaciteit van slapende of
ondergebruikte fysieke activa, menselijke capaciteiten en ambities