Basistextiel 5
, Leer
Leer
Dieren gebruikt voor productie leer
Runderen (gros) Kalf Jonge stieren (best, stevig, vol) Rundvee (zwak, minder vol) Stieren en
ossen (dik, grof)
Schaapachtige Schapen
- Merino schaap: Hoge kwaliteit wol – lage kwaliteit huid
- Entrefino schaap: Lage kwaliteit wol – hoge kwaliteit huid
Geiten
-Harig en resistent tegen dragen en scheuren. Nerf: erg dicht en compact
Varkens - Erg dikke haren groeien door gehele huid
- Haren zitten dieper in huid (zitten per 3 haren 3 puntjes) puntjes zie je in leer.
Paarden Kont van een paard is stevig afgesneden voor productie te dik moeilijk
doordringbaar
Reptielen Stevige huiden, weinig flexibiliteit, schubben
Vissen Komt niet vaak voor
Nertsen Bond gebruikt voor productie van dure kleding en accessoires
(Kangoeroe) Stevig, weinig vet.
Beamhouse Finish
De huid
De huid - 3 hoofdlagen: opperhuid, lederhuid, onderhuids bindweefsel
- Volgorde verwijderen: haren opperhuid hypodermis.
- Lederhuid blijft over voor het leer.
- Nerf: bovenzijde van lederhuid
Opperhuid (epidermis) Cellen dicht op elkaar gepakt
Lederhuid (dermis) Essentiele gedeelte voor looien bestaat uit 3 lagen: nerf, split en vlees
Onderhuids bindweefsel Bevat vetcellen.
(hypodermis)
Conserveren - De huid begint met de afbraak snel na het villen door 2 redenen:
* Zelfvernietiging van de enzymen aanwezig in de cellen van de huid.
* Afbraak wat ontstaat door bacteriële groei.
- Doel: verhinderen/vertragen van de natuurlijke afbraak. Methoden:
1. Drogen: huiden met wol/ haar, bij reptielhuiden en dunne huiden
die snel drogen (warme landen).
2. Zouten: uitdrogend effect van zout. Belemmert bacteriële groei.
- Huid intact blijven voor looien drogen/zouten vocht eruit en is
antibacterieel.
- Niet goed conserveren stof neemt minder goed op, uiterlijk: schimmelplek.