1. Kan het proces van gaswisseling in de longen (pulmones) en in de weefsels
uitleggen en kan het capillair uitwisselingsproces beschrijven – MB
Proces van gaswisseling = proces in de capillairen waarbij de gassen als koolstofdioxide en
zuurstof onderling worden uitgewisseld in het bloed. In de longen geeft het bloed dat
terugkomt van de organen koolstofdioxide af en neemt het zuurstof op. In de weefsels
gebeurt dit proces omgekeerd.
Capillair uitwisselingsproces = via capillairen (haarfijne bloedvaatjes) worden zuurstof en
voedingsstoffen aan de omringende weefsels afgegeven. De wanden van haarvaten zijn
poreus, hierdoor makkelijke uitwisseling in en uit bloedvaten.
Diffusie = Het verplaatsen van moleculen in een hoge concentratie naar een plek met een
lagere concentratie moleculen, tot dat dit in evenwicht is.
Partiële druk = bepalende voor de snelheid waarmee het gas tussen de lucht in de alveoli
en het bloed diffundeert.
Respiratie = ademhaling;
- Externe respiratie = het uitwisselen/diffunderen van gassen tussen het bloed en de
lucht (lucht alveoli alveolaire capillairen).
- Interne respiratie = het uitwisselen/diffunderen van gassen vanuit het bloed naar
andere weefsels (capillaire grote bloedsomloop interstitiële vloeistof).
Zuurstoftransport:
Zuurstof = slecht oplosbaar in het plasma. Hierdoor vervoer door erytrocyten (rode
bloedcellen), wat zich bind aan hemoglobine (eiwit): Hb + O2 HbO2.
De hoeveelheid zuurstofbinding is afhankelijk van PO2 omgeving (zuurstofdruk). de
hoeveelheid O2 afgifte is afhankelijk van activiteit van de weefsels, pH en de temperatuur;
- Actievere weefsels – lager PO2 – meer afgifte
- pH gaat omhoog – meer afgifte (wordt meer zuur afgegeven, pH-waarde stijgt)
- temperatuur omhoog – meer afgifte (energie komt vrij vanuit weefsel in de vorm van
warmte)
Koolstofdioxide transport:
Hierbij lost 7% op in bloedplasma, 23% wordt gebonden aan hemoglobine, andere deel gaat
de rode bloedcel in en wordt daar omgezet tot koolzuur (H2CO3) hierna wordt het omgezet
tot bicarbonaat (HCO3), waterstof blijft gebonden (anders komt H+ in het bloedplasma en
wordt het bloed te zuur).
Formule: CO2 + H2O H2CO3 H+ + HCO3 (deze formule is volledig omkeerbaar).
pulmonary circulation.
2. Kan het principe van zuur-base-evenwicht uitleggen en de rol van de longen
hierin herkennen – MB
Principe van zuur-base-evenwicht = letterlijk het evenwicht tussen de hoeveelheid zuren
en basen. Dit wordt uitgedrukt in pH. Normale waarde is tussen de 7.35 – 7.45.