Sofia Rabbanizadah
Vier wetenschappen die bij forensisch onderzoek betrokken zijn → natuurkunde,
scheikunde, biologie en geneeskunde.
Wat zullen deze vier wetenschappen bijdragen?;
Natuurkunde: theorie van het licht, ballistiek (kogelbanen), microscopie.
Scheikunde: eigenschappen van stoffen vaststellen, chromatografie, reacties om
DNA te isoleren.
Biologie: opbouw van de cellen, chromosomen, DNA.
Geneeskunde: vaststellen tijdstip van overlijden, doodsoorzaak bepalen,
bloedonderzoek.
Handboek 1
Empirisch = een stelling verkregen uit waarnemingen van experimenten of uit ervaring
Op welke manieren kunnen vingerafdrukken achterblijven?
- als de papillairlijnen een zachte ondergrond indrukken, zoals in zachte klei.
- bij een stoffige of vuile ondergrond wordt een deel van het stof of vuil, als vingerafdruk,
weggenomen
- een metalen ondergrond kan geëtst worden door zuren aanwezig in het huidvet
- een vuile of met bloed besmeurde vinger kan een afdruk achterlaten op een voorwerp
- de in het huidvet aanwezige aminozuren kunnen in een ondergrond zoals papier
trekken.
Kenmerken die mensen met anderen gemeen kunnen hebben;
1. Haarkleur
2. Oogkleur
3. Lengte
4. Gewicht
5. Huidskleur
6. Geslacht
Vingerafdrukken zijn per persoon uniek.
Hier zijn 3 redenen waarom vingerafdrukken goed gebruikt kunnen worden voor identificatie;
1. ze zijn per persoon uniek
2. het lijnenpatroon van de vinger huid blijft levenslang hetzelfde
3. de variatie in het aantal verschillende patronen erg groot
4. vingerafdrukken kunnen geclassificeerd worden.
Classificeren = Rangschikken, ordenen, indelen. Hier bij vingerafdrukken: het groeperen van
vingerafdrukken in hoofdgroepen op grond van de hoofdpatronen. `
, Papillairlijnen → veroorzaken de vingerafdruk. In de papillairlijnen bevinden
zich heel veel poriën, waardoor continu transpiratievocht ontstaat. Dit bestaat uit
een mengsel van vetten, zouten en vooral water. Het water verdampt, maar de vetten, zouten
blijven achter. Wanneer je vingers in contact komen met een voorwerp, laten de vetten en
zouten zich achter op het voorwerp. Zo ontstaat op het voorwerp een vettige afdruk, de
vingerafdruk. Deze vettige afdruk kun je met diverse poeders zichtbaar maken.
Om een patroon te herkennen van
een vingerafdruk, moet je eerst
iets weten over de opbouw. De
meeste vingerafdrukken hebben
een kern en een delta (zie
afbeelding hiernaast→)
Hoofdpatronen = globaal figuur in het patroon van de papillairlijnen