IPR HC8
Huwelijksvermogensrecht: boek 1 titel 6 valt hier niet onder. Toestemming 8 e.v. dus
niet. Bij de verordening veranderd dit. Alle huwelijken voor 29 jan 2019 vallen onder de
regeling persoonlijke gevolgen van het huwelijk art. 10:35 en volgend.
Alle huwelijke hierna krijgen de toepassing van de verordening.
1e regime bestaande huwelijken
Art. 10:35, rechtskeuze op hun persoonlijke huwelijksbetrekkingen. Deze is beperkt.
Als er niet wordt gekozen wordt dit art. 36. Nationaliteit gemeenschappelijk dan geldt
dat recht, art. 37. Het onveranderlijkheidsbeginsel geldt niet. Als er omstandigheden
veranderden brengt dit geen gevolgen mee, art. 38.
Aansprakelijkheid van huishoudschulden wordt beheerst door gewone verblijfplaats en
anders door het recht dat op de verbintenis van toepassing is.
Art. 40 toestemming echtgenoot: altijd toestemming vereist indien de echtgenoot in NL
zijn gewone verblijfplaats heeft. Art. 39 en 40 zijn autonoom die losstaat van de artikelen
daarvoor.
2e regime komende huwelijken na 29-01-2019
de verordening rekent tot zijn terrein ook de persoonlijke rechten en plichten van
echtgenoten. Art. 3 en het staat vermeld in de considerans. In de verordening treffen we
geen specifieke regels aan zoals in 10:35-40 omdat het toepasselijke
huwelijksvermogensrecht ook de persoonlijke rechten en plichten van de echtgenoten
regelt.
Het probleem dat zich hier voordoet: de gezinsbescherming in 1:88 BW is dus voortaan
opgehangen aan het toepasselijk recht voor het huwelijksvermogensregime. Mag je dit
toch toepassen omdat de woning in NL is gelegen? Je kan zeggen dat dit een
voorrangsregel is. (ook wel regle d’application immediate) een regel van onmiddelijke
regel. Bedacht in het IPR voor regels die niet zuiver privaatrecht zijn en ook niet zuiver
publiekrecht zijn dus die een semi publiekrechtelijke inslag hebben. Als het privaat is
kun je het gewoon in het IPR toepassen. Publiek dan pas je gewoon nationaal recht toe
maar de tussenhangende regels hebben een inslag van beiden. Ze krijgen hun eigen
conflictrechtelijke behandeling. Ze staan los van de verwijzingsregels. Als NL een regel
aanduidt als voorrangsregel dan kan deze alsnog worden toegepast. De toepassing hangt
af van de scope rule, de regel die de omvang aangeeft van het toepassingsgebied. In de
rechtspraak is 88 als voorrangsregel bepaald. De scope rule is hier de ligging van de
echtelijke woning. Als de woning in NL ligt mag je 88 toepassen.
Art. 30 van de verordening zegt hier dat bijzonder dwingend recht (dus voorrangsregels)
niet door de verordening worden beperkt. Is 88 een bepaling van bijzonder dwingend
recht? Dit is uitleg van de verordening (considerans) zegt bijv. Bescherming
gezinswoning. 88 mag hier in beginsel dus als bijz. dwingend recht worden toegepast.
Deze kwestie is nog niet geheel besloten.
Huwelijksvermogensrecht: boek 1 titel 6 valt hier niet onder. Toestemming 8 e.v. dus
niet. Bij de verordening veranderd dit. Alle huwelijken voor 29 jan 2019 vallen onder de
regeling persoonlijke gevolgen van het huwelijk art. 10:35 en volgend.
Alle huwelijke hierna krijgen de toepassing van de verordening.
1e regime bestaande huwelijken
Art. 10:35, rechtskeuze op hun persoonlijke huwelijksbetrekkingen. Deze is beperkt.
Als er niet wordt gekozen wordt dit art. 36. Nationaliteit gemeenschappelijk dan geldt
dat recht, art. 37. Het onveranderlijkheidsbeginsel geldt niet. Als er omstandigheden
veranderden brengt dit geen gevolgen mee, art. 38.
Aansprakelijkheid van huishoudschulden wordt beheerst door gewone verblijfplaats en
anders door het recht dat op de verbintenis van toepassing is.
Art. 40 toestemming echtgenoot: altijd toestemming vereist indien de echtgenoot in NL
zijn gewone verblijfplaats heeft. Art. 39 en 40 zijn autonoom die losstaat van de artikelen
daarvoor.
2e regime komende huwelijken na 29-01-2019
de verordening rekent tot zijn terrein ook de persoonlijke rechten en plichten van
echtgenoten. Art. 3 en het staat vermeld in de considerans. In de verordening treffen we
geen specifieke regels aan zoals in 10:35-40 omdat het toepasselijke
huwelijksvermogensrecht ook de persoonlijke rechten en plichten van de echtgenoten
regelt.
Het probleem dat zich hier voordoet: de gezinsbescherming in 1:88 BW is dus voortaan
opgehangen aan het toepasselijk recht voor het huwelijksvermogensregime. Mag je dit
toch toepassen omdat de woning in NL is gelegen? Je kan zeggen dat dit een
voorrangsregel is. (ook wel regle d’application immediate) een regel van onmiddelijke
regel. Bedacht in het IPR voor regels die niet zuiver privaatrecht zijn en ook niet zuiver
publiekrecht zijn dus die een semi publiekrechtelijke inslag hebben. Als het privaat is
kun je het gewoon in het IPR toepassen. Publiek dan pas je gewoon nationaal recht toe
maar de tussenhangende regels hebben een inslag van beiden. Ze krijgen hun eigen
conflictrechtelijke behandeling. Ze staan los van de verwijzingsregels. Als NL een regel
aanduidt als voorrangsregel dan kan deze alsnog worden toegepast. De toepassing hangt
af van de scope rule, de regel die de omvang aangeeft van het toepassingsgebied. In de
rechtspraak is 88 als voorrangsregel bepaald. De scope rule is hier de ligging van de
echtelijke woning. Als de woning in NL ligt mag je 88 toepassen.
Art. 30 van de verordening zegt hier dat bijzonder dwingend recht (dus voorrangsregels)
niet door de verordening worden beperkt. Is 88 een bepaling van bijzonder dwingend
recht? Dit is uitleg van de verordening (considerans) zegt bijv. Bescherming
gezinswoning. 88 mag hier in beginsel dus als bijz. dwingend recht worden toegepast.
Deze kwestie is nog niet geheel besloten.