IPR HC2
Casus verwijzingscategorie
Je moet op zoek naar de bijpassende conflictregel adhv aanknopingspunten leidt naar
toepasselijk recht.
Het kan NL recht zijn dan kun je toepassen
Als buitenlands recht dan kun je voor IPR niet toepassen dus dan is dat het antwoord.
Wat kun je wel zeggen over buitenlands recht?
Buitenlands recht is recht wat door de rechter ambtshalve moet worden toegepast (art.
25 Rv). Ambtshalve toepassing art. 10:2 BW zegt dat in IPR buitenlands recht
ambtshalve moet worden toegepast.
Mogelijkheden die de rechter heeft:
- hij weet hoe het recht van de vreemde staat luidt o.b.v. zijn kennis.
- hij kan ook advies vragen, partijen vragen om hem inlichtingen te verschaffen
over het buitenlandse recht. Die dragen dan legal opinions van deskundigen aan.
De rechter is niet aan deze opinies gebonden.
- hij kan ook gebruik maken van het verdrag. Verdrag inlichtingen buitenlands
recht blz. 562. Bezwaar hiervan: duurt erg lang voor het antwoord op de
rechtsvraag komt. Het gaat ook enkel om landen die bij dit verdrag zij
aangesloten. Daarna moet hij in overleg met partijen om tot een vraag te komen
die zijn gaan voorleggen.
Die vraag gaat naar het ministerie van justitie en dat ministerie stuurt het door naar het
betreffende ministerie van het betreffende land. Dit duurt te lang + de rechter is niet aan
het rapport gebonden dat vervolgens retour komt.
Als de rechter een beslissing geeft voor buitenlands recht dan is daar beroep mogelijk.
Als het hof een uitspraak doet over de toepassing van buitenlands recht dan is schending
buitenlands recht in cassatie niet mogelijk.
Als de conflict regel verkeerd wordt toegepast dan kan er wel in cassatie worden
gegaan.
IPR heeft een aantal zusterwetenschappen.
- het vreemdelingenrecht: wordt in NL niet tot IPR gerekend. In Frankrijk en België
wel. Bij ons valt dit onder het bestuursrecht.
- het nationaliteitsrecht: veel met IPR te maken maar in NL ook onder
bestuursrecht. In Frankrijk wel IPR.
- het intergentiel recht (ook wel interpersoneel): stel de conflictregel verwijst naar
India en dan moet je nog kijken naar het recht voor mosims, hindoe etc.
- het interregionale recht: je hebt 1 staat maar er geldt verschillend recht voor
verschillende gebieden. Bijvoorbeeld de VS, dan hangt het af van het recht van de
deelstaat. Ander voorbeeld is VK: ander recht in Schotland dan in Wales. Je moet
dan verder kijken naar welk recht van toepassing is want het is een regionaal
recht. Ook in NL interregionaal recht want het recht in NL is ander recht dan
Curaçao, Aruba en de BES-eilanden.
, Hoe los je dit op? Art. 10:15 BW zegt als de conflictregel verwijst naar nationale wet of
wet gewone verblijfplaats en in die staat geldt interregionaal recht dan geef je
toepassing aan de in die staat geldende regels. Bijv. In India en dan pas je het Indiase
intergentiele recht toe.
In het koninktijk van NL zijn er geen geschreven regels van het interregionale
privaatrecht dus je kijkt naar de HR: waar de regels van interregionaal privaatrecht
ontbreken kijken we zoveel mogelijk naar de regels van IPR. Alleen bij familierecht met
als uitkomst nationaliteit, is de Nederlandse nationaliteit niet bruikbaar, omdat dat in
het koninkrijk niet onderscheidend is want NL en Curaçao hebben dezelfde nationaliteit.
Je moet dan kijken naar de verblijfplaats.
Nationaliteitsrecht (als aanknopingspunt)
Hoe verkrijg je de NL nationaliteit? Rijkswet op het Nederlanderschap, blz 42 oranje
boekje. Ieder land heeft z’n nationaliteitsregels.
Ius Soli = ieder die wordt geboren op het grondgebied van die staat verkrijgt die
nationaliteit. Amerika doet dat.
Ius sanguinis = verkrijgt nationaliteit die je vader of moeder heeft, gebaseerd op
bloedverwantschap.
In NL gebaseerd op beide beginselen. (thuis nalezen) de hoofdregel: art. 3 de verkrijging
1. Nederlanderschap van rechtswege Nederlander is het kind waarvan ten tijde van de
geboorte de vader of de moeder Nederlander is.
Art. 3 lid 3 derde generatieregel: het kind dat geboren wordt uit ouders die
Nederlander zijn die ouders ook weer Nederlander zijn dan verkrijg je van rechtswege
de Nederlandse nationaliteit.
2. Verkrijging door optie (opteren voor nationaliteit) art. 6 lid 1 sub a gaat het om de
tweede generatie. Een kind geboren uit ouders met een andere nationaliteit die geboren
is in NL. Hij kan opteren verklaring afleggen bij een autoriteit en die gaat na of je aan
de bepalingen voldoet, zoja dan zijn zij verplicht jou een NL nationaliteit te verschaffen.
Sub c opteren voor echtgenoot gaat het om de echtgenoot, vreemdeling die 3 jaar
echtgenoot is en gedurende 15 jaar al in NL woont kan ook opteren.
3. Naturalisatie art. 7 en verder vereisten:
Art. 8 – ten minste hier 5 jaar (sub c) wonen en inburgeren en evt. Als je getrouwd bent
kun je verkort procederen. De overheid heeft hier een actieve taak bij het beoordelen van
je naturalisatie verzoek. Dit kunnen zij afwijzen. (bijv. Het niet afleggen van een
verklaring van gebondenheid)
Verliezen Nederlanderschap: art. 15
Art .18 lid 2 zegt geen hoger beroep mogelijk maar wel cassatie.
Nationaliteit is een aanknopingspunt bij zaken van personen en familierecht.
Nationaliteit wordt steeds minder gebruikt omdat NL van een land met emigratie nu een
land van immigratie is geworden. Het Nederlandse recht moet snel kunnen worden
toegepast op deze vreemdelingen dus dan is verwijzen naar nationaliteit niet handig. Bij
Casus verwijzingscategorie
Je moet op zoek naar de bijpassende conflictregel adhv aanknopingspunten leidt naar
toepasselijk recht.
Het kan NL recht zijn dan kun je toepassen
Als buitenlands recht dan kun je voor IPR niet toepassen dus dan is dat het antwoord.
Wat kun je wel zeggen over buitenlands recht?
Buitenlands recht is recht wat door de rechter ambtshalve moet worden toegepast (art.
25 Rv). Ambtshalve toepassing art. 10:2 BW zegt dat in IPR buitenlands recht
ambtshalve moet worden toegepast.
Mogelijkheden die de rechter heeft:
- hij weet hoe het recht van de vreemde staat luidt o.b.v. zijn kennis.
- hij kan ook advies vragen, partijen vragen om hem inlichtingen te verschaffen
over het buitenlandse recht. Die dragen dan legal opinions van deskundigen aan.
De rechter is niet aan deze opinies gebonden.
- hij kan ook gebruik maken van het verdrag. Verdrag inlichtingen buitenlands
recht blz. 562. Bezwaar hiervan: duurt erg lang voor het antwoord op de
rechtsvraag komt. Het gaat ook enkel om landen die bij dit verdrag zij
aangesloten. Daarna moet hij in overleg met partijen om tot een vraag te komen
die zijn gaan voorleggen.
Die vraag gaat naar het ministerie van justitie en dat ministerie stuurt het door naar het
betreffende ministerie van het betreffende land. Dit duurt te lang + de rechter is niet aan
het rapport gebonden dat vervolgens retour komt.
Als de rechter een beslissing geeft voor buitenlands recht dan is daar beroep mogelijk.
Als het hof een uitspraak doet over de toepassing van buitenlands recht dan is schending
buitenlands recht in cassatie niet mogelijk.
Als de conflict regel verkeerd wordt toegepast dan kan er wel in cassatie worden
gegaan.
IPR heeft een aantal zusterwetenschappen.
- het vreemdelingenrecht: wordt in NL niet tot IPR gerekend. In Frankrijk en België
wel. Bij ons valt dit onder het bestuursrecht.
- het nationaliteitsrecht: veel met IPR te maken maar in NL ook onder
bestuursrecht. In Frankrijk wel IPR.
- het intergentiel recht (ook wel interpersoneel): stel de conflictregel verwijst naar
India en dan moet je nog kijken naar het recht voor mosims, hindoe etc.
- het interregionale recht: je hebt 1 staat maar er geldt verschillend recht voor
verschillende gebieden. Bijvoorbeeld de VS, dan hangt het af van het recht van de
deelstaat. Ander voorbeeld is VK: ander recht in Schotland dan in Wales. Je moet
dan verder kijken naar welk recht van toepassing is want het is een regionaal
recht. Ook in NL interregionaal recht want het recht in NL is ander recht dan
Curaçao, Aruba en de BES-eilanden.
, Hoe los je dit op? Art. 10:15 BW zegt als de conflictregel verwijst naar nationale wet of
wet gewone verblijfplaats en in die staat geldt interregionaal recht dan geef je
toepassing aan de in die staat geldende regels. Bijv. In India en dan pas je het Indiase
intergentiele recht toe.
In het koninktijk van NL zijn er geen geschreven regels van het interregionale
privaatrecht dus je kijkt naar de HR: waar de regels van interregionaal privaatrecht
ontbreken kijken we zoveel mogelijk naar de regels van IPR. Alleen bij familierecht met
als uitkomst nationaliteit, is de Nederlandse nationaliteit niet bruikbaar, omdat dat in
het koninkrijk niet onderscheidend is want NL en Curaçao hebben dezelfde nationaliteit.
Je moet dan kijken naar de verblijfplaats.
Nationaliteitsrecht (als aanknopingspunt)
Hoe verkrijg je de NL nationaliteit? Rijkswet op het Nederlanderschap, blz 42 oranje
boekje. Ieder land heeft z’n nationaliteitsregels.
Ius Soli = ieder die wordt geboren op het grondgebied van die staat verkrijgt die
nationaliteit. Amerika doet dat.
Ius sanguinis = verkrijgt nationaliteit die je vader of moeder heeft, gebaseerd op
bloedverwantschap.
In NL gebaseerd op beide beginselen. (thuis nalezen) de hoofdregel: art. 3 de verkrijging
1. Nederlanderschap van rechtswege Nederlander is het kind waarvan ten tijde van de
geboorte de vader of de moeder Nederlander is.
Art. 3 lid 3 derde generatieregel: het kind dat geboren wordt uit ouders die
Nederlander zijn die ouders ook weer Nederlander zijn dan verkrijg je van rechtswege
de Nederlandse nationaliteit.
2. Verkrijging door optie (opteren voor nationaliteit) art. 6 lid 1 sub a gaat het om de
tweede generatie. Een kind geboren uit ouders met een andere nationaliteit die geboren
is in NL. Hij kan opteren verklaring afleggen bij een autoriteit en die gaat na of je aan
de bepalingen voldoet, zoja dan zijn zij verplicht jou een NL nationaliteit te verschaffen.
Sub c opteren voor echtgenoot gaat het om de echtgenoot, vreemdeling die 3 jaar
echtgenoot is en gedurende 15 jaar al in NL woont kan ook opteren.
3. Naturalisatie art. 7 en verder vereisten:
Art. 8 – ten minste hier 5 jaar (sub c) wonen en inburgeren en evt. Als je getrouwd bent
kun je verkort procederen. De overheid heeft hier een actieve taak bij het beoordelen van
je naturalisatie verzoek. Dit kunnen zij afwijzen. (bijv. Het niet afleggen van een
verklaring van gebondenheid)
Verliezen Nederlanderschap: art. 15
Art .18 lid 2 zegt geen hoger beroep mogelijk maar wel cassatie.
Nationaliteit is een aanknopingspunt bij zaken van personen en familierecht.
Nationaliteit wordt steeds minder gebruikt omdat NL van een land met emigratie nu een
land van immigratie is geworden. Het Nederlandse recht moet snel kunnen worden
toegepast op deze vreemdelingen dus dan is verwijzen naar nationaliteit niet handig. Bij