IPR HC11
Toepasselijke recht op Goederenrecht
Bij een overeenkomst in internationaal perspectief hebt je te maken met
verbintenisrechtelijke en goederenrechtelijke aspecten. Voor elk onderdeel van de ovk
geldt een andere conflictregel. Denk bijvoorbeeld aan art. 3:84: titel (verbintenis),
levering en beschikkingsbevoegd (goederenrechtelijk).
Overeenkomst tot overdracht = titel (hierdoor komt de ovk tot stand)
Overeenkomst van overdracht = levering (door de levering wordt overgedragen)
Hier valt ook het vestigen van zekerheidsrechten onder.
Conflictregel:
art. 10:127 en verder. Lex rei sitae = recht van het land waar zich het goed bevind. Het
tijdstip staat in lid 5 = het moment van de noodzakelijke rechtsfeiten. Dit is voor NL het
moment van de levering. (wij kennen geen causaal stelsel dan is het, het sluiten van de
overeenkomst).
Lid 4 als NL recht van toepassing is dan gelden ook de NL begrippen. Dus is iets een
onroerende zaak dan moet je ook de vereisten voor een overdracht uit NL recht in acht
nemen.
HR 16 sept 2016 = heeft betrekking op de baring collection. Collectie van auto’s gevestigd
in Zaandam. Art. 3:110 BW is hier belangrijk. Gaat over de middellijke
vertegenwoordiger bij een overdracht. De eigendom gaat dan niet naar de
vertegenwoordiger maar naar namens wie hij handelt. Hier ging het om een vader en
een zoon en de zoon heeft alle auto’s aangeschaft in het buitenland voor zijn vader. Vader
gaat scheiden en daarna trouwt hij met een jongere vrouw. Daarna overlijdt hij en
ontstaat er ruzie over de nalatenschap. Op een deel van de collectie is ook een
zekerheidsrecht gevestigd. De zoon stelt dat een aantal van de auto’s van hem zijn, op het
terrein van IPR geldt de regel lex rei sitae zegt hij. Art. 3:110 kan alleen gelden als op de
goederenrechtelijke aspecten NL recht van toepassing is. Dus er moet NL IPR van
toepassing zijn maar hij heeft ze in het buitenland gekocht.
De HR bevestigd dit. Lex rei sitae leidt tot toepassing van het recht van het land waar de
auto zich bevind. Art. 3:110 kan dan niet van toepassing zijn als de auto niet in NL staat.
De verkoper heeft hem immers niet zelf naar NL gebracht dat is pas na de overeenkomst
gebeurd. Stel de zoon heeft later nog aan vader geleverd dan geldt het wel als
vertegenwoordiger. Het Hof moet nu per auto gaan bekijken of dit is gebeurd of niet.
* Monaco is trouwen Monegaskische recht.
10:130 Wat gebeurd er als roerende zaken verplaatsen? Art. 10:130 dit is vooral van
belang voor zekerheidsrecht. Rechtsgeldig verkregen rechten in het buitenland worden
in NL erkend. De rechten mag je in het buitenland uitoefenen maar deze uitoefening
wordt beperkt door het recht van het land waar de goederen zich bevinden. Eigenlijk
houdt dit in dat je het recht moet vergelijken met een recht dat overeenkomt in het NL
stelsel. Art. 130 is de codificatie van een arrest van het Hof uit de jaren 80 over een partij
pinda’s met een zekerheidsrecht vanuit Texas. (dit geldt ook voor rangorde bepalen)
Assimileren = vergelijken met een recht in een ander rechtstelsel
, trust: een rechtsfiguur uit het Angelsaksische recht. Een deel van het vermogen wordt
door de oprichter afgezonderd en dit wordt vervolgens beheerd door de
trustee(beheerder) die het beschikbaar stelt aan een beneficial. Dus bijvoorbeeld
iemand zondert vermogen af en laat dit beheren ten behoeve van zijn kinderen. Dus drie
partijen. Dit geldt ook voor landen met meerdere rechtsstelsels (denk bijv. aan NL en
Curaçao).
Kunnen wij een trust erkennen?
Art. 3:84 lid 3 je draagt iets over naar een ander vermogen. Stel er zit een pand in
Amsterdam in de Trust. In principe kun je dit niet erkennen want bij een trust draag je
geen vermogen over in een ander vermogen. Het vermogen blijft zwevend.
NL is partij geworden bij het Haags Trust verdrag blz. 333.
Indien zich in een trust NL goederen bevinden dan worden deze goederen geacht
onderdeel uit te maken van de trust. De hoofdlijn die je hier moet onthouden: een trust
kan ontstaan door een rechtshandeling. Het kan ook in je testament worden gezet dat je
na overlijden bepaalde goederen in een trust wilt. Je moet het oprichten naar het recht
dat een trust ook kent. Je kunt dus niet een trust oprichten naar NL recht. Je kunt een
trust alleen rechtsgeldig oprichten naar een rechtstelsel waarin een trust bekend is. Art.
6, je kan een rechtskeuze uitbrengen. Art. 11 regelt de erkenning. Voor landen die geen
trustregeling kennen is art. 13 opgenomen.
Art. 13 = Je hoeft een trust niet te erkennen. Dus bijvoorbeeld een Nederlander wilt een
trust oprichten en doet dit naar Engels recht. Hij heeft verder geen banden met Engeland
dus de trust zal niet worden erkend. Je moet wel banden hebben met het recht dat
waarnaar je opricht anders gebruik je het recht enkel voor het oprichten van een trust.
Art. 10:131 bij diefstal. Hoe werkt het als je bestolen wordt? Hiervoor is art. 131 en 132.
- Welk recht is van toepassing op het eigendomsrecht van het slachtoffer?
Dat is gewoon lex rei sitae dus als je iets in NL hebt gekocht dan is dit NL recht.
- Wat is het toepasselijke recht van de nieuwe eigenaar?
Dus stel iemand heeft een auto gekocht in Ghana en dat blijkt de auto van een
NLer gestolen in Spanje. Om dit recht te beoordelen moet je kijken naar art. 131.
Dit is de lex specialis van art. 10:127. Je moet kijken naar het recht van het land
op het moment van de verkrijging van de nieuwe eigenaar. Dus stel hij heeft het
gekocht bij een dealer in Ghana dan is Ghanees recht van toepassing. Dat recht
bepaald op hij zich op de bescherming kan beroepen etc.
- Wat is het recht van de verzekeringsovereenkomst?
Art. 132 bijvoorbeeld de auto was verzekerd, de verzekeringsmaatschappij keert
het verzekerde verdrag uit en dan wordt de verzekeringmaatschappij opgedragen
als eigenaar van de gestolen auto. De auto duikt op, is de verzekeraar rechtsgeldig
eigenaar? Dan geldt het recht dat de verzekeringsovereenkomst heeft beheerst.
Vaak nemen zij in deze overeenkomst als een rechtskeuze op.
Toepasselijk recht op contractenrecht (verbintenisrecht)
Art. 10:127 en de bepalingen daarna zien enkel op goederenrecht. Die hebben niets te
maken met verbintenisrecht. Het toepasselijk recht op de titel van overdracht bepaal je
Toepasselijke recht op Goederenrecht
Bij een overeenkomst in internationaal perspectief hebt je te maken met
verbintenisrechtelijke en goederenrechtelijke aspecten. Voor elk onderdeel van de ovk
geldt een andere conflictregel. Denk bijvoorbeeld aan art. 3:84: titel (verbintenis),
levering en beschikkingsbevoegd (goederenrechtelijk).
Overeenkomst tot overdracht = titel (hierdoor komt de ovk tot stand)
Overeenkomst van overdracht = levering (door de levering wordt overgedragen)
Hier valt ook het vestigen van zekerheidsrechten onder.
Conflictregel:
art. 10:127 en verder. Lex rei sitae = recht van het land waar zich het goed bevind. Het
tijdstip staat in lid 5 = het moment van de noodzakelijke rechtsfeiten. Dit is voor NL het
moment van de levering. (wij kennen geen causaal stelsel dan is het, het sluiten van de
overeenkomst).
Lid 4 als NL recht van toepassing is dan gelden ook de NL begrippen. Dus is iets een
onroerende zaak dan moet je ook de vereisten voor een overdracht uit NL recht in acht
nemen.
HR 16 sept 2016 = heeft betrekking op de baring collection. Collectie van auto’s gevestigd
in Zaandam. Art. 3:110 BW is hier belangrijk. Gaat over de middellijke
vertegenwoordiger bij een overdracht. De eigendom gaat dan niet naar de
vertegenwoordiger maar naar namens wie hij handelt. Hier ging het om een vader en
een zoon en de zoon heeft alle auto’s aangeschaft in het buitenland voor zijn vader. Vader
gaat scheiden en daarna trouwt hij met een jongere vrouw. Daarna overlijdt hij en
ontstaat er ruzie over de nalatenschap. Op een deel van de collectie is ook een
zekerheidsrecht gevestigd. De zoon stelt dat een aantal van de auto’s van hem zijn, op het
terrein van IPR geldt de regel lex rei sitae zegt hij. Art. 3:110 kan alleen gelden als op de
goederenrechtelijke aspecten NL recht van toepassing is. Dus er moet NL IPR van
toepassing zijn maar hij heeft ze in het buitenland gekocht.
De HR bevestigd dit. Lex rei sitae leidt tot toepassing van het recht van het land waar de
auto zich bevind. Art. 3:110 kan dan niet van toepassing zijn als de auto niet in NL staat.
De verkoper heeft hem immers niet zelf naar NL gebracht dat is pas na de overeenkomst
gebeurd. Stel de zoon heeft later nog aan vader geleverd dan geldt het wel als
vertegenwoordiger. Het Hof moet nu per auto gaan bekijken of dit is gebeurd of niet.
* Monaco is trouwen Monegaskische recht.
10:130 Wat gebeurd er als roerende zaken verplaatsen? Art. 10:130 dit is vooral van
belang voor zekerheidsrecht. Rechtsgeldig verkregen rechten in het buitenland worden
in NL erkend. De rechten mag je in het buitenland uitoefenen maar deze uitoefening
wordt beperkt door het recht van het land waar de goederen zich bevinden. Eigenlijk
houdt dit in dat je het recht moet vergelijken met een recht dat overeenkomt in het NL
stelsel. Art. 130 is de codificatie van een arrest van het Hof uit de jaren 80 over een partij
pinda’s met een zekerheidsrecht vanuit Texas. (dit geldt ook voor rangorde bepalen)
Assimileren = vergelijken met een recht in een ander rechtstelsel
, trust: een rechtsfiguur uit het Angelsaksische recht. Een deel van het vermogen wordt
door de oprichter afgezonderd en dit wordt vervolgens beheerd door de
trustee(beheerder) die het beschikbaar stelt aan een beneficial. Dus bijvoorbeeld
iemand zondert vermogen af en laat dit beheren ten behoeve van zijn kinderen. Dus drie
partijen. Dit geldt ook voor landen met meerdere rechtsstelsels (denk bijv. aan NL en
Curaçao).
Kunnen wij een trust erkennen?
Art. 3:84 lid 3 je draagt iets over naar een ander vermogen. Stel er zit een pand in
Amsterdam in de Trust. In principe kun je dit niet erkennen want bij een trust draag je
geen vermogen over in een ander vermogen. Het vermogen blijft zwevend.
NL is partij geworden bij het Haags Trust verdrag blz. 333.
Indien zich in een trust NL goederen bevinden dan worden deze goederen geacht
onderdeel uit te maken van de trust. De hoofdlijn die je hier moet onthouden: een trust
kan ontstaan door een rechtshandeling. Het kan ook in je testament worden gezet dat je
na overlijden bepaalde goederen in een trust wilt. Je moet het oprichten naar het recht
dat een trust ook kent. Je kunt dus niet een trust oprichten naar NL recht. Je kunt een
trust alleen rechtsgeldig oprichten naar een rechtstelsel waarin een trust bekend is. Art.
6, je kan een rechtskeuze uitbrengen. Art. 11 regelt de erkenning. Voor landen die geen
trustregeling kennen is art. 13 opgenomen.
Art. 13 = Je hoeft een trust niet te erkennen. Dus bijvoorbeeld een Nederlander wilt een
trust oprichten en doet dit naar Engels recht. Hij heeft verder geen banden met Engeland
dus de trust zal niet worden erkend. Je moet wel banden hebben met het recht dat
waarnaar je opricht anders gebruik je het recht enkel voor het oprichten van een trust.
Art. 10:131 bij diefstal. Hoe werkt het als je bestolen wordt? Hiervoor is art. 131 en 132.
- Welk recht is van toepassing op het eigendomsrecht van het slachtoffer?
Dat is gewoon lex rei sitae dus als je iets in NL hebt gekocht dan is dit NL recht.
- Wat is het toepasselijke recht van de nieuwe eigenaar?
Dus stel iemand heeft een auto gekocht in Ghana en dat blijkt de auto van een
NLer gestolen in Spanje. Om dit recht te beoordelen moet je kijken naar art. 131.
Dit is de lex specialis van art. 10:127. Je moet kijken naar het recht van het land
op het moment van de verkrijging van de nieuwe eigenaar. Dus stel hij heeft het
gekocht bij een dealer in Ghana dan is Ghanees recht van toepassing. Dat recht
bepaald op hij zich op de bescherming kan beroepen etc.
- Wat is het recht van de verzekeringsovereenkomst?
Art. 132 bijvoorbeeld de auto was verzekerd, de verzekeringsmaatschappij keert
het verzekerde verdrag uit en dan wordt de verzekeringmaatschappij opgedragen
als eigenaar van de gestolen auto. De auto duikt op, is de verzekeraar rechtsgeldig
eigenaar? Dan geldt het recht dat de verzekeringsovereenkomst heeft beheerst.
Vaak nemen zij in deze overeenkomst als een rechtskeuze op.
Toepasselijk recht op contractenrecht (verbintenisrecht)
Art. 10:127 en de bepalingen daarna zien enkel op goederenrecht. Die hebben niets te
maken met verbintenisrecht. Het toepasselijk recht op de titel van overdracht bepaal je