Leerdoel
1. Kun je de kernbegrippen leiderschap, verandering en verandermanagement beginnen
een organisatiecontext uitleggen evenals verschillende relevante leiderschapsstijlen en
interventies ten behoeve van organisatieverandering.
*kennis van feiten 1
*kennis van begrippen/inzicht 1
Leiderschap: De manier waarop je jezelf en anderen in beweging krijgt.
Iemand die anderen mensen in beweging brengt.
Wat is effectief leiderschap?
Iemand die ook zijn fouten durft toe te geven.
Hoe was dat vroeger?
De leider was de baas en moest iedereen braaf naar luisteren. Medewerkers mochten niet
meedenken.
Megatrend: is een trend die langdurig in alle facetten van de maatschappij merkbaar is.
Voorbeeld: Social Media
Verandering in de organisatiecontext
Bij verandering gaat het vaak om de veiligheid die losgelaten moet worden.
Verschillende tijdperken
1. Landbouw tijdperk (18e eeuw)
2. Industrieel tijdperk (19e eeuw)
3. Informatie tijdperk (20e eeuw)
4. Conceptueel tijdperk (21e eeuw)
,Sociale ontwikkelingen
Vroeger: Verzuilde samenleving (katholiek geboren, katholiek gebleven)
Nu: Optimale keuzevrijheid, wereldverbonden
Economische ontwikkelingen
- Nieuwe betaalmiddelen
- Minder vertrouwen in banken
Organisatieontwikkelingen
- Markten transparanter
- Klanten sneller geïnformeerd
- Ontrouwere klanten
- Vergrijzing
- Duurzaamheid belangrijker
Interventie: In een situatie ingrijpen om te zorgen dat iets verandert. (Manier om iets te
doen waardoor een situatie veranderd, zoals een onverwacht gesprek beginnen)
Interventiemethode 1: Vuile was, Schone was (technologische ontwikkelingen)
Door de interventie van de waslijn haal je gevoeligheden omhoog. Laat je medewerkers
inzien dat er niet alleen negatieve punten zijn maar ook positieve punten.
Eén goed idee kan in de nieuwe economie meer opbrengen dan een levenslang hard
werken en toch blijven we kiezen voor het harde-werken-paradigma…
Zichtbare veranderingen huidige tijd(perk)
1. Van efficiency naar effectiviteit
2. Van verandering naar transformatie (van binnen naar buiten paradigma)
3. Van analytisch denken naar systeemdenken
4. Van reactief naar proactief naar creatief
5. Van gesloten, mechanische systemen naar levende, open complexe systemen
,Interessante feiten
- Levensduur bedrijven wordt steeds korter
- Complexiteit van organisatie stijgt (350%)
- Betrokkenheid medewerkers daalt (65% voelt zich niet betrokken)
- De helft van de medewerkers spendeert 50% aan niet-productieve taken
Er is bij veel bedrijven genoeg kennis alleen wordt deze kennis weinig benut.
Vraag je medewerkers op een transparant online platvorm wat er beter kan.
Laat klanten vragen van de andere klanten beantwoorden.
, Leerdoel
2. Kun je de het belang en de samenhang tussen de kernbegrippen leiderschap en
verandermanagement uitleggen en voorbeelden van concrete toepassingen geven in een
organisatiecontext.
*toepassen 1
*kennis van begrippen/inzicht 1
Hart pleit voor meer burgerlijke ongehoorzaamheid en een terugkeer naar het gezond
verstand.
De huidige denkrichting (weergegeven door een pijl) is van buiten naar binnen: via regels en
procedures proberen we de weerbarstige werkelijkheid te bedwingen, zodat we uiteindelijk
ons doel bereiken. Dat doel komt vaak niet overeen met de bedoeling, integendeel. Dat is de
‘mythe van de beheersbaarheid’: al die regels bieden slechts een schijnzekerheid en
‘onteigenen’ professionals: die hoeven immers alleen maar de procedure te volgen en niet
meer zelf na te denken, of initiatief te ontplooien.
‘We zijn slachtoffer geworden van de maakbaarheidsillusie’, aldus Hart. Volgens hem
moeten we de pijl omdraaien en van binnen naar buiten denken: vanuit de bedoeling leven
en werken in het hier en nu, ondersteund door regels. Want we kunnen ook niet zónder die
regels, stelt Hart. Die geven structuur aan ons handelen. Ze mogen alleen niet de boventoon
gaan voeren en een doel op zich worden.