O.O Blok 1 A
Leerdoelen casus 1: psychologie
De student weet wat psychologie is en wat niet.
Psychologie: Wetenschap van gedrag en mentale processen
verschillende soorten psychologie:
Experimenteel psycholoog: onderzoek doen naar elementaire psychologische
processen
Docent psychologie : geeft onderwijs op hbo of universiteit over psychologie
Toegepaste psycholoog: kennis die is opgedaan door de experimentele
psychologen gebruiken om problemen van mensen op te lossen.
Psychologie is GEEN psychiatrie
Psychiatrie: een medisch specialisme dat zich richt op de diagnose en behandeling
van mentale stoornissen
De student kan de zes belangrijkste perspectieven van de psychologie omschrijven en
toepassen.
biologisch perspectief: Zoekt de oorzaken van gedrag in het functioneren van de genen, de
hersenen en het zenuw- en hormoonstelsel.
cognitief perspectief: de nadruk ligt op mentale processen zoals leren, geheugen, perceptie
en denken als vormen informatieverwerking
Behavioristisch perspectief: Zoekt de bron van onze handelingen in stimuli vanuit omgeving,
ipv innerlijke processen.
Perspectieven vanuit de gehele persoon: Een aantal perspectieven die draaien om een
globaal inzicht in de persoonlijkheid, waaronder de
psychodynamische psychologie (onbewuste behoeften, verlangens, herinneringen en
conflicten), humanistische psychologie (mogelijkheden, groei, potentie en vrije wil) en
psychologie van karaktertrekken en temperament (gedrag en persoonlijkheid als producten
van fundamentele psychologische kenmerken).
ontwikkelingsperspectief: nadruk op erfelijkheid en omgeving en op voorspelbare
veranderingen die zich voordoen tijdens de levensloop
sociocultureel perspectief: nadruk op het belang van sociale interactie, sociaal leren een een
cultureel perspectief
Casus 2 verpleegkunde
Lesdoelen:
3 De student kan uitleggen hoe de normale groei en ontwikkeling (op lichamelijk, motorisch,
psychosociaal, spraak-taal en cognitief gebied) in de zuigelingenperiode verloopt.
3 Motorische ontwikkeling verloopt volgens 3 wetmatigheden:
3 Hoofd stuit (craniaal caudaal)
3 Binnen buiten (centraal perifeer)
3 Grof motorisch fijn motorisch
, 3
3 Taal ontwikkeling en gehoor zijn onlosmakelijk verbonden.
3 1e weken maak t baby geluidjes (vocalisaties)
3 2e maanden oud tateren en allerlei klanken Geen imitatie maar uit zichzelf slecht
horende zuigelingen tateren ook)
3 Goed gehoor stimuleert tot ontdekken omgeving.
3 Leeftijd Fase KindSpraak-taalontwikkelingsfasen Kind - Spraak Taalvaardigheden van 0
tot 8 maanden
3 0 - 6 weken Fase van de ongedifferentieerde motoriek (schreiperiode), ter oefening
van de ademhaling, werking van de stembanden, werking van het aanzetstuk (door
zuigen)
3 5 - 6 weken Gevoelsmatig schreien = contact met de buitenwereld
3 3 - 20 weken Intentioneel schreien
3 2e - 3e maand Gorgelende keelklanken (ook bij kinderen die nooit leren
spreken)Grote verscheidenheid van klankenAkoestische element gaat een rol spelen
3 4 - 5 maanden BrabbelfaseHerhalen van rijen van steeds dezelfde lettergreepDe
lippen werken nu mee in de geluidsproductieHet stemloze lachen gaat over in
‘kraaien’Lal- en keuvelgeluidjes5 - 6 maanden Affectieve vocalisaties, waarbij plezier
en frustratie zijn te onderscheidenHerkent stem van de moeder
3 6 - 7 maanden Oefening van beheerste geluidenKlanken met intonatie, ook
onderscheid in volume, toonhoogteHerhalingsklanken (auto-imitatie)Echolalie
(onbewuste nabootsing van de laatst gehoorde klankgroep)
3 7 - 8 maanden Echolalie gaat langzaam over in lichte imitatie
3 Vanaf 8 maanden Actieve pogingen tot nabootsing, met zinsmelodie (sociaal
brabbelen)Willekeurige aaneenrijging van klanken (jargon)Af en toe 2-lettergrepige
klankenFluisteren lokt uit tot imitatie
3 Vanaf 9 maanden Vocabuleer faseZinvol gebruik van bepaalde klankgroepenBegrijpt
simpele opdrachtjes
3 Vanaf 11 maanden Voert simpele verzoeken uitKan gebaren interpreteren en er het
juiste geluid bij makenV
Leerdoelen casus 1: psychologie
De student weet wat psychologie is en wat niet.
Psychologie: Wetenschap van gedrag en mentale processen
verschillende soorten psychologie:
Experimenteel psycholoog: onderzoek doen naar elementaire psychologische
processen
Docent psychologie : geeft onderwijs op hbo of universiteit over psychologie
Toegepaste psycholoog: kennis die is opgedaan door de experimentele
psychologen gebruiken om problemen van mensen op te lossen.
Psychologie is GEEN psychiatrie
Psychiatrie: een medisch specialisme dat zich richt op de diagnose en behandeling
van mentale stoornissen
De student kan de zes belangrijkste perspectieven van de psychologie omschrijven en
toepassen.
biologisch perspectief: Zoekt de oorzaken van gedrag in het functioneren van de genen, de
hersenen en het zenuw- en hormoonstelsel.
cognitief perspectief: de nadruk ligt op mentale processen zoals leren, geheugen, perceptie
en denken als vormen informatieverwerking
Behavioristisch perspectief: Zoekt de bron van onze handelingen in stimuli vanuit omgeving,
ipv innerlijke processen.
Perspectieven vanuit de gehele persoon: Een aantal perspectieven die draaien om een
globaal inzicht in de persoonlijkheid, waaronder de
psychodynamische psychologie (onbewuste behoeften, verlangens, herinneringen en
conflicten), humanistische psychologie (mogelijkheden, groei, potentie en vrije wil) en
psychologie van karaktertrekken en temperament (gedrag en persoonlijkheid als producten
van fundamentele psychologische kenmerken).
ontwikkelingsperspectief: nadruk op erfelijkheid en omgeving en op voorspelbare
veranderingen die zich voordoen tijdens de levensloop
sociocultureel perspectief: nadruk op het belang van sociale interactie, sociaal leren een een
cultureel perspectief
Casus 2 verpleegkunde
Lesdoelen:
3 De student kan uitleggen hoe de normale groei en ontwikkeling (op lichamelijk, motorisch,
psychosociaal, spraak-taal en cognitief gebied) in de zuigelingenperiode verloopt.
3 Motorische ontwikkeling verloopt volgens 3 wetmatigheden:
3 Hoofd stuit (craniaal caudaal)
3 Binnen buiten (centraal perifeer)
3 Grof motorisch fijn motorisch
, 3
3 Taal ontwikkeling en gehoor zijn onlosmakelijk verbonden.
3 1e weken maak t baby geluidjes (vocalisaties)
3 2e maanden oud tateren en allerlei klanken Geen imitatie maar uit zichzelf slecht
horende zuigelingen tateren ook)
3 Goed gehoor stimuleert tot ontdekken omgeving.
3 Leeftijd Fase KindSpraak-taalontwikkelingsfasen Kind - Spraak Taalvaardigheden van 0
tot 8 maanden
3 0 - 6 weken Fase van de ongedifferentieerde motoriek (schreiperiode), ter oefening
van de ademhaling, werking van de stembanden, werking van het aanzetstuk (door
zuigen)
3 5 - 6 weken Gevoelsmatig schreien = contact met de buitenwereld
3 3 - 20 weken Intentioneel schreien
3 2e - 3e maand Gorgelende keelklanken (ook bij kinderen die nooit leren
spreken)Grote verscheidenheid van klankenAkoestische element gaat een rol spelen
3 4 - 5 maanden BrabbelfaseHerhalen van rijen van steeds dezelfde lettergreepDe
lippen werken nu mee in de geluidsproductieHet stemloze lachen gaat over in
‘kraaien’Lal- en keuvelgeluidjes5 - 6 maanden Affectieve vocalisaties, waarbij plezier
en frustratie zijn te onderscheidenHerkent stem van de moeder
3 6 - 7 maanden Oefening van beheerste geluidenKlanken met intonatie, ook
onderscheid in volume, toonhoogteHerhalingsklanken (auto-imitatie)Echolalie
(onbewuste nabootsing van de laatst gehoorde klankgroep)
3 7 - 8 maanden Echolalie gaat langzaam over in lichte imitatie
3 Vanaf 8 maanden Actieve pogingen tot nabootsing, met zinsmelodie (sociaal
brabbelen)Willekeurige aaneenrijging van klanken (jargon)Af en toe 2-lettergrepige
klankenFluisteren lokt uit tot imitatie
3 Vanaf 9 maanden Vocabuleer faseZinvol gebruik van bepaalde klankgroepenBegrijpt
simpele opdrachtjes
3 Vanaf 11 maanden Voert simpele verzoeken uitKan gebaren interpreteren en er het
juiste geluid bij makenV