Erfelijkheid en evolutie BIO
Vragen
§11.4 Je lijkt op …
1. Leg uit wat het verschil is tussen een gen en een allel.
2. Wat is het genoom en hoe verschilt het van een gen?
3. Hoe wordt een genoom georganiseerd in een cel?
4. Wat is de functie van DNA in een cel?
5. Wat zijn eiwitten en waarom zijn ze belangrijk in een cel?
6. Waar bevindt het genoom zich in een cel?
a. In de ribosomen
b. In de mitochondriën
c. In de chromosomen
d. In het cytoplasma
7. Welke stof vormt de structuur van een chromosoom?
a. Eiwitten
b. DNA
c. Suikers
d. Regelgenen
8. Hoeveel chromosomenparen bevinden zich in elke cel?
a. 20
b. 23
c. 46
d. 50
9. Welke term wordt gebruikt om verschillende varianten van een gen aan te duiden?
a. Chromosoom
b. DNA
c. Genoom
d. Allel
10. Wat is de rol van genen in het bepalen van eigenschappen?
a. Ze coderen voor eiwitten die eigenschappen bepalen
b. Ze reguleren de celdeling in een organisme
c. Ze zijn verantwoordelijk voor het transport van DNA
d. Ze beïnvloeden de kleur van de chromosomen
11. Wat is het verschil tussen chromosomen en chromosomenparen?
12. Wat is de functie van eiwitten in een cel?
13. Wat is een gen en waar bevindt het zich?
14. Hoeveel chromosomen hebben de meeste cellen in ons lichaam? Noem een uitzondering en
leg uit waarom.
, 15. Leg het verschil uit tussen de chromosomen die worden doorgegeven door een eicel en een
zaadcel.
16. Hoeveel chromosomen bevinden zich normaal gesproken in een menselijke cel?
a. 23
b. 46
c. 69
d. 92
17. Welk onderdeel van het DNA is verantwoordelijk voor het maken van eiwitten?
a. Genen
b. Chromosomen
c. Allelen
d. DNA
18. Welk type cel heeft 23 chromosomen in plaats van 46?
a. Spiercellen
b. Zenuwcellen
c. Voortplantingscellen
d. Huidcellen
19. Wat bepaalt het geslacht van een individu?
a. Het aantal chromosomen in de cellen
b. De aanwezigheid van genen voor geslachtskenmerken
c. De bevruchting van de eicel door een zaadcel
d. De grootte van de geslachtsorganen
20. Wat zijn de geslachtschromosomen bij een vrouw?
a. XX
b. XY
c. YY
d. XZ
21. Van welke geslachtschromosoom hangt het geslacht van een kind af?
a. X
b. Y
c. Geen
d. Beide
§11.5 Cellen en chromosomen
1. Wat is mitose?
2. Beschrijf stapsgewijs hoe mitose verloopt.
3. Wat is meiose/reductiedeling?
4. Beschrijf stapsgewijs hoe meiose verloopt.
5. Wat is het verschil tussen een haploïde cel en een diploïde cel?
6. Wat is celdifferentiatie?
7. Wat is celspecialisatie?
8. Hoe wordt celspecialisatie bepaald?
9. Wat zijn regelgenen?
10. Hoe worden genen aan- en uitgezet tijdens de celdeling?
11. Wat is de definitie van mitose?
a. Celdeling van gewone cellen