hf 1.1
hf 1.2
hf 2
hf 3
hf 10.1
hf 12.1
hf 12.2
hf 12.3
hf 12.4
hf 13.1
hf 18.1
hf 23
H1:1
Aristoteles = Retorica boek,spreekkunst/ de kunst van het overtuigen.
Communicatiewetenschap: Maakt deel uit van de sociale wetenschappen, die gedrag, mens en
maatschappij bestuderen.
Factoren die de communicatie beïnvloeden:
Economie: Beïnvloedt de communicatie wetenschap met theorie over de verdeling van
informatie.
Signalling-theory: het afgeven van signalen tussen concurrenten.
Principal-agent-theory: Informatie tussen management en aandeelhouders.
Sociologie: Beïnvloedt de communicatiewetenschap met theorie over hoe
machthebbers communicatie inzetten om de massa te manipuleren.
Bedrijfskunde: Raakt communicatiewetenschap in de vraag “Hoe corporate
communicatie management en reputatiemanagement een organisatie van dienst kunnen
zijn.
Psychologie: beïnvloedt de communicatiewetenschap door de bestudering van
(consumenten) gedragen de rol van de communicatie.
7 Scholen van Little John en Foss:
1. Retorica = welsprekendheid en het overtuigen
2. Semiotiek = Welke betekenis individuen geven aan woorden en beelden.
Denotatief = Woordenboek betekenis
Connotatief = Het gevoel dat het woord iemand geeft
, 3. kritische school = Kritische theorie wil de werkelijkheid niet alleen verklaren maar ook
veranderen. Werkelijkheid achter taal vinden.
4. Fenomenologie = Het verschil hoe mensen dingen interpreteren en percipieren.
5. Sociocultureel = Omgangsvormen en communicatie ontwikkelen binnen groepen.
Symbolisch interactionisme = Hoe verhouden mensen zich onderling en communiceren
ze met behulp van symbolen?
Impression management = “Hoe maak je indruk door gebruik van beeldtaal?”
Datamining = Analyseren van veel data om het gedrag van mensen in kaart te kunnen
brengen en waarmogelijk te voorspellen. (Analyse van de mens als kuddedier)
6. Cybernetica = De technologische communicatie
ZBMO model = Zender, Boodschap, Medium, Ontvanger
7. Sociaalpsychologisch = verklaart en voorspelt gedrag en communicatie door bepaalde
factoren
perceptie = Waarneming/kennis
Attitude = houding
Cognitie = gedrag
Genetica = aanleg
H1:2
Communicatie = Proces waarbij informatie wordt overgedragen
Communicatieprofessional = iemand die werk maakt van aantoonbare kennis en ervaring in
communicatiemanagement. Vraagt zich af hoe, waar en wanneer organisaties communiceren.
Communicatiemanagement = Stuurt de communicatie binnen een bedrijf
Van Rulers 5 scholen van denken:
1. Informationele benadering (via informatiemodel): gericht op informeren door overdracht
van kennis en informatie naar een luisterend publiek via heldere boodschap.
2. Persuasieve benadering (via overredingsmodel): gericht op overtuigen van gewillige
doelgroepen via verkoopbare boodschap.
3. Relationele benadering (via interactiemodel): gericht op onderling begrip, met ruimte voor
meningsvorming.
4. Interpretatieve benadering (via relatiemodel): Gericht op gedeelde meningen
(consensus) en belangen.
5. Kritische benadering (via reflectief/ovekoepelend model): gericht op maatschappelijke
legitimatie door gebruik van alle andere benaderingen.
Kennis, houding en gedrag:
Conceptueel model: Hypothese aan koppelen “Als dit gebeurd dan, gebeurd dit volgens het
model.” Verklaart en voorspelt.
Implementatiemodel: SWOT-analyse, laat de zwaktes, sterktes, kansen en bedreigingen van
een bepaald onderwerp zien. Geeft meer zicht op problemen.
H2:
Dilemma = Keuze tussen twee gelijkwaardige ideeën die ogenschijnlijk onverenigbaar zijn.