Student informatie Aspecifieke rug- en bekkenklachten
Naam: Mevr. S
Geslacht: V, leeftijd: 35 jaar, diagnose: Aspecifieke rug en bekken klachten (met
lokale rugpijn)
Mevr. heeft sinds een paar maanden last van haar onderrug en van haar bekken.
De klachten begonnen ongeveer aan het eind van haar tweede zwangerschap.
Er zijn al röntgenfoto’s gemaakt van de rug en het SI-gewricht, hierop is niets
afwijkend te zien. De huisarts verwijst haar naar je door voor verdere begeleiding
Aspecifieke rug- en bekkenklachten
Er is geen bewijs dat een specifiek weefsel de klachten (meestal pijn) genereert. Dit kunnen
bijvoorbeeld de tussenwervelschijf, een facetgewricht, het SI-gewricht, ligamenten, spieren of
zenuwen zijn.
Indien een diagnose is gesteld door een dokter, fysiotherapeut of een andere hulpverlener, is dit nooit
wetenschappelijk aangetoond. Het gaat hier dus om een hypothese van welk weefsel dominant is bij de
pijnprovocatie. Gebaseerd op deze hypothese kan wel een zekere benadering worden toegepast.
Zorg er altijd voor dat het belangrijkste doel van de behandeling is gericht op het niveau van de
activiteiten. Natuurlijk beïnvloeden deze gebreken dit, dus ook daar moet de behandeling op worden
gericht. Na behandeling van de verergering probeer je om dit in de verloren activiteiten te laten
terugkomen.
De patiënt heeft last van pijn een stijfheid. Dit zijn huis-tuin-en-keuken-klachten. De bron van de
klachten is onbekend, maar het heeft te maken met mechanische invloeden. Psychosociale factoren
spelen ook een rol. De patiënt moet zich meer op de mechanische en psychosociale factoren richten
dan op de anatomische factoren. Om de patiënt gerust te stellen kun je een hypothese met hem of haar
delen om hem voor te lichten. Gebruik tekeningen, plaatjes en voorbeelden om zeker te zijn dat de
patiënt de boodschap snapt. Blijf herhalen.
Natuurlijke genezing is erg effectief. Slechts 1% heeft 12 maanden na het begin van de klacht nog
klachten. 60% heeft al na 6 weken geen klachten meer. De problemen zijn meestal zelfbeperkend. Er
is een kans op een terugval. Dit gebeurt in 50% van de gevallen. En door wie is het probleem
ontstaan?
Voor de behandeling is het belangrijk dat de patiënt zich bewust wordt van zijn houding en een goede,
neutrale positie van de wervelkolom aanneemt. Maar doordat het leven gebaseerd is op automatische
motorische reacties, is niet iedereen hier direct toe in staat. Toverwoorden hierbij zijn bewustzijn en
openstaan voor veranderingen.
De hersenen zijn het belangrijkste controlecentrum van het lichaam. Elke beweging die je lichaam
uitvoert of elke houding die je lichaam aanneemt is "geprogrammeerd" door de hersenen. Deze
programma’s worden “motor programs” genoemd. Spieren denk niet voor zichzelf. Zij doen alleen wat
ze wordt verteld door de hersenen. Een “motor program” is een reeks van signalen die door de
hersenen naar alle spieren van het lichaam wordt gestuurd. De hersenen worden beter en beter in het
sturen van een “motor program” voor een specifieke beweging, elke keer dat het lichaam de beweging
uitvoert. Dus oefening baart kunst.
McKenzie benadering: Bij derangement, dysfunctie en posturale syndromen.
Mulligan benadering: Bij dysfunctie van een facetgewricht.
Myogene benadering: Bij dysfunctie van een spier, bij triggerpoints of voor motorische controle.
, Krachten op de wervelkolom worden bepaald door 4 factoren
De belasting;
Loodrechte afstand van de belasting op de wervels;
Spierspanning;
Intra-abdominale druk (IAD).
De belasting op de wervelkolom wordt bepaald door:
Gewicht van het lichaam boven de wervel;
De te heffen belasting;
Afstand tussen belasting en rug (houding);
Spiertonus, vooral in de spieren van de rug en de buikspieren.
Dysfunctiesyndroom
Deze patiënten zijn over het algemeen ouder dan dertig jaar, behalve als een trauma de oorzaak van het
probleem is. Deze mensen hebben een slechte gewoontehouding, vaak al in de jeugd en hebben weinig
algemene beweging. Hierdoor ontstaat geleidelijk verkorting van bepaalde structuren.
Kenmerken:
De pijn is meestal lokaal, vlak langs de wervelkolom.
De pijn wordt veroorzaakt door mechanische vervorming van verkort weefsel, dat haar elasticiteit
en volledige bewegingsmogelijkheid verloren heeft.
Altijd op het einde van de bewegingsuitslag rekpijn, nooit gedurende de beweging.
Bijna nooit uitstralende pijn.
Therapie:
Intensieve rekoefeningen voor de verkorte en pijnlijke structuren gedurende 6-8 weken.
Het herstel bij dit syndroom is niet snel, omdat de pijnlijke verkorting van structuren zich in
meerdere weken, maanden of soms jaren gevormd heeft.
Behandeling: rekken van spieren: lange periodes, veel herhalingen, moet worden gevoeld, pijn moet
zakken, globale en lokale technieken, HOS.
Bij dysfunctiesyndroom ontstaat er pijn doordat er rek komt op te korte structuren rondom de
wervelkolom. Als de rek van de structuur wordt gehaald verdwijnt de pijn ook weer. De verkorting kan
ontstaan door een vroeger ongeval, ontstekingsproces of degeneratieve processen, waardoor
littekenvorming, verkleving, verkorting of onvolledig herstel is opgetreden.
Als gevolg van immobilisatie komt het in de betrokken structuren van het bewegingapparaat tot grote
degeneratieve veranderingen. De structuren zelf en vooral de belastbaarheid ervan worden duidelijk
veranderd en gereduceerd. In alle structuren behalve de glijvlakken van het kraakbeen, treedt er als
eerste reactie op de immobilisatie een desoriëntatie van weefsel op. Het weefsel is dan minder
belastbaar.
Als een spier lange tijd niet meer regelmatig wordt gerekt of maximaal contraheert, wordt het
bindweefsel niet meer maximaal belast. Het gevolg is een afname van bindweefsel dat voor het
grootste deel in het bereik van de grondsubstantie ligt, maar ook in collagene vezels. Door het verlies
van grondsubstantie komt het tot een toename van collagene vezels in het ongevormde bindweefsel
van het endomysium, perimysium, en epimysium. Pathologische crosslinks worden er gevormd
waardoor het ontvouwen van het collagene netwerk erg moeilijk wordt. Als er dan ook nog een verlies
van spiermassa optreedt wordt de spanning in het bindweefsel nog minder zodat er meer crosslinks
kunnen ontstaan. Het gevolg is spierverkorting met hypomobiliteit.
Bij ligamenten komt het tijdens immobilisatie verkleven de verschillende kapsel delen Daarnaast
kunnen ligamenten verkorten en verlengen, waardoor er hypomobiliteit of instabiliteit optreedt.
Componenten: collagene vezels, elastische vezels, grondsubstantie, water en niet-collagene proteïnen.
Rekken: Bindweefsel wordt geprikkeld, waardoor er een toename komt van grondsubstantie.