Rechtsvinding en botsende belangen: ontucht met minderjarigen
Literatuur
C. Kelk, ‘Uitdijende strafbaarheid van onzedelijk handelen’, Ars Aequi 2015, p. 520-527 (via
Rechtsorde)
A.J. Machielse, Noyon/Langemeijer/Remmelink. Het Wetboek van Strafrecht (losbl.), comm.
op artikel 245 Sr (via Kluwer Navigator)
Rechtspraak
HR 30 maart 2010, NJ 2010, 376 m.nt. Keijzer
EHRM 30 augustus 2011, 377334/08 (G. t. VK), NJ 2012, 469 m.nt. Schalken
Leerdoelen
De student is bekend met de ratio’s die aan art. 245 Sr ten grondslag liggen
De student heeft inzicht in de belangenafweging die gemaakt moet worden bij de
beoordeling van de vraag of art. 245 Sr overtreden is en kan beredeneren hoe die
belangenafweging kan uitvallen in moeilijke zaken
Inleiding
In sommige gevallen waarin de verdachte een door de wet beschermd belang heeft aangetast, kan
deze zich beroepen op een algemeen belang dat eveneens bescherming verdient. Die situatie doet
zich bijvoorbeeld voor bij de interpretatie van ontucht met een minderjarige in het geval er een
gering leeftijdsverschil bestaat tussen de verdachte en het slachtoffer. Enerzijds wordt het belang van
minderjarigen om zich op normale wijze seksueel te ontwikkelen beschermd door onder andere art.
244 en 245 Sr en is het daarom in beginsel verboden om seks te hebben met een minderjarige,
anderzijds zou dat belang juist kunnen worden gefrustreerd als zij in het geheel geen seksuele
relaties zouden mogen aanknopen.
In het tentamen komen 2 vragen over materieel strafrecht en 3 vragen over sanctierecht.
Deze week aan de orde: Rechtsvinding
Focus deze week: rechtsvinding bij botsende belangen. Welk belang prevaleert indien de verdachte
een door de wet beschermd belang aantast, maar zichzelf kan beroepen op een belang dat
eveneens bescherming verdient?
Probleem: hoe moet de rechter die belangenafweging maken? Specifiek bij zedendelicten
> Geen algemeen gedeelde consensus over norm
> Wanneer is iemand ‘slachtoffer’?
> Genderperspectief
Het probleem is voornamelijk gelegen in de situatie dat enerzijds de verdachte zich beroept op
bescherming van zijn (seks-)/privéleven o.g.v. art. 8 EVRM. Anderzijds heeft de overheid de
verplichting om het privéleven van het slachtoffer te beschermen. Hierdoor ontstaat er een botsing
van grondrechten door art 8 EVRM.
Er is een algemeen gedeelde consensus over wat nou wel of niet toelaatbaar is in bepaalde
situaties, of in ieder geval wat duidelijk niet mag en wat duidelijk wel mag daar is wel