Leerdoelen H3
Onderzoek opzetten (dus een werkplan opstellen inclusief controlegroep
en eventueel placebo of (dubbel)blind onderzoek, grafieken en tabellen
aflezen, conclusies trekken, etc.)
De bouw van de celmembraan en 5 manieren van transport door de
celmembraan (diffusie, osmose, via transporteiwit, endocytose,
exocytose)
Biotechnologie (klassieke en moderne biotechnologie)
3.2
Natuurschappelijke methode, werkwijze om kwalitatief onderzoek uit te voeren
1. Onderzoeksvraag,
2. Hypothese, voorlopig antwoord op onderzoeksvraag. Met argumenten
onderbouwd en gebaseerd op de waarneming.
3. Werkplan, hij beschrijft de materialen en de hoeveelheden. Ook maak je een
beschrijving van de proef (methode). Goede beschrijving maakt dat andere
het ook kunnen à vergelijkbaar materiaal.
Let op of het onderzoek valide is, of er geen andere variabelen zijn die het
onderzoek kunnen beïnvloeden.
4. Resultaten verwerken, in tekst en/of tabellen en/of diagrammen.
5. Conclusie, op basis van de onderzoekgegevens geef je antwoord op de
onderzoeksvraag.
6. Discussie, hypothese bevestigd of niet? Verklaring voor onderzoeksresultaten
en eventueel een vraag voor vervolgonderzoek.
3.3
Buitenste laag van cellen: celmembraan, opgebouwd uit dubbele laag fosfolipiden
met eiwitten. (Binas 79D)
Fosfolipiden, vetachtige stoffen met fosfaatgroep en 3 vetzuren (Binas 67G3)
O2 en CO2 -moleculen kunnen door celmembraan via diffusie.
Diffusie = transport van een stof van hoge concentratie naar een lage concentratie
Diffusie kost cel geen energie à passief transport
Diffusie via een membraan à netto transport van een hoge naar lage concentratie.
In de membranen vormen verschillende eiwitten transportkanaaltjes/
transporteiwitten, voor stoffen die niet vetachtig zijn. Voor elk soort molecuul een
eigen kanaaltje. Hierdoor gaan zij de cel in en uit.
Watermoleculen gaan via waterkanaaltjes de cel in en uit.
Hier is er ook sprake van een netto transport van een hoge naar een lage
concentratie. Deze diffusie van watermoleculen door een membraan à osmose
Osmose =transport van water van een lage concentratie naar een hoge concentratie
Osmose ook passief transport.
Onderzoek opzetten (dus een werkplan opstellen inclusief controlegroep
en eventueel placebo of (dubbel)blind onderzoek, grafieken en tabellen
aflezen, conclusies trekken, etc.)
De bouw van de celmembraan en 5 manieren van transport door de
celmembraan (diffusie, osmose, via transporteiwit, endocytose,
exocytose)
Biotechnologie (klassieke en moderne biotechnologie)
3.2
Natuurschappelijke methode, werkwijze om kwalitatief onderzoek uit te voeren
1. Onderzoeksvraag,
2. Hypothese, voorlopig antwoord op onderzoeksvraag. Met argumenten
onderbouwd en gebaseerd op de waarneming.
3. Werkplan, hij beschrijft de materialen en de hoeveelheden. Ook maak je een
beschrijving van de proef (methode). Goede beschrijving maakt dat andere
het ook kunnen à vergelijkbaar materiaal.
Let op of het onderzoek valide is, of er geen andere variabelen zijn die het
onderzoek kunnen beïnvloeden.
4. Resultaten verwerken, in tekst en/of tabellen en/of diagrammen.
5. Conclusie, op basis van de onderzoekgegevens geef je antwoord op de
onderzoeksvraag.
6. Discussie, hypothese bevestigd of niet? Verklaring voor onderzoeksresultaten
en eventueel een vraag voor vervolgonderzoek.
3.3
Buitenste laag van cellen: celmembraan, opgebouwd uit dubbele laag fosfolipiden
met eiwitten. (Binas 79D)
Fosfolipiden, vetachtige stoffen met fosfaatgroep en 3 vetzuren (Binas 67G3)
O2 en CO2 -moleculen kunnen door celmembraan via diffusie.
Diffusie = transport van een stof van hoge concentratie naar een lage concentratie
Diffusie kost cel geen energie à passief transport
Diffusie via een membraan à netto transport van een hoge naar lage concentratie.
In de membranen vormen verschillende eiwitten transportkanaaltjes/
transporteiwitten, voor stoffen die niet vetachtig zijn. Voor elk soort molecuul een
eigen kanaaltje. Hierdoor gaan zij de cel in en uit.
Watermoleculen gaan via waterkanaaltjes de cel in en uit.
Hier is er ook sprake van een netto transport van een hoge naar een lage
concentratie. Deze diffusie van watermoleculen door een membraan à osmose
Osmose =transport van water van een lage concentratie naar een hoge concentratie
Osmose ook passief transport.