13
2.3 Antropogene invloeden
Opdracht 1 Mediterrane orkaan
W26 Verschillen en overeenkomsten tussen een orkaan en een medicane.
Kenmerk Orkaan in de VS Mediterrane orkaan
naam hurricane medicane
oog wel wel
ontstaan boven zee boven zee
periode in het jaar augustus tot oktober september tot december
aantal per jaar 5 tot 10 keer 2 keer
Opdracht 2 Landdegradatie
a De (biologische en) economische productiecapaciteit van de landbouwgrond neemt
af. Er komt dus minder opbrengst, terwijl het veel geld kost om de problemen op te
lossen.
b Het kan zijn dat bepaalde belangengroepen bijvoorbeeld bomen kappen wat de
landdegradatie bevordert en dat ze daarop niet gecontroleerd worden. Het kan zelfs
zo zijn dat ze daarvoor toestemming hebben gekregen.
c De politiek kan wetten maken die landdegradatie laten verminderen of stoppen en de
overheid kan ook toezien op het naleven van deze wetten.
Opdracht 3 Vormen in het landschap
a aardverschuiving / landslide
b Een aardverschuiving / landslide is veel grootschaliger dan geulerosie, waarbij het
water ‘slechts’ geulen in de helling schuurt.
Opdracht 4 Landverlating
Als de bewoners vertrekken blijft gedurende een (zeer) lange periode het land braak liggen
(oorzaak),
waardoor er geen begroeiing op de bodem is (en er bodemerosie ontstaat) (gevolg).
Opdracht 5 Erosie
a Hoe groter de hellingshoek, hoe sterker de erosie.
b Uit de redenering moet blijken dat:
in het Middellandse Zeegebied in de winter de meeste neerslag valt (en de
landbouwgebieden het minst begroeid zijn) (oorzaak),
waardoor dan het meeste sediment wordt vervoerd (en de erosiekracht het grootst
is) (gevolg).
c Twee factoren gevraagd, bijvoorbeeld:
1) hoeveelheid water
2) soort bodemmateriaal / grondsoort
3) mate van begroeiing
De Geo LRN-line bovenbouw havo
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2022
2.3 Antropogene invloeden
Opdracht 1 Mediterrane orkaan
W26 Verschillen en overeenkomsten tussen een orkaan en een medicane.
Kenmerk Orkaan in de VS Mediterrane orkaan
naam hurricane medicane
oog wel wel
ontstaan boven zee boven zee
periode in het jaar augustus tot oktober september tot december
aantal per jaar 5 tot 10 keer 2 keer
Opdracht 2 Landdegradatie
a De (biologische en) economische productiecapaciteit van de landbouwgrond neemt
af. Er komt dus minder opbrengst, terwijl het veel geld kost om de problemen op te
lossen.
b Het kan zijn dat bepaalde belangengroepen bijvoorbeeld bomen kappen wat de
landdegradatie bevordert en dat ze daarop niet gecontroleerd worden. Het kan zelfs
zo zijn dat ze daarvoor toestemming hebben gekregen.
c De politiek kan wetten maken die landdegradatie laten verminderen of stoppen en de
overheid kan ook toezien op het naleven van deze wetten.
Opdracht 3 Vormen in het landschap
a aardverschuiving / landslide
b Een aardverschuiving / landslide is veel grootschaliger dan geulerosie, waarbij het
water ‘slechts’ geulen in de helling schuurt.
Opdracht 4 Landverlating
Als de bewoners vertrekken blijft gedurende een (zeer) lange periode het land braak liggen
(oorzaak),
waardoor er geen begroeiing op de bodem is (en er bodemerosie ontstaat) (gevolg).
Opdracht 5 Erosie
a Hoe groter de hellingshoek, hoe sterker de erosie.
b Uit de redenering moet blijken dat:
in het Middellandse Zeegebied in de winter de meeste neerslag valt (en de
landbouwgebieden het minst begroeid zijn) (oorzaak),
waardoor dan het meeste sediment wordt vervoerd (en de erosiekracht het grootst
is) (gevolg).
c Twee factoren gevraagd, bijvoorbeeld:
1) hoeveelheid water
2) soort bodemmateriaal / grondsoort
3) mate van begroeiing
De Geo LRN-line bovenbouw havo
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2022