Inhoud
H8: inhoudsanalyse............................................................................................................................1
H5: Grootschalig veldonderzoek.........................................................................................................5
H6: Experiment.................................................................................................................................14
H8: inhoudsanalyse
De gedachte dat de inhoud van de boodschap een of ander effect zal hebben op de ontvanger van die
boodschap.
Met inhoudsanalyse kan je alleen kenmerken van boodschappen beschrijven. Maar er zijn meer
doelen (volledige voorbeelden op blz. 281) bijv.: vergelijken, vaststellen, iets meten, in kaart brengen,
analyseren.
Met kwantitatieve inhoudsanalyse kan je niet concreet iets concluderen over een belangrijke vraag,
namelijk wat het effect is van bepaalde inhoudskenmerken. Hiervoor heb je hulp nodig van andere
onderzoeksmethoden.
Kwantitatieve inhoudsanalyse wordt bij veel sociale studies gebruikt maar ook bij geschiedkunde of
geneeskunde. De vragen zijn vaak beschrijvend van aard. Er worden dus geen toetsbare modellen
onderzocht door middel van inhoudsanalyse.
Kenmerken kwantitatieve inhoudsanalyse:
- grote hoeveelheden materiaal en een flink aantal variabelen, waarop je een cijfermatig
(statistische) analyse doet.
- Belangrijk doel is generaliseren.
- Je maakt gebruik van een gestandaardiseerd meetinstrument, het codeboek
Om te kijken welk materiaal je moet verzamelen kijk je naar de vraagstelling. Het ruwe materiaal
bestaat uit boodschappen.
Codeereenheid: datgene in het ruwe materiaal dat je in numerieke data om gaat zetten (dus datgene
waarvan je de kenmerken wilt meten)
- Het lastige is dat je bij een inhoudsanalyse niet meteen de eenheden die je analyseert.
Codeboek: het instrument waarin is vastgelegd welke kenmerken gemeten moeten worden en welke
antwoordcategorieën de codeur moet gebruiken. Het is een boek met daarin een lijst van alle
kenmerken die moeten worden geregistreerd van elke codeereenheid.
- Doel: de eigen interpretatie van de uiteenlopende codeurs zo veel mogelijk uit te schakelen
door het geven van specifieke instructies.
Coderen: het vastleggen van de kenmerken van codeereenheden
Codeurs: diegene die coderen
Het trainen van codeurs is op twee manieren van groot belang:
1. De codeurs moet je vertrouwd maken met het codeboek en ze leren hun eigen interpretatie
uit te schakelen
2. Het codeboek verbeteren
Bij inhoudsanalyse wordt met “wie” niet per se mensen bedoeld, maar instellingen, media, bedrijven,
elektronische databases, enz. Helaas heb je hierdoor niet altijd toegang tot het materiaal dat je nodig
hebt. Daarnaast zijn de eenheden die je codeert vaak niet dezelfde als de eenheden die je selecteert
in je steekproef. Vaak bestaat er namelijk geen lijst van de codeereenheden die je wilt onderzoeken,
hierdoor kun je niet random selecteren.
1
,Samenvatting MCOS A – deeltentamen 2
Je moet vaststellen waar je materiaal wilt verzamelen. Ook moet je vaststellen welke tijdsperiode je
wilt onderzoeken. De periode waarin of waaruit je inhouden verzamelt is bij inhoudsanalyse wellicht
nog belangrijker dan bij anderen methoden.
1. Je kunt een vraagstelling hebben die over een bepaalde periode gaat
2. De periode waarin een inhoud geproduceerd is, is namelijk vaak direct van invloed op de
inhoud. (vooral bij mediaboodschappen kan de inhoud van dag tot dag verschillen)
Eenvoudig random sampling is dus vanwege representativiteitsproblemen en vanwege praktische
problemen niet de beste optie bij kwantitatieve inhoudsanalyse. Maar je wilt vaak wel een element
van random sampling in je steekproeftrekking, anders worden statistische gevolgtrekkingen over
representativiteit betekenisloos.
Vooraf het steekproefkader moet worden vastgesteld wat je selecteert. (niet hetzelfde als wat je
analyseert)
Datgene waarnaar je kunt generaliseren is afhankelijk van wat je random hebt geselecteerd.
Veel voorkomende steekproeftrekkingen bij kwantitatieve inhoudsanalyse
- Census: je neemt elke eenheid uit de onderzoekspopulatie in je onderzoek op.
Feitelijk geen steekproef want je neemt alles mee = geen probleem met
representativiteit
Alleen praktisch haalbaar als je een relatief beperkte populatie hebt
- Systematische steekproef: je kiest uit een lijst van materiaal systematisch de n de eenheid.
Toevalsteekproef: als je de computer je n laat kiezen
Kan ervoor zorgen dat je problemen krijgt met de tijdsfactor. Als je de computer bijv.
alleen maar de maandag kiest uit een heel jaar.
Er is lang niet altijd een lijst met materiaal beschikbaar
- Clustersteekproef: een toevalsteekproef van (bestaande) clusters waarbij je alle
boodschappen binnen die clusters meeneemt in je onderzoek.
- Multistage-steekproef: binnen clusters houd je met verschillende factoren tegelijk rekening.
In elke stap (stage) trek je waar mogelijk een willekeurige steekproef uit het
beschikbare materiaal.
- Gestratificeerde steekproef: je deelt de onderzoekspopulatie op in verschillende kleinere
groepjes waarbinnen je random eenheden trekt.
Meer kans op spreiding
Geconstrueerde week: een willekeurig uit het jaar getrokken maandag, dinsdag,
woensdag enz. Er ontstaat dan een week verspreid over verschillende maanden van
het jaar.
- Gemaks- (“convience”) steekproef en doelgerichte steekproef: een steekproef uit materiaal
dat toevallig voorhanden is.
Non-random samples
Meestal getrokken uit praktische overwegingen
Bij een doelgerichte steekproef kies je nog wel bewust iets uit
Probleem is dat statisch generaliseren bijna niet mogelijk is
Analyse-eenheid (unit of analysis): wat je bij een inhoudsanalyse in de tabellen tegen elkaar afzet
Bij inhoudsanalyse kan je de interne validiteit goed waarborgen door codeurs goed te trainen in het
begrip en toepassing van het meetinstrument.
Normcodering: dit is de codering die de onderzoeker heeft bedacht. Hier moeten de coderingen van
de codeurs mee overeenkomen.
De betrouwbaarheid bij inhoudsanalyse houdt de stabiliteit en nauwkeurigheid van het
meetinstrument in. Een goed codeboek heeft een hoge intercodeurbetrouwbaarheid.
2
, Samenvatting MCOS A – deeltentamen 2
intErcodeurbetrouwbaarheid: overeenstemming tussen twee codeurs die hetzelfde materiaal
gecodeerd hebben.
Manieren om moeilijke variabelen aan te passen:
- Met de codeurs om de tafel gaan en te achterhalen wat er bij die variabele fout gaat.
Vervolgens de instructies in het codeboek te verbeteren en de codeurs nog eens specifiek op
die variabele trainen en ze opnieuw het materiaal laten coderen.
- De categorieën samen te voegen.
- Een abstracte variabele op te splitsen in makkelijker te interpreteren deelvariabelen.
Als dit allemaal niet lukt dan kun je de variabele niet meenemen in je analyse.
Het is van groot belang dat in een verslag van een inhoudsanalyse de betrouwbaarheidscoëfficiënten
berekent en gerapporteerd worden. De betrouwbaarheid van iedere variabele apart moet
gerapporteerd worden. Rapporteer de validiteit van de begrippen in je vraagstelling en de
operationalisatie daarvan in je meetinstrument; als je dit niet doet is het onderzoek onnavolgbaar
voor anderen.
kwantitatief kwalitatief
Het gaat om grootschalige en cijfermatige en Het gaat om de latente (verborgen) betekenissen in
daardoor soms relatief oppervlakkige analyse van een boodschap te achterhalen. Je probeert de
boodschappen boodschap te begrijpen in haar context.
grootschalig Kleinschaliger omdat het doorgaans door één
persoon of een klein team wordt uitgevoerd.
Codeboek Nauwelijks gebruik gemaakt van een vooraf
vastliggend meetinstrument met uitgewerkte
variabelen en categorieën. Vaak tijdens de analyse
zelf ontwikkeld.
Getrainde assistenten en ‘codeurs’ Interpretatie van de onderzoeker zelf
Uitgedrukt in cijfers Uitgedrukt in woorden
Hypothese van te voren opgesteld Hypothese niet van te voren opgesteld
Antwoordopties Open vragen
Generaliseerbaarheid berekenen Niet generaliseerbaar interpreteren
Objectief (intersubjectiviteit) Subjectief
Oppervlakkig Diepte
Logisch (neo) potivisme Begrijpen, “verstehen”
Waarneembare feiten nomotische kennis Hermeneutiek & fenomenologie
Reductionistisch: eenheid gereduceerd naar Holistisch: eenheid als geheel
variabelen
Empirisch-analytisch Empirisch interpretatief
Deductie fase Inductie fase
Voornamelijk Fundamenteel onderzoek Voornamelijk Praktijkgericht onderzoek
Empirische cyclus Regulatieve cyclus
Voornamelijk toetsend onderzoek explorerend onderzoek
Bij KWALITATIEVE inhoudsanalyse gaat het om de analyse van de boodschappen = documentanalyse
Andere namen voor kwalitatieve inhoudsanalyse zijn: discouranalyse, narrative analyse,
interpretatieve, retorische analyse, semiotische analyse
3