Hoorcollege 2 Causaliteit en Wederrechtelijkheid
Causaliteit is of er een oorzakelijk verband kan worden aangewezen tussen een bepaalde handeling
aan de ene kant en een bepaalde gebeurtenis verderop in de tjd aan de andere kant. Anders gezegd:
is die gebeurtenis het strafrechtelijke gevolg van die handeling. Is die gebeurtenis door die handeling
veroorzaakt? Zowel causaliteit als wederrechtelijkheid is een voorwaarde voor het vestgen van
strafrechtelijke aansprakelijkheid. Het zijn allebei strafrechtelijke leerstukken in die zin dat het
algemene thema’s zijn. Er zijn hiervoor geen wetelijke bepalingen in ons wetboek aanwezig, dat
betekent dus dat het grotendeels aan de rechtsspraak en de wetenschap is overgelaten om nadere
grenzen te stellen.
Causaliteit = oorzakelijk verband
Causaliteit wordt bedoel een oorzakelijk verband in de sfeer van het strafrecht. Dan hebben we het
veelal over de vraag of een bepaald gevolg is toe te rekenen aan of zijn oorzaak vindt in bepaalde
handelingen van een bepaalde persoon.
In de meest basale vorm gaat het om de volgende situate: ik pak een bazooka die richt ik vooraan op
de mensen en schiet daarmee mensen dood = doodslag art. 287 Sr. Opzetelijk iemand van het leven
beroofd, wat kan worden bewezen daarmee kan worden bewezen het causale verband. Het causaal
verband is veelal in kern een bewijskweste.
- Art. 157 Sr: opzeteelije brandstictng ‘indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten
is’: het gaat hier om de vraag of er levensgevaar is geweest voor anderen.
- Vb. een jongen van 18 had verkering gehad met een meisje van 16 en dat meisje van 16
verbrak op enig moment de verkering. Hij was daar verdrietggteleurgesteld over maar ook
boos. Daarom besloot hij om de auto van de moeder van het meisje in de brand te steken.
Hij ging met een jerrycan met benzine op zijn scooter naar de betrefende woning en
overgoot de auto met benzine. Tussen de auto en de woning zat er slechts anderhalve
meter, woning betrof zich een rijtjeshuis en speelde zich s ’nachts af. Er vindt
brandstchtng plaats waardoor gemeen gevaar voor goederen is te duchten. Voor de autog
huizen maar ook voor mensen, omdat het ‘s nachts gebeurde lagen er ook mensen te
slapen levensgevaar. HR uitleg over levensgevaar: moet ten tjde van die
brandstchtng volgens algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn. Ongeacht of de dader
het gevaar heef voorzien. Stel dat er brandweer ter plaatse komt die voor gevaar voor
leven wordt blootgesteld is er geen sprake van voorzienbaarheid, omdat dit ten tjde van
het stchten van de brand nog niet speelde.
- Art. 255 io. 257 Sr: ln cuepeeoze toestand brengen, de dood ten gevoege cebbend; stelt dat je
een baby alleen laat in een woning of in een snikhete auto, dan breng je die baby in een
hulpeloze toestand. Stel dat die baby overlijdt dat kan ex. art. 257 Sr leiden tot een hogere
straf, als de dood van de baby het gevolg is van het in hulpeloze toestand brengen van de baby.
- Art. 307 Sr: dood door sicued: schuld als bestanddeel = iuepa onderdeel van de
delictsomschrijving. Cuepa = de verwlitbare aanmerjeelije onvoorzlictgceld.
Door verwijtbaar aanmerkelijk onvoorzichtg gedrag de dood van een ander veroorzaakt.
Komt over 2 HC’S aan bod.
- Vertoont overeenjomsten met art. 307 Sr art. 175 io. 6 WVW 1994: aan zlin sicued te wliten
verjeersongevae waardoor een ander wordt gedood: bij art. 6 WVW hoef de dood als zodanig
nlet veroorzaajt te zijn door sicued (iuepa). Bij art. 6 WVW gaat het er dus om dat door jouw
, schuld (culpa) een verkeersongeval is veroorzaakt = causaal verband. Vervolgens moet het
verkeersongeval leiden tot de dood van het slachtofer of enig ander in art. 6 genoemde gevolg.
- Jij hebt dus door schuld een verkeersongeval veroorzaakt
- Dat verkeerongeval moet leiden tot bijv. de dood = geobieitveerd (aan cet sicuedverband
ontrojjen).
Jouw verwijtbare gedrag moet hebben geleid tot het verkeersongeval, er hoef niet ook nog eens
worden bewezen dat de verdachte ook culpa had ten aanzien van die dood. Die dood moet wel zijn
ingetreden ten gevolge van het ongeval, maar niet binnen art. 6 WVW door culpa.
Vroeger wat dat anders. Toen werd er zowel culpa vereist ten aanzien van het verkeersongeval
vereist als ten aanzien van de dood of zwaar lichamelijk letsel: Een voorbeeld daarvan zie
Spoorwegovergang arrest.
Casus
Hier ging het om een automobilist welke stond te wachten voor een zich sluitende spoorwegovergang. De automobilist
werd door een onopletende bestuurder vanachter aangereden en het spoor op geduwd. De automobilist handelt in paniek
echter niet erg adequaat, hij ontsnapt weliswaar uit de auto maar hij probeerde zijn echtgenote en zijn dochter nog uit de
auto te halen en moest om de voorkant van de auto heen lopen. Daarbij werd hij door de trein geraakt en loopt ernstg
letsel op.
Rechtsvraag
Is er voldoende causaal (oorzakelijk) verband tussen gedraging (aanrijding) en gevolg (ernstg letsel) of was het gevolg niet
voorzienbaar omdat de automobilist niet adequaat genoeg heef gehandeld?
Essentie
De Hoge Raad oordeelde dat ook al had - achteraf gezien - het slachtofer door zijn schrikreacte niet optmaal gereageerd,
het een en ander toch voor de verdachte 'naar algemene ervaringsregels redelijkerwijze te voorzien' was geweest. De eigen
schuld van het slachtofer stond hier derhalve niet aan de adequate in de weg.
Hoe kun je causaal verband vaststellen? Welke criteria zijn er aan te wijzen voor de beantwoording
van de vraag of een bepaalde omstandigheid moet worden aangemerkt als een gevolg van een
bepaalde gedraging. Of omgekeerd of een bepaalde gedraging kan worden benoemd als oorzaak van
een bepaald gevolg.
Dit is wat de toenmalige minister van justte over causaliteit opmerkte in de parlementaire
geschiedenis:
Mlnlster Modderman: ‘meer bepaaedeelij [wordt] over den omvang der verantwoordeelijceld voor datgene wat door den
band der iausaeltelt met ons candeeen verbonden ls of beweerd wordt verbonden te zlin, ia over de iurldlsice beteejenls van
iausaeltelt zeeve, overae ln de regstgeeeerde wereed veee getwlst (…). Maar, coe dlt zli, onbetwlstbaar aict lj cet, dat geen
wetgever cet ln zline magt ceef door cet jlezen van weeje formuee ooj, de taeeooze vragen te voorjomen dle cet begrlp
iausaeltelt ln verband met strafregteelije (…) verantwoordeelijceld doet ontstaan’. (Smldt, deee II, 1881, p. 136).
Het komt erop neer dat de wetgever ook niet goed wist. De wetgever had het niet in zijn macht om
een afgebakende criteria aan te reiken. Mede daardoor ontstonden in de wetenschap en in de
strafrechtspraktjk allerlei theorieën die in de praktjk ook hun weg vonden. We zullen vier theorieën
bespreken.
Causaliteit is of er een oorzakelijk verband kan worden aangewezen tussen een bepaalde handeling
aan de ene kant en een bepaalde gebeurtenis verderop in de tjd aan de andere kant. Anders gezegd:
is die gebeurtenis het strafrechtelijke gevolg van die handeling. Is die gebeurtenis door die handeling
veroorzaakt? Zowel causaliteit als wederrechtelijkheid is een voorwaarde voor het vestgen van
strafrechtelijke aansprakelijkheid. Het zijn allebei strafrechtelijke leerstukken in die zin dat het
algemene thema’s zijn. Er zijn hiervoor geen wetelijke bepalingen in ons wetboek aanwezig, dat
betekent dus dat het grotendeels aan de rechtsspraak en de wetenschap is overgelaten om nadere
grenzen te stellen.
Causaliteit = oorzakelijk verband
Causaliteit wordt bedoel een oorzakelijk verband in de sfeer van het strafrecht. Dan hebben we het
veelal over de vraag of een bepaald gevolg is toe te rekenen aan of zijn oorzaak vindt in bepaalde
handelingen van een bepaalde persoon.
In de meest basale vorm gaat het om de volgende situate: ik pak een bazooka die richt ik vooraan op
de mensen en schiet daarmee mensen dood = doodslag art. 287 Sr. Opzetelijk iemand van het leven
beroofd, wat kan worden bewezen daarmee kan worden bewezen het causale verband. Het causaal
verband is veelal in kern een bewijskweste.
- Art. 157 Sr: opzeteelije brandstictng ‘indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten
is’: het gaat hier om de vraag of er levensgevaar is geweest voor anderen.
- Vb. een jongen van 18 had verkering gehad met een meisje van 16 en dat meisje van 16
verbrak op enig moment de verkering. Hij was daar verdrietggteleurgesteld over maar ook
boos. Daarom besloot hij om de auto van de moeder van het meisje in de brand te steken.
Hij ging met een jerrycan met benzine op zijn scooter naar de betrefende woning en
overgoot de auto met benzine. Tussen de auto en de woning zat er slechts anderhalve
meter, woning betrof zich een rijtjeshuis en speelde zich s ’nachts af. Er vindt
brandstchtng plaats waardoor gemeen gevaar voor goederen is te duchten. Voor de autog
huizen maar ook voor mensen, omdat het ‘s nachts gebeurde lagen er ook mensen te
slapen levensgevaar. HR uitleg over levensgevaar: moet ten tjde van die
brandstchtng volgens algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn. Ongeacht of de dader
het gevaar heef voorzien. Stel dat er brandweer ter plaatse komt die voor gevaar voor
leven wordt blootgesteld is er geen sprake van voorzienbaarheid, omdat dit ten tjde van
het stchten van de brand nog niet speelde.
- Art. 255 io. 257 Sr: ln cuepeeoze toestand brengen, de dood ten gevoege cebbend; stelt dat je
een baby alleen laat in een woning of in een snikhete auto, dan breng je die baby in een
hulpeloze toestand. Stel dat die baby overlijdt dat kan ex. art. 257 Sr leiden tot een hogere
straf, als de dood van de baby het gevolg is van het in hulpeloze toestand brengen van de baby.
- Art. 307 Sr: dood door sicued: schuld als bestanddeel = iuepa onderdeel van de
delictsomschrijving. Cuepa = de verwlitbare aanmerjeelije onvoorzlictgceld.
Door verwijtbaar aanmerkelijk onvoorzichtg gedrag de dood van een ander veroorzaakt.
Komt over 2 HC’S aan bod.
- Vertoont overeenjomsten met art. 307 Sr art. 175 io. 6 WVW 1994: aan zlin sicued te wliten
verjeersongevae waardoor een ander wordt gedood: bij art. 6 WVW hoef de dood als zodanig
nlet veroorzaajt te zijn door sicued (iuepa). Bij art. 6 WVW gaat het er dus om dat door jouw
, schuld (culpa) een verkeersongeval is veroorzaakt = causaal verband. Vervolgens moet het
verkeersongeval leiden tot de dood van het slachtofer of enig ander in art. 6 genoemde gevolg.
- Jij hebt dus door schuld een verkeersongeval veroorzaakt
- Dat verkeerongeval moet leiden tot bijv. de dood = geobieitveerd (aan cet sicuedverband
ontrojjen).
Jouw verwijtbare gedrag moet hebben geleid tot het verkeersongeval, er hoef niet ook nog eens
worden bewezen dat de verdachte ook culpa had ten aanzien van die dood. Die dood moet wel zijn
ingetreden ten gevolge van het ongeval, maar niet binnen art. 6 WVW door culpa.
Vroeger wat dat anders. Toen werd er zowel culpa vereist ten aanzien van het verkeersongeval
vereist als ten aanzien van de dood of zwaar lichamelijk letsel: Een voorbeeld daarvan zie
Spoorwegovergang arrest.
Casus
Hier ging het om een automobilist welke stond te wachten voor een zich sluitende spoorwegovergang. De automobilist
werd door een onopletende bestuurder vanachter aangereden en het spoor op geduwd. De automobilist handelt in paniek
echter niet erg adequaat, hij ontsnapt weliswaar uit de auto maar hij probeerde zijn echtgenote en zijn dochter nog uit de
auto te halen en moest om de voorkant van de auto heen lopen. Daarbij werd hij door de trein geraakt en loopt ernstg
letsel op.
Rechtsvraag
Is er voldoende causaal (oorzakelijk) verband tussen gedraging (aanrijding) en gevolg (ernstg letsel) of was het gevolg niet
voorzienbaar omdat de automobilist niet adequaat genoeg heef gehandeld?
Essentie
De Hoge Raad oordeelde dat ook al had - achteraf gezien - het slachtofer door zijn schrikreacte niet optmaal gereageerd,
het een en ander toch voor de verdachte 'naar algemene ervaringsregels redelijkerwijze te voorzien' was geweest. De eigen
schuld van het slachtofer stond hier derhalve niet aan de adequate in de weg.
Hoe kun je causaal verband vaststellen? Welke criteria zijn er aan te wijzen voor de beantwoording
van de vraag of een bepaalde omstandigheid moet worden aangemerkt als een gevolg van een
bepaalde gedraging. Of omgekeerd of een bepaalde gedraging kan worden benoemd als oorzaak van
een bepaald gevolg.
Dit is wat de toenmalige minister van justte over causaliteit opmerkte in de parlementaire
geschiedenis:
Mlnlster Modderman: ‘meer bepaaedeelij [wordt] over den omvang der verantwoordeelijceld voor datgene wat door den
band der iausaeltelt met ons candeeen verbonden ls of beweerd wordt verbonden te zlin, ia over de iurldlsice beteejenls van
iausaeltelt zeeve, overae ln de regstgeeeerde wereed veee getwlst (…). Maar, coe dlt zli, onbetwlstbaar aict lj cet, dat geen
wetgever cet ln zline magt ceef door cet jlezen van weeje formuee ooj, de taeeooze vragen te voorjomen dle cet begrlp
iausaeltelt ln verband met strafregteelije (…) verantwoordeelijceld doet ontstaan’. (Smldt, deee II, 1881, p. 136).
Het komt erop neer dat de wetgever ook niet goed wist. De wetgever had het niet in zijn macht om
een afgebakende criteria aan te reiken. Mede daardoor ontstonden in de wetenschap en in de
strafrechtspraktjk allerlei theorieën die in de praktjk ook hun weg vonden. We zullen vier theorieën
bespreken.