Legenda voor alle tekens:
Teken: Betekenis:
Dus
=> Gevolg:
<= Door (/de oorzaak)
↑ Omhoog
↓ Omlaag
↔ Tussen
Hoofdstuk 2. Gesprek
§ 2.1 Wat is iemand ontmoete in een gesprek?
§ 2.1.1 Dat wat de ander nodig heef
* Client zoekt iemand die naast hem wil staan, in contact (meeleven, ervaren, beleven & doormaken).
* De techniek die bij 1 iemand succesvol is hoef dat bij de ander niet automatisch ook te zijn
§ 2.1.2 Ontmoeten door een appel op jou
* Ontmoeten = ‘beginnen met moeten’: tegenkomen van ander die tegenover jou staat.
* Bij het treffen van de ander, wanneer hij zich open stelt ( kwetsbaarheid), doet de ander een oproep (appèl)
op je: de ander wil: acceptatie, luisterend oor, een prater & een helper
* Wegduiken voor andermans appèl; ander teug duwen in cliëntenrol / verschuilen achter jouw professionele
rol (bijv. vraag stellen zonder mede/inleving) afwending van ander: allen laten in situatie of je duikt juist weg
in de relatieve veiligheid van helper => je ondermoet de ander niet
* Bij ontmoeting in gesprek de ander door laten maken wat voor zijn ontwikkeling goed is: de ander & zijn
appèl zien & helpen.
§ 2.1.3 Beschikbaar naast de ander staan
* Houding in gesprek (‘naast iemand’) van belang (als mens: menselijke reacties en niet analytisch,
diagnostisch & uitsluitend reflectief): ander laat meer van zichzelf zien.
* Delen met cliënt wat in jouw binnenwereld is: bijv. wat je raakt/leert.
- Mate van persoonlijke inbreng aanvoelen; 2 belangrijke criteria:
A) Jij hebt het niet voor jezelf nodig om dat in het gesprek in te brengen:
- Je kan pas iets van jezelf inbrengen als je het niet voor jezelf nodig hebt & je het wat jou betref ook niet zou
kunnen inbrengen, maar belangrijk voor relatie met de ander.
-Contact ontstaat als 2 mensen daarvoor open staan
B) Wat je inbrengt bevordert het proces van de cliënt
Inbreng moet de ander helpen doormaken & oefenen wat voor zijn ontwikkeling goed is
Gaat allebei om wat je zegt & ook waaruit (deels je houding).
Je kunt pas echt open naast iemand staan als je dat oprecht doet ander reageert daar op
§ 2.2 Hoe ontmoet je iemand?
* Voor ontmoeting: werken aan randvoorwaarden:
1) Effectief communiceren
2) Zelf meedoen
3) Jezelf zijn, ander als ander zien & niets opdringen
§ 2.2.1 Effectief communiceren
* Gespreksvaardigheden, effectief communiceren & echt ontmoeten.
* Meest gangbare opvattingen over communicatie is die van transmissie: boodschap overbrengen van ‘zender’
naar de ‘ontvanger’. 3 veelvoorkomende struikelblokken:
a) Aannames en (voor)oordelen, b) Omgaan met emoties & c) Eigen rol in het gesprek