Legenda voor alle tekens:
Teken: Betekenis:
Dus
=> Gevolg:
<= Door (/de oorzaak)
↑ Omhoog
↓ Omlaag
↔ Tussen
Hoofdstuk 3. Relatie
§ 3.1 Wat is een relatie?
§ 3.1.1 Bestemming, probleem én uitkomst?
* Relaties: belangrijk, ervoor gemaakt: ander nodig kunnen ook veel (psychosociale) problemen veroorzaken
(vooral 18-25e levensjaar) wanneer de relaties ongezond zijn.
* Professor Nagy (2008): elke relatie heeft 4 relationele werkelijkheden (je kunt ze vanuit 4 demensies
bekijken):
4 Relationele werkelijkheden
1. Feiten Bij het kennen van iemand levensverhaal kan je klachten & invloed beter
begrijpen & helpen
2. Individuele psychologie Voor gezonde relatie moeten vermogens (vertrouwen,
verantwoordelijkheid nemen, identificeren, taken volbrengen &
onvoldoende liefhebben) goed zijn/ worden ontwikkeld
3. Systemen van transactionele Invloed van hoe mensen zich tot elkaar verhouden, door systeem, positie
patronen & gewend (communicatie).
Als helpen zicht krijgen op relaties waarbinnen (& hoe) hij functioneert
4. Relationele ethiek Mensen komen in beweging door wat zijn als rechtvaardig/
onrechtvaardig ervaren in geven/ontvangen (dat basispatroon = ontstaan
& ontwikkeld in gezin)
* Hoe jij je in relaties gedraagt beïnvloedt door feiten, psychologische vermogens, systemen & patroon in
eerdere relaties.
Problemen van mensen hebben vaak relationele oorsprong oplossing = bij relaties
* Rogers (grondlegger ‘cliëntgerichte therapie & non-directieve behandelmethode): hoe relaties aanbieden
voor steun/gebruik persoonlijke doel cliënt
§ 3.1.2 Werkplaats
* Relaties zijn belangrijk maar er ontstaat vaak ook een probleem oplossing in relatie
* Relatie = middel om (dat) doel te bereiken = werkplaats: ander helpen door 2 ervaringen mogelijk te maken:
Werkplaats helpt je de ander 2 ervaringen mogelijk te maken:
DOORMAKEN: OEFENEN
(situatie/probleem samen doormaken & door
eerlijk naar kijken op 3 gebieden: kijken, zien &
voelen)
- Kijken Laten voelen wat hij ervaart & daarbij denkt voor nieuwe
(naar situatie & huidige realiteit: waarnemen wat inzichten & in leven staan: contact maken met zichzelf en
er is) daaruit met anderen leert door ontwikkeling van
- Zien(/ bewust worden en realiteit verbinden met psychologische vermogens gezonde relaties aangaan
zichzelf; hoe onderdeel & bijdrage) (verbinden & zorgen voor zichzelf) = spannend (voor
- Voelen ander & jou) & angst: laat jou emoties zien & zelf ook
(door gevoel waarheid & consequenties zien & kwetsbaar relaties ingaan.
voelen (met eigen oordeel)) Stimuleren dat doorleven & oefenen ook bij ander om te
doen