H9 Het leerproces evalueren
9.1 Inleiding
Het is belangrijk dat kinderen leren en dat jij als docent kunt meten of datgene
dat je bedenkt aan didactische vormen er ook voor zorgt dat de lesdoelen die je
stelt ook door de leerlingen worden gehaald. Een goede toets is transparant,
valide en betrouwbaar.
9.2 Casus
-
9.3 Het doel van toetsing en evaluatie
Naast toetsing spelen ook observatie van en gesprekken met een leerling een
belangrijke rol. Alleen cijfers zegt lang niet alles.
We onderscheiden de diagnostische evaluatie (formatieve evaluatie) en
selectieve evaluatie (summatieve evaluatie).
Diagnostische evaluatie; tussentijds gedurende het onderwijsproces, zowel
schriftelijk als mondeling. Vooral kennisgericht.
Selectieve evaluatie; bedoeld om beslissingen te nemen; voldoende of
onvoldoende, zitten of overgaan, zakken of slagen.
9.4 Toetsing als onderdeel van evaluatie
9.4.1 Van leerdoel naar toets
Toetsen moeten representatief zijn voor het voorafgaande onderwijs en dienen
ontwikkeld te worden op basis van de leerdoelen. Incongruentie van doelen en
toetsvragen voorkomen kan door de toets voor de lessenreeks vast te stellen.
9.4.2 Waar toetsen aan moeten voldoen
1. Validiteit; een juiste en evenwichtige afspiegeling van de leerdoelen.
Inhoudsvaliditeit en vormvaliditeit (beheersingsvorm).
2. Betrouwbaarheid; bij herhaalde afname onder verschillende
omstandigheden moet eenzelfde resultaat gescoord kunnen worden.
Drie belangrijke factoren;
a. De kwaliteit van de toets zelf
b. De omstandigheden waaronder de toets wordt afgenomen
c. De wijze waarop de resultaten worden beoordeeld
1
Handboek Vakdidactiek Aardrijkskunde Wigcher Verstraete
H9 Het leerproces evalueren
, 9.5 Toetsing bij het vak aardrijkskunde
Het model onderscheidt drie assen:
1. De gedragstheorie van Bloom; van reproductie tot evaluatie.
2. De geografische complexiteit; van pure kennis van geografische
verschijnselen tot geografisch complexe structuren en theorieën
3. De ruimtelijke component; hoe spelen bepaalde processen zich in de
ruimte af? Van locatie tot ruimtelijk systeem. (zie blz. 275-277)
9.6 Het ontwikkelen van toetsen
9.6.1 Overdenking vooraf
Voor het ontwikkelen van een toets moet je jezelf deze vragen stellen:
1. Wat is de leerstof en wat zijn de leerdoelen?
2. Weten de leerlingen wat er gevraagd kan worden? Wat er geleerd moet
worden? Kennen ze de doelen? Zijn ze goed voorbereid op de toets?
3. Heb je een helder idee over de manier van toetsen? Wat voor soort
vragen je wilt gaan stellen?
4. Zijn de gebruikte werkvormen een goede voorbereiding op de toets? Heb
ik de juiste leeractiviteiten gekozen voor deze toets?
5. Werk je met een A- en een B-versie? Is er een herkansing? Lijken de
versies ook echt op elkaar?
2
Handboek Vakdidactiek Aardrijkskunde Wigcher Verstraete
H9 Het leerproces evalueren
9.1 Inleiding
Het is belangrijk dat kinderen leren en dat jij als docent kunt meten of datgene
dat je bedenkt aan didactische vormen er ook voor zorgt dat de lesdoelen die je
stelt ook door de leerlingen worden gehaald. Een goede toets is transparant,
valide en betrouwbaar.
9.2 Casus
-
9.3 Het doel van toetsing en evaluatie
Naast toetsing spelen ook observatie van en gesprekken met een leerling een
belangrijke rol. Alleen cijfers zegt lang niet alles.
We onderscheiden de diagnostische evaluatie (formatieve evaluatie) en
selectieve evaluatie (summatieve evaluatie).
Diagnostische evaluatie; tussentijds gedurende het onderwijsproces, zowel
schriftelijk als mondeling. Vooral kennisgericht.
Selectieve evaluatie; bedoeld om beslissingen te nemen; voldoende of
onvoldoende, zitten of overgaan, zakken of slagen.
9.4 Toetsing als onderdeel van evaluatie
9.4.1 Van leerdoel naar toets
Toetsen moeten representatief zijn voor het voorafgaande onderwijs en dienen
ontwikkeld te worden op basis van de leerdoelen. Incongruentie van doelen en
toetsvragen voorkomen kan door de toets voor de lessenreeks vast te stellen.
9.4.2 Waar toetsen aan moeten voldoen
1. Validiteit; een juiste en evenwichtige afspiegeling van de leerdoelen.
Inhoudsvaliditeit en vormvaliditeit (beheersingsvorm).
2. Betrouwbaarheid; bij herhaalde afname onder verschillende
omstandigheden moet eenzelfde resultaat gescoord kunnen worden.
Drie belangrijke factoren;
a. De kwaliteit van de toets zelf
b. De omstandigheden waaronder de toets wordt afgenomen
c. De wijze waarop de resultaten worden beoordeeld
1
Handboek Vakdidactiek Aardrijkskunde Wigcher Verstraete
H9 Het leerproces evalueren
, 9.5 Toetsing bij het vak aardrijkskunde
Het model onderscheidt drie assen:
1. De gedragstheorie van Bloom; van reproductie tot evaluatie.
2. De geografische complexiteit; van pure kennis van geografische
verschijnselen tot geografisch complexe structuren en theorieën
3. De ruimtelijke component; hoe spelen bepaalde processen zich in de
ruimte af? Van locatie tot ruimtelijk systeem. (zie blz. 275-277)
9.6 Het ontwikkelen van toetsen
9.6.1 Overdenking vooraf
Voor het ontwikkelen van een toets moet je jezelf deze vragen stellen:
1. Wat is de leerstof en wat zijn de leerdoelen?
2. Weten de leerlingen wat er gevraagd kan worden? Wat er geleerd moet
worden? Kennen ze de doelen? Zijn ze goed voorbereid op de toets?
3. Heb je een helder idee over de manier van toetsen? Wat voor soort
vragen je wilt gaan stellen?
4. Zijn de gebruikte werkvormen een goede voorbereiding op de toets? Heb
ik de juiste leeractiviteiten gekozen voor deze toets?
5. Werk je met een A- en een B-versie? Is er een herkansing? Lijken de
versies ook echt op elkaar?
2
Handboek Vakdidactiek Aardrijkskunde Wigcher Verstraete
H9 Het leerproces evalueren