8.1 Doelen van het loopbaangesprek:
Verder leren groei/ontwikkeling. Goed loopbaanbeleid nodig, kost geld/tijd opleveren:
Meer productiviteit.
Meer kwaliteit.
Besparing op werving en selectie.
Minder ziekteverzuim.
Tevreden/loyale medewerkers.
Tweeledig doel loopbaangesprek:
1) Doel; spreken over loopbaan, PO staat centraal.
2) Doel; waar/hoe de competenties het beste ingezet kunnen worden in belang organisatie.
Wederzijdse wensen/mogelijkheden afgestemd.
8.2 Onderscheid tussen loopbaangesprek en functionerings- en beoordelingsgesprek:
Loopbaangesprek met regelmaat. Onderscheid loopbaangesprek van beoordelingsgesprek en het
functioneringsgesprek. Loopbaan/ontwikkelingsgesprek kan vervolg/onderdeel zijn van
functioneringsgesprek.
Bij functionerings/loopbaan zijn leidinggevende/medewerkers gelijkwaardige gesprekspartners. Gaat
erom hoe heeft gefunctioneerd, hoe beter. Beoordelings is vooral leidinggevende.
Functioneringsgesprek; huidige functie, gaat ervan uit dat periode blijft.
Loopbaangesprek; horizon weg, meerdere mogelijkheden.
8.3 Voorbereiding op het loopbaangesprek:
Voorbereiden leidinggevende en medewerker:
Leidinggevende;
Ontwikkelingsniveau van medewerker.
Mogelijkheden om door te groeien.
Ruimte binnen functie te veranderen.
Noodzaak van opleiding/bijscholing.
Maakt analyse van afdeling/team/plannen.
Medewerker vraagt aan zichzelf:
Hoe verder ontwikkelen.
Wat nodig.
Sterke/zwakke kanten
Drijfveren.
Persoonlijk ontwikkelplan POP:
Pop: soort contract, waarin concrete doelen voor toekomst instaan. SMART-formule.
S= wees concreet, welk gedrag, welke situatie, welke manier.
M= basismeting; hoevaak komt het nu voor.
A= ook voor Ambitieus; uitdagend niet te moeilijk/makkelijk.
R= bepaal tussenstappen/mijlpalen in je plan.
T= leg meetmomenten vast.
Model van de logische niveaus van leren, Dilts:
zelfreflectie, zelfonderzoek. 6 niveaus:
1. Omgeving; loopbaangesprek werksituatie, persoonlijk situatie.
2. Gedrag;
3. Vaardigheden;
4. Overtuigingen; wat belangrijk, waar geloof ik in, waar sta ik voor.
5. Identiteit;
6. Missie; drijfveer, uitdragen, inspiratie.
Veranderingen komen door belemmeringen op niveaus. Niet congruent problemen.
Voor individuen en organisaties mogelijk.