4 momenten van leren:
- concreet ervaren
- Waarnemen en overdenken
- Analyseren en abstract denken
- Actief experimenteren
Bij elk moment past een leefstijl:
- de bezinner (analyticus) leert van ervaringen (van anderen), van het daarna overdenken
van de ongedane ervaringen en het vervolgens zelf doen (1+2). Zien, denken en doen, ofwel
bezint eer ge begint
- De denker, leert door te overdenken en verbanden te leggen (2+3). Eerst denken en dan
doen.
- De beslisser (pragmaticus) leert van instructie of demonstratie en daarna zelf doen (3+4).
Afkijken en dan zelf doen. Beslisser zijn knopendoorhakkers.
- De doener, gaat uit van eerder opgedane ervaringen en leert van het eerst doen en
daardoor ervaring opdoen (1+4). Nadenken komt later, ofwel wie niet waagt, wie niet wint.
Feedback geven: GEIN
- G - gedrag
- E - effect
- I - ik
- N - nu
Anna meenemen: Anna staat voor altijd navragen nooit aannemen.
Maak je niet dik: denken in kwaliteiten, leg niet alle aandacht bij wat er fout is gegaan
maar zorg dat je ook aandacht geeft aan alles wat goed is gegaan.
LSD: luisteren, samenvatten en doorvragen
Nivea: Niet invullen voor een ander.
Wees een OEN: open, eerlijk en nieuwgierig
Laat Oma (wat vaker) thuis: oordelen, meningen en adviezen.
Reflectiemodel volgens korthagen
- Fase 1 handelen
- Fase 2 terugblikken
- Fase 3 bewustwording
- Fase 4 nieuw aanpak kiezen
- Fase 5 uitproberen
Technieken voor het vragen stellen
- doorvragen
- Samenvatten
- Herhalen
- Kritische vragen
- Parafraseren: je herhaalt in je eigen woorden wat de ander net gezegd heeft