Sociale zekerheid:
Als je een salaris verdient of een uitkering hebt, betaal je mee aan de volksverzekeringen. Dat kan op
2 manieren. Als je in loondienst werkt, dan houdt de werkgever de premie in op je loon en draagt hij
dit af aan de belastingdienst, maar je kunt de premie ook betalen via de aanslag inkomstenbelasting,
De sociale voorzieningen zijn een aanvulling op het stelsel van sociale zekerheid omdat ze ervoor
zorgen dat mensen opgevangen als ze financieel gezien tussen de gaten van verschillende
uitkeringen vallen en daardoor onder het bestaansminimum terechtkomen. De sociale voorzieningen
zorgen ervoor dat iedereen genoeg geld heeft om eten en kleding te kopen en een woningen te
betalen.
Ziektewet (ZW): voor mensen die op het moment dat ze ziek worden niet in dienst zijn bij een
werkgever maar wel opzoek zijn naar werk.
Bijvoorbeeld: als ze gebruik maken van de WW of participatiewet.
Wia/ WAO: zorgt voor inkomen als een werknemer langer dan 2 jaar arbeidsongeschikt is. De
werkgever heeft de eerste 2 jaar loondoorbetalingsplicht voor de werkgever of er is een uitkering van
de ZW.
Werkeloosheidswet (WW): biedt een uitkering aan werknemers die tegen hun wil werkloos zijn. De
hoogte de duur van deze uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden van de werkneer en van zijn
laatstverdiende loon.
WAZO: het gaat om verlof waarmee je voor een ander kunt zorgen.
Kent vormen van betaald en onbetaald verlof. In beide gevallen behoudt de werknemer recht op
werknemersverzekeringen.
- Zwangerschapsverlof (betaald)
- Adoptieverlof en pleegzorgverlof (6 weken betaald verlof)
- Kort verzuimverlof (betaald)
- Geboorteverlof (5 dagen volledig betaald verlof, extra 5 weken geboorteverlof = 70% van je
salaris doorbetaald)
- Kort en langdurig zorgverlof
- Ouderschapsverlof (tijdelijk minder werken tot je kind 8 jaar is)
Duur van de WW:
Wekeneis: 26 weken van de 36 weken = 3 maanden WW
Jareneis: 4 van de 5 jaar gewerkt = aanvullend
Een jaar telt mee als de werknemer minstens 52 of 208 uur heeft gewerkt
De eerste 10 werkjaren verdient de werknemer per werkjaar 1 maand WW
Na dat 10de jaar verdient de werknemer per werkjaar een halve maand WW
Als een werknemer na zijn WW-uitkering nog geen werk heeft, komt hij in aanmerking voor de
participatiewet.
Als je een salaris verdient of een uitkering hebt, betaal je mee aan de volksverzekeringen. Dat kan op
2 manieren. Als je in loondienst werkt, dan houdt de werkgever de premie in op je loon en draagt hij
dit af aan de belastingdienst, maar je kunt de premie ook betalen via de aanslag inkomstenbelasting,
De sociale voorzieningen zijn een aanvulling op het stelsel van sociale zekerheid omdat ze ervoor
zorgen dat mensen opgevangen als ze financieel gezien tussen de gaten van verschillende
uitkeringen vallen en daardoor onder het bestaansminimum terechtkomen. De sociale voorzieningen
zorgen ervoor dat iedereen genoeg geld heeft om eten en kleding te kopen en een woningen te
betalen.
Ziektewet (ZW): voor mensen die op het moment dat ze ziek worden niet in dienst zijn bij een
werkgever maar wel opzoek zijn naar werk.
Bijvoorbeeld: als ze gebruik maken van de WW of participatiewet.
Wia/ WAO: zorgt voor inkomen als een werknemer langer dan 2 jaar arbeidsongeschikt is. De
werkgever heeft de eerste 2 jaar loondoorbetalingsplicht voor de werkgever of er is een uitkering van
de ZW.
Werkeloosheidswet (WW): biedt een uitkering aan werknemers die tegen hun wil werkloos zijn. De
hoogte de duur van deze uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden van de werkneer en van zijn
laatstverdiende loon.
WAZO: het gaat om verlof waarmee je voor een ander kunt zorgen.
Kent vormen van betaald en onbetaald verlof. In beide gevallen behoudt de werknemer recht op
werknemersverzekeringen.
- Zwangerschapsverlof (betaald)
- Adoptieverlof en pleegzorgverlof (6 weken betaald verlof)
- Kort verzuimverlof (betaald)
- Geboorteverlof (5 dagen volledig betaald verlof, extra 5 weken geboorteverlof = 70% van je
salaris doorbetaald)
- Kort en langdurig zorgverlof
- Ouderschapsverlof (tijdelijk minder werken tot je kind 8 jaar is)
Duur van de WW:
Wekeneis: 26 weken van de 36 weken = 3 maanden WW
Jareneis: 4 van de 5 jaar gewerkt = aanvullend
Een jaar telt mee als de werknemer minstens 52 of 208 uur heeft gewerkt
De eerste 10 werkjaren verdient de werknemer per werkjaar 1 maand WW
Na dat 10de jaar verdient de werknemer per werkjaar een halve maand WW
Als een werknemer na zijn WW-uitkering nog geen werk heeft, komt hij in aanmerking voor de
participatiewet.