Persoonlijke basiszorg
spijsvertering
Stofwisseling vs spijsvertering:
Stofwisseling= 24 uur per dag in de lichaamscellen
Spijsvertering= na de maaltijd in het spijsverteringskanaal
Stofwisseling vind plaats in de spijsvertering
Functie spijsverteringsstelsel:
Tractus digestivus= spijsvertering
Opname
Fijnmaken
Vervoeren
Afbreken en verteren
Afvoeren
Mond (os):
bouw:
functie: fijn maken van voedsel
slokdarm (oesophagus)
bouw: slappe wand met verschillende spieren peristaltische beweging
functie: vervoeren van voedsel
Maag (ventriculus)
bouw: glad en dwars gesteepte spierweefsel
functie:
dunne darm (intestinum)
bestaat uit:
twaalfvingerige darm (duodenum)
nuchter darm (jejunum)
kronkeldarm (ileum)
Functie: opnamen van koolhydraten en eiwitten en ze vervoeren vetten af.
Lever (hepar)
, Bouw: grootste en zwaarste klier, niet heel stevig meest bloedrijke orgaan
Functie:
Suikerstofwisseling
Vetstofwisselingen
Eiwitstofwisseling
Galproductie
Opslag van vet
Ontgiften
Zorg voor warmte productie
Voeding en gezondheid
Functie van voeding:
1. lichamelijke functie
2. psychische functie
3. sociale functie
Voedingsstoffen:
1. energieleverende stoffen (vetten, koolhydraten en eiwitten)
2. bouwstoffen (water, mineralen)
3. regulerende stoffen (water mineralen)
Koolhydraten:
Suikers, zetmeel en voedingsvezels
Vetten:
1. Leveren van energie
2. leveren in vet oplosbare vitamine
Vitamine A,D,E en K
3. isolatie
4. beschermen van organen
5. plantaardige en dierlijke vetten
6. niet te veel en kies voor de juiste soort
Vetten= triglyceride
leveren energie
onverzadigde vetten
verzadigd vet
Cholesterol:
Ldl zorgt voor slipping van de aderen, Hdl ruimt dit weer op.
Eiwitten:
1. Belangrijke bouwstoffen
spijsvertering
Stofwisseling vs spijsvertering:
Stofwisseling= 24 uur per dag in de lichaamscellen
Spijsvertering= na de maaltijd in het spijsverteringskanaal
Stofwisseling vind plaats in de spijsvertering
Functie spijsverteringsstelsel:
Tractus digestivus= spijsvertering
Opname
Fijnmaken
Vervoeren
Afbreken en verteren
Afvoeren
Mond (os):
bouw:
functie: fijn maken van voedsel
slokdarm (oesophagus)
bouw: slappe wand met verschillende spieren peristaltische beweging
functie: vervoeren van voedsel
Maag (ventriculus)
bouw: glad en dwars gesteepte spierweefsel
functie:
dunne darm (intestinum)
bestaat uit:
twaalfvingerige darm (duodenum)
nuchter darm (jejunum)
kronkeldarm (ileum)
Functie: opnamen van koolhydraten en eiwitten en ze vervoeren vetten af.
Lever (hepar)
, Bouw: grootste en zwaarste klier, niet heel stevig meest bloedrijke orgaan
Functie:
Suikerstofwisseling
Vetstofwisselingen
Eiwitstofwisseling
Galproductie
Opslag van vet
Ontgiften
Zorg voor warmte productie
Voeding en gezondheid
Functie van voeding:
1. lichamelijke functie
2. psychische functie
3. sociale functie
Voedingsstoffen:
1. energieleverende stoffen (vetten, koolhydraten en eiwitten)
2. bouwstoffen (water, mineralen)
3. regulerende stoffen (water mineralen)
Koolhydraten:
Suikers, zetmeel en voedingsvezels
Vetten:
1. Leveren van energie
2. leveren in vet oplosbare vitamine
Vitamine A,D,E en K
3. isolatie
4. beschermen van organen
5. plantaardige en dierlijke vetten
6. niet te veel en kies voor de juiste soort
Vetten= triglyceride
leveren energie
onverzadigde vetten
verzadigd vet
Cholesterol:
Ldl zorgt voor slipping van de aderen, Hdl ruimt dit weer op.
Eiwitten:
1. Belangrijke bouwstoffen