Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

HC 4 BPR

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
7
Geüpload op
02-11-2023
Geschreven in
2020/2021

Omvat het college 4 van het vak BPR aan de EUR in Bachelor Jaar 2.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

HOORCOLLEGE 4A

HOOFDVRAGEN
1. Welke feiten moeten worden bewezen?
2. Welke partij moet bewijzen?
Het begint in art. 149 Rv en die moet je aandachtig lezen en analyseren.


ART. 149 RV EN STELPLICHT
Lid 1 eerste volzin: Tenzij uit de wet anders voortvloeit, mag de rechter slechts die feiten of rechten
aan zijn beslissing ten grondslag leggen, die in het geding aan hem ter kennis zijn gekomen of zijn
gesteld en die overeenkomstig de voorschriften van deze afdeling zijn komen vast te staan.


Terug naar het voorbeeld:
Er was een geldlening aan mevrouw van Dam. Van Mierlo stelt als feit dat hij haar €100 heeft gegeven
en ik stel het daaruit voortvloeiende recht dat dat een geldlening is en dat zij verplicht is om dat aan
haar terug te geven. Mevrouw van Dam zegt dat het feit dat hij haar geld heeft gegeven, dat klopt.
Maar het recht dat hij zegt te hebben klopt niet, want het geven was niet in het kader van het tot stand
gekomen geldleningsovereenkomst, maar het was een schenking.


Dan zie je dat er feiten/rechten aan de ene kant staan (dus het geven en lenen) en aan de andere
kant (geven en schenken). Dus die moeten dan overeenkomstig de voorschriften van deze afdeling 9
komen vast te staan. Dat betekent dat die door een van de partijen, de feiten die zij stellen en het
rechtsgevolg dat zij daaraan verbinden, zal door een van hen beiden moeten worden bewezen.


Lid 1 tweede volzin: Feiten of rechten die door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of
niet voldoende zijn betwist, moet de rechter als vaststaand beschouwen, behoudens zijn bevoegdheid
bewijs te verlangen, zo vaak aanvaarding van de stellingen zou leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter
vrije bepaling van partijen staat.


Dus:
Als ik stel dat het feit van het geven van het geld en het recht dat daaruit voortvloeit, omdat het een
geldlening is dat mevrouw van Dam moet terugbetalen. Dan zijn dat feiten die door mij zijn gesteld. En
als mevrouw van Dam dat niet of niet voldoende betwist, dat ze dan niks zegt. Dus ze kan zeggen ‘het
klopt’, dan geldt dat voor de rechter als vaststaand. En dat is de procedurele waarheid.


STELPLICHT NADER BESCHOUWD
Beiden partijen moeten feiten/rechten gaan stellen, want als de een iets stelt, en de ander stelt daar
niks tegenover of ontkent het niet, dan staat daarmee het feit vast.


Partijen stellen de feiten die nodig zijn voor het intreden van het rechtsgevolg.
 Het is dus niet de rechter die de feiten aan het aanvullen is. Het zijn partijen die dit doen
 Artikel 23, 24 en 149 Rv
 Donkersgoed/Janssen

, DONKERSGOED/JANSSEN
Er was een apotheek met een bovenwoning. En de apotheek wil die bovenwoning hebben voor eigen
gebruik. De rechter bij het Hof ging toen via internet extra feiten erbij opzoeken. En dan heeft hij via
het internet gevonden wat het apothekersteam was. Hierdoor zei hij: “als ik het apothekersteam zie
dan heb je te weinig ruimte beneden, dus dan moet je wel een ontspanningsruimte boven hebben.”
 De rechter heeft hier toen verboden feiten aangevuld en dat mag niet.
 Op basis van de aan de website ontleende feiten en omstandigheden heeft het Hof een
beslissing genomen zonder daartoe partijen in de gelegenheid te stellen zich hierover uit te
laten, hetgeen in strijd is met het beginsel van hoor en wederhoor. Volgens de Hoge Raad
mag een rechtsprekende instantie, zoals in dit geval het Hof, niet op eigen beweging
informatie op het internet verzamelen en deze gebruiken als motivering voor zijn beslissing als
hij partijen niet in de gelegenheid heeft gesteld argumenten hierover naar voren te brengen.


STELPICHT EN MATERIËLE RECHT
Het belang van het materiële recht bij de stelplicht is groot. Voorbeeld:
- Tijdens het inleidende praatje hebben we verschillende casusposities waar het procesrecht
een rol speelt. Een van die posities was het gebroken ruit. Er was een ster in een ruit. Die ster
is er bewust ingegooid door een stenenwerper meneer X. Juridisch naar het materiële recht
wordt daardoor de stenengooier X inbreuk gemaakt op mijn eigendomsrecht en dat is
onrechtmatig → art. 6:162 BW


Voor de stelplicht van de eiser zijn die feiten enorm van belang. Want als je de feiten niet goed stelt,
kom je niet tot de conclusie dat er een aansprakelijkheid is. En die feiten moet je ook in het fundament
van de dagvaarding zetten (art. 111 onder lid 2 sub d Rv). Dezelfde feiten zijn belang voor het
weerleggen van het verweer.
 Dus de stelplicht is van belang voor het fundament van de dagvaarding en ook voor het
weerleggen van het verweer.


Je hebt ook een waarheidsplicht: art. 21 Rv. Hier zie je ook dat er streng wordt gekeken. Want voor
de materiële norm heb je de feiten nodig want die feiten moet je stellen in het fundament en die moet
je juist en volledig stellen. Als de rechter erachter komt dat ze niet volledig zijn of niet naar waarheid,
dus je de rechter bewust op een verkeerd been wil zetten. Dan kan de rechter daaruit de
gevolgtrekking maken die jij geraden dacht.


WELKE FEITEN BEHOEVEN (GEEN) BEWIJS? ART. 149 RV
In art. 149 Rv: sommige feiten hoef je niet te bewijzen.
Geen bewijs behoeven:
 Processuele feiten
 Gestelde, niet voldoende betwiste feiten (tenzij …)
 Notoire feiten, feiten van algemene bekendheid (feiten van het internet: Donkersgoed/Jansen)
Als gedaagde moet je goed kijken welke feiten zijn aangehaald door de eiser. En goed kijken of al die
gestelde feiten voldoende betwist zijn, want zo niet dan staan die feiten vast.


Wel bewijs behoeven:
 Gestelde feiten, die voldoende zijn betwist
 Alleen gestelde feiten voor zover die van belang zijn voor het ingeroepen
rechtsgevolg. Er kunnen allerlei feiten worden gesteld die volstrekt irrelevant zijn.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
2 november 2023
Aantal pagina's
7
Geschreven in
2020/2021
Type
College aantekeningen
Docent(en)
-
Bevat
College 3

Onderwerpen

$5.38
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
merle_1234 De Nassau (Breda)
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
88
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
73
Documenten
111
Laatst verkocht
10 maanden geleden

4.2

25 beoordelingen

5
8
4
13
3
4
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen