vrijwillige en onvrijwillige contexten
Celina Lodewijks (1670457)
Klas: VD17
Docent: Ellen de Wit
Vak: Themadeel
Woorden aantal: 4033
Datum:
,Voorwoord
“Ik loop stage op De Ziep. Dit is het voortgezet speciaal onderwijs in Didam en onderdeel van de
onderwijsspecialisten. We geven hier onderwijs aan leerlingen van twaalf tot achttien jaar met een
specialistische hulpvraag of zeer intensieve ondersteuningsbehoefte (Onze school | De Ziep, z.d.). We
bieden zowel theoretisch als praktisch onderwijs aan, om onze leerlingen te begeleiden in het zo
zelfstandig mogelijk worden. Onder het praktische onderwijs valt dan het onderdeel stage. De
leerlingen van de middenbouw en de bovenbouw lopen een aantal dagen in de week stage. Sommige
hebben dan een externe stage, maar de meeste een interne. Hier leren ze bijvoorbeeld koken,
schoonmaken of om de tuin te onderhouden.” (Lodewijks, 2023).
De visie van De Ziep klinkt als volgt: “We stemmen ons onderwijs af op de wensen, de behoeften en
mogelijkheden van de individuele leerling. We betrekken leerlingen actief bij hun leerproces en we
bieden ze keuzeruimte. Dat wil niet zeggen dat leerlingen alleen maar doen wat ze leuk vinden. Wij
streven er juist naar dat ze allemaal een brede basis aan kennis en vaardigheden ontwikkelen. Zo
bereiden we onze leerlingen samen zo goed mogelijk voor op hun toekomst op het gebied van werk,
wonen, vrije tijd en burgerschap.” (Leerlingen | De Ziep, z.d.-b). Hieruit blijkt dat wij als school staan
voor maatwerk binnen het onderwijs, dat is afgestemd op de behoeften van de leerlingen. De visie zal
gedurende dit verslag vaker naar voren komen.
Voor dit verslag heb ik gekeken naar de twee meegenomen spanningsvelden van de eerdere
opdracht.
Het eerste spanningsveld gaat over het geven van passende begeleiding die bij elke leerling anders
kan zijn en het geven van standaard begeleiding omdat organisaties het zo bedacht hebben. De
school staat voor passende begeleiding, maar deze vorm van begeleiding wordt niet altijd
gehanteerd. Hoe komt dit en wat zijn de kansen en kwetsbaarheden van de verschillende vormen van
begeleiding?
Het tweede spanningsveld gaat over autonome en heteronome afspraken en omgang met de
leerlingen. De school staat voor een autonome manier.
1
, Inhoudsopgave
Passende begeleiding vs. begeleiding volgens uniforme richtlijnen.......................................................3
1.1 Aard, relevantie en urgentie.........................................................................................................3
1.2 Kansen en kwetsbaarheden..........................................................................................................4
1.2.1 Micro......................................................................................................................................4
1.2.2 Meso......................................................................................................................................4
1.2.3 Macro.....................................................................................................................................5
1.3 Samenwerking betrokkenen.........................................................................................................6
1.4 Creatieve middelen.......................................................................................................................7
1.5 Middelen organisatie....................................................................................................................8
Autonoom vs. heteronoom....................................................................................................................9
2.1 Aard, relevantie en urgentie.........................................................................................................9
2.2 Kansen en kwetsbaarheden........................................................................................................10
2.2.1 Micro....................................................................................................................................10
2.2.2 Meso....................................................................................................................................10
2.2.3 Macro...................................................................................................................................11
2.3 Samenwerking betrokkenen.......................................................................................................12
2.4 Creatieve middelen.....................................................................................................................13
2.5 Middelen organisatie..................................................................................................................14
Meerwaarde sociaal werk binnen de organisatie.................................................................................15
Mijn visie/conclusie..............................................................................................................................16
Bronnenlijst..........................................................................................................................................17
2