Hoorcollege 7: (Functoneell daderschap, daderschap van de rechtspersoon, Feitelijke leidinggeven
Daderschap
Daderschap: het begaan van het gedrag waarmee de delictsomschrijving wordt vervuld. Dat
veronderstelt doorgaans een zekere zichtbaarheid/waarneembaarheid.
Een strafrechtelijk relevante gedraging
Wilsvrijheid en bewustzijn
Als ik iemand opzeteliik mishandel in de zin van art.300 Sr dan veroorzaak ik duss opzeteliik piin of
letsel bii die ander. Dat is ook voor derden waarneembaar/zichtbaar.
1. Een kwaliike bedoeling in het hoofd van de dader is op zichzelf nog niet genoeg. Die kwaliike
bedoeling moet zich tot op zekere hoogte ook hebben verwezenliikt.
Vorige college ook gezien dat zo’n bedoeling moet ziin omgezet tot op zekere hoogte in daden. Pas
dan kusn ie spreken van voorbereiding, poging of een voltooid delict.
Dat betekent dat de vraag naar het daderschap formeelrechteliik aanknoopt bii de 1ste vraag van art.
350 Sv = bewijsvraag (of de verdachte de ten laste gelegde feit ook daadwerkeliik heef begaan).
Bii het opstellen van een tenlastelegging laat een weldenkend OvJ zich natususrliik leiden door de d.o.
die op dat gedrag van toepassing zous kusnnen ziin. Het moet gaan om een strafrechtelijk relevante
gedraging = 2de vraag van art. 350 Sv = kwalifcatevraag.
Dat betekent als wii spreken over strafrechteliike daderschap dat het dan gaat om een strafrechteliik
relevant duss onder een d.o. te brengen gedraging.
Een strafaar kent een objecteve en een subjecteve zijde.
2. Objecteve zijde: betrekking op de gedraging
3. Subjecteve zijde: betrekking op de dader. Meer op de vraag naar de intente van dader ten
tide van het feit.
4. De strafrechteliik relevante gedraging veronderstelt duss als het ware een zekere mate van
wilsvrijheid en van enig bewustzijn van wat men doet. Dat zagen we in het 3de college over
opzet, maar ie kusnt het wat rusimer benaderen.
- Vb. us kriigt voor het eerst in usw leven een epileptsche aanval, waardoor ie omvalt en door
een winkelrusit heengaat en die scherven vallen zo in de hoofd van een ander die daardoor
zwaar lichameliik letsel oploopt. Dan is usw val in beginsel niet aan te merken als een
strafrechteliik relevante gedraging. Mede omdat van enig bewusstziin op dat moment aan usw
ziide geen sprake was.
Strafrechtelijk relevante gedraging: vroeger en nu
5. In de 19de eeusw handeling/ doen: gewilde spierbeweging
6. Nalaten: niet nakomen van een rechtsplicht om te doen
7. Schending van een zorgplicht
8. Hebben/creëren/ in stand houden van een toestand
Hoewel in de beleving van de wetgever de gewilde spierbeweging voorop stond: mishandeling,
elkaar verkopen van een paar klappen, diefstal het wegnemen van een voorwerp. Hoewel dat soort
spierbewegingen voorop stonden als het ging om daderschapskwestes was de wetgever natususrliik
ook niet blind voor het feit dat ie strafrechteliik relevante gedragingen ook kusnt verrichten door stl
te ziten nalaten. Strafaar nalaten betekent stl ziten, terwiil ie eigenliik had moeten handelen. Je
komt een rechtsplicht niet na om iets te doen vb. art. 444 Sr is een overtreding. Als us opzettelijk
nalaat te verschiinen is het een misdrijf art. 192 Sr.
Daderschap
Daderschap: het begaan van het gedrag waarmee de delictsomschrijving wordt vervuld. Dat
veronderstelt doorgaans een zekere zichtbaarheid/waarneembaarheid.
Een strafrechtelijk relevante gedraging
Wilsvrijheid en bewustzijn
Als ik iemand opzeteliik mishandel in de zin van art.300 Sr dan veroorzaak ik duss opzeteliik piin of
letsel bii die ander. Dat is ook voor derden waarneembaar/zichtbaar.
1. Een kwaliike bedoeling in het hoofd van de dader is op zichzelf nog niet genoeg. Die kwaliike
bedoeling moet zich tot op zekere hoogte ook hebben verwezenliikt.
Vorige college ook gezien dat zo’n bedoeling moet ziin omgezet tot op zekere hoogte in daden. Pas
dan kusn ie spreken van voorbereiding, poging of een voltooid delict.
Dat betekent dat de vraag naar het daderschap formeelrechteliik aanknoopt bii de 1ste vraag van art.
350 Sv = bewijsvraag (of de verdachte de ten laste gelegde feit ook daadwerkeliik heef begaan).
Bii het opstellen van een tenlastelegging laat een weldenkend OvJ zich natususrliik leiden door de d.o.
die op dat gedrag van toepassing zous kusnnen ziin. Het moet gaan om een strafrechtelijk relevante
gedraging = 2de vraag van art. 350 Sv = kwalifcatevraag.
Dat betekent als wii spreken over strafrechteliike daderschap dat het dan gaat om een strafrechteliik
relevant duss onder een d.o. te brengen gedraging.
Een strafaar kent een objecteve en een subjecteve zijde.
2. Objecteve zijde: betrekking op de gedraging
3. Subjecteve zijde: betrekking op de dader. Meer op de vraag naar de intente van dader ten
tide van het feit.
4. De strafrechteliik relevante gedraging veronderstelt duss als het ware een zekere mate van
wilsvrijheid en van enig bewustzijn van wat men doet. Dat zagen we in het 3de college over
opzet, maar ie kusnt het wat rusimer benaderen.
- Vb. us kriigt voor het eerst in usw leven een epileptsche aanval, waardoor ie omvalt en door
een winkelrusit heengaat en die scherven vallen zo in de hoofd van een ander die daardoor
zwaar lichameliik letsel oploopt. Dan is usw val in beginsel niet aan te merken als een
strafrechteliik relevante gedraging. Mede omdat van enig bewusstziin op dat moment aan usw
ziide geen sprake was.
Strafrechtelijk relevante gedraging: vroeger en nu
5. In de 19de eeusw handeling/ doen: gewilde spierbeweging
6. Nalaten: niet nakomen van een rechtsplicht om te doen
7. Schending van een zorgplicht
8. Hebben/creëren/ in stand houden van een toestand
Hoewel in de beleving van de wetgever de gewilde spierbeweging voorop stond: mishandeling,
elkaar verkopen van een paar klappen, diefstal het wegnemen van een voorwerp. Hoewel dat soort
spierbewegingen voorop stonden als het ging om daderschapskwestes was de wetgever natususrliik
ook niet blind voor het feit dat ie strafrechteliik relevante gedragingen ook kusnt verrichten door stl
te ziten nalaten. Strafaar nalaten betekent stl ziten, terwiil ie eigenliik had moeten handelen. Je
komt een rechtsplicht niet na om iets te doen vb. art. 444 Sr is een overtreding. Als us opzettelijk
nalaat te verschiinen is het een misdrijf art. 192 Sr.