revolutie
Intro-paragraaf
Hoe heet dit tijdvak?
1700-1800 (de 18de eeuw) - de tijd van ‘pruiken en revoluties’ of
de ‘verlichting’.
Waar gaat het over?
Het hoofdstuk gaat over rijkdom, luxe voor een hele kleine groep.
Alles wat Frans was, was in de mode, Frans spreken, kleden etc.
Maar er ging wat veranderen…er kwamen mensen in opstand, dat
heet:
Een REVOLUTIE!
Paragraaf 1 Het is oneerlijk verdeeld
Er waren verschillende standen:
KONING - De koning stond bovenaan– hij had de
absolute
macht
Standen: 1. De geestelijken
2. adel – ministers etc….onbezorgd leven
3. de “rest”: - (rijke) burgers
- veel verschillende beroepen, de
1 weer hoger dan de ander zoals
- ambachtslieden
- winkeliers
- boeren
Koning – hoefde zich voor niemand te verantwoorden, regeerde
met ministers & ambtenaren. Iedereen moest doen wat de koning
zei. De ministers waren wel 2e stand.
Hoe heet deze manier van regeren?
1
, Absolutisme – een vorm van regeren waarbij de koning alle macht
heeft, je mag géén kritiek op de koning hebben.
Wie had de koning deze macht gegeven?
God, tenminste dat dachten de mensen
Hoe heet dit, “macht via God gekregen”?
Droit divin = het goddelijke recht, de koning is door God
aangewezen
Leefden de koning en ministers in rijkdom?
Ja, er waren theehuizen en mooie paleizen
Noem een bekend paleis uit die tijd:
Versailles, vlakbij Parijs, hier woonde de koning
Over welke koning hebben we het?
Koning Lodewijk XIV (was 5 jaar oude toen zijn vader overleed,
was te jong om koning te zijn, op zijn 18e was hij een machtige
koning, de ZONNEKONING!) Tijdens revolutie onthoofd, samen met
zijn vrouw Marie-Antoinette
Waar woonde de adel?
Ook in de buurt van Versailles, dichtbij de koning, dat wilde hij
graag om ze in de gaten te houden. En de adel vond het ook
prima, zo waren ze “belangrijk’!
Hoe was de 1e, 2e en 3e stand verdeeld?
1e + 2e stand – 2% van de bevolking, ong. 500,000 Fransen -> ze
bezaten 75% van alle GROND en BEZITTINGEN in Frankrijk!
3e stand – de rest dus, 98% van de bevolking met maar 25%
grond/bezittingen
Wie betaalde het luxeleven, de paleizen, feestjes en kleren van de
adel?
De grootste groep: 3e stand!
Hoe deden ze dat?
Ze betaalden héél veel belasting
En de koning en ministers?
Die betaalden bijna geen belasting
2