Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Scheikunde H1, 2, 3, 4, 5, 6 - VWO4

Rating
-
Sold
-
Pages
16
Uploaded on
03-11-2023
Written in
2022/2023

H1: Atoombouw en binding H2: Petrochemie H3: Chemisch rekenen H4: Zouten H5: Oplossen en mengen H6: Reactiesnelheid en evenwicht

Level
Course

Content preview

HOOFDSTUK 1: ATOOMBOUW EN BINDING

H1.1: Drie soorten stoffen
In periodiek systeem:
Groep 17 = de halogenen (erg reactief)
Groep 18 = de edelgassen (niet reactief)

 Metalen
 Geleiden stroom in vaste en vloeibare fase.
 Moleculaire stoffen
 Geleiden geen stroom, doordat de elektronen vastzitten in een binding tussen de
atomen, of bij één atoom horen, kunnen ze zich niet van het ene naar het andere molecuul
verplaatsen.
 Zouten
 Bij kamertemperatuur vaste fase.
 Geleiden alleen stroom als opgelost of gesmolten.

Verbinding is een ander woord voor ontleedbare stof.
Bindingen komen voor tussen atomen of tussen moleculen.

H1.2: Atoombouw en het periodiek systeem
Elektronen = negatief geladen, massa 0  Gelijk aan protonen wanneer atoom neutraal is
Protonen = positief geladen, massa 1u  Atoomnummer
Neutronen = neutraal geladen, massa 1u  Massagetal = aantal protonen + neutronen

In elektronenschillen (K, L, M, N…) kun je de elektronenconfiguratie vinden in (Binas 99).

Isotopen = atomen met hetzelfde atoomnummer (aantal protonen), maar met verschillend aantal
neutronen (verschillend massagetal). (Binas 25A)
 In isotoop staat atoomnummer onder en massagetal boven.

M = molecuulmassa g/mol

H1.3: Moleculaire stoffen
Atoombinding (covalente binding) = een aantrekkende kracht tussen atomen. Wordt gevormd door
een gemeenschappelijk elektronenpaar, dat bijv. twee positief geladen waterstofkernen bij elkaar
houdt: H – H

Covalentie = het aantal bindingen dat een atoom kan vormen.
- Groep 18 heeft covalentie 0, want die zijn niet reactief.
- H heeft covalentie 1
- Groep 17 heeft covalentie 1
- Groep 16 heeft covalentie 2
- Groep 15 heeft covalentie 3
- Groep 14 heeft covalentie 4

Structuurformule = het tekenen van een molecuul, alleen de elektronenparen die een atoombinding
vormen worden getekend.

Molecuulbinding (vanderWaalsbinding) = een zwakke aantrekkende kracht tussen moleculen.

, Zwaardere moleculen trekken elkaar sterker aan; dus stoffen met zwaardere moleculen hebben
een hoger smelt- en kookpunt.

In vaste fase zitten moleculen in een molecuulrooster, bij verdampen of oplossen worden de zwakke
vanderWaalsbinding tussen de moleculen verbroken.
 De sterkere atoombindingen in het molecuul worden alleen verbroken bij een reactie.
 Koolstof heeft een atoomrooster.

H1.4: Zouten
De geladen deeltjes in een zoutoplossing heten ionen.  Een ion ontstaat doordat een atoom een of
meer elektronen afstaat op opneemt. De lading van ionen kun je vinden in

Valentie-elektronen = het aantal elektronen in de niet gevulde buitenste schil.
Elektrovalentie = de lading van een ion (Binas 40A).

Er zijn metalen die ionen met een verschillende lading kunnen vormen, dan vermeld je de lading met
een romeins cijfer tussen haakjes Fe(III) = Fe3+

Verhoudingsformule/zoutformule = de formule die de verhouding tussen de ionen weergeeft
 De som van de positieve en negatieve lading moet nul zijn.

Ionbinding = In een zout trekken de negatieve en positieve ionen elkaar aan; sterker dan een
vanderWaalsbinding.
 Zorgt ervoor dat zouten bij kamertemperatuur allemaal vast zijn.

In het ionrooster van een zout zijn de positieve en negatieve ionen gerangschikt.

H1.5: Metalen
Metalen bestaan uit metaalionen en vrije elektronen die elkaar sterk aantrekken = metaalbinding.

Kenmerken metalen = een hoog smeltpunt, een goede geleidbaarheid voor elektriciteit en warmte
en een goede vervormbaarheid.

Vrije elektronen = elektronen in de buitenste schil van een metaalatoom.  Deze kunnen van ion
naar ion overstappen en houden zo de metaalionen bij elkaar in een metaalrooster.

Legering = een mengsel van gesmolten metalen, er ontstaan roosterfouten en daardoor is de
legering meestal harder dan een afzonderlijk metaal.

, HOOFDSTUK 2: PETROCHEMIE

H2.1: Fossiele brandstoffen
Fossiele brandstoffen = jaren geleden ontstaan door het afsterven van levende organismen.
 Steenkool, aardgas en aardolie. Het zijn koolwaterstoffen.

Aardolie wordt gescheiden in destillatietorens. Door gefractioneerde destillatie ontstaan fracties
met verschillende kooktrajecten.
 Stoffen met afnemend kookpunt en kleinere dichtheid komen bovenaan in de destillatietoren.
 Stoffen met toenemen kookpunt en grotere dichtheid komen onderaan in de destillatietoren.

De vanderWaalsbindingen in lichte moleculen koolwaterstoffen (zoals methaan, butaan en propaan)
zijn zwak en hebben daardoor een laag kookpunt.

Als grondstoffen niet volledig worden omgezet in een blokschema, worden ze teruggevoerd in de
reactor = recirculeren.

Een chemisch proces kan uitgevoerd worden als continuproces of batchproces.
 Continuproces = de stofstroom wordt niet onderbroken dn het proces wordt niet stilgelegd, de
processen in de petrochemie gaan dag en nacht het hele jaar door. Grote hoeveelheden (kunststof).
 Batchproces = er wordt in een keer een hoeveelheid gemaakt waarbij de reactor wordt gevuld
met beginstoffen en na het proces wordt die weer leeggehaald en schoongemaakt.

H2.2: Alkanen en cycloalkanen
Formule alkanen: CnH2n+2

Alkanen (Binas 66):
Heptaan  7 C
Octaan  8 C
Nonaan  9 C
Decaan  10 C

Structuurformule is een tekening van een molecuulformule.
 Bij 1 molecuulformule zijn soms meerdere structuurformules = isomeren.
 Isomeren hebben verschillende stofeigenschappen.
 Systematische naamgeving voor de isomeren geeft aan hoe je het isomeer tekent.

Bepaalde zijgroepen:
- Methyl = CH3
- Ethyl = CH2-CH3
- Propyl = CH2-CH2-CH3

Cycloalkanen zijn koolwaterstoffen met een ringstructuur en de algemene formule: CnH2n

Naamgeving:
 Numerieke voorvoegsels gebruik je uitsluitend bij moleculen om het aantal atomen per soort aan
te geven: Mono, di, tri, etc.

Romeinse cijfers gebruik je alleen bij zouten.
 Je mag ze niet zomaar gebruiken, alleen bij positieve ionen als het element als ion meerdere
verschillende ladingen kan hebben.

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
Unknown
School year
4

Document information

Uploaded on
November 3, 2023
Number of pages
16
Written in
2022/2023
Type
SUMMARY

Subjects

$9.56
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
sophiefokkens
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
14
Member since
4 year
Number of followers
13
Documents
12
Last sold
5 months ago

5.0

5 reviews

5
5
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions