MINOR SPORT EN FYSIOTHERAPIE
Rebecca Veuger
432722 |
,Inhoud
week 2: motivatie en doelen stellen.......................................................................................................2
week 3: zelfvertrouwen en concentratie................................................................................................6
werkcollege..........................................................................................................................................11
spanning en presteren onder druk.......................................................................................................13
Eetstoornissen......................................................................................................................................18
Visualiseren..........................................................................................................................................20
Werkcollege..........................................................................................................................................22
, week 2: motivatie en doelen stellen
motivatie is de richting en de intensiteit van iemand inspanning
richting en intensiteit zijn nauw aan elkaar verwant, en altijd aan elkaar gerelateerd
Richting verwijst naar het feit of een persoon op zoek is, benadert of
voelt zich aangetrokken tot bepaalde situaties.
intensiteit verwijst naar hoeveel moeite een persoon levert in een
Bijzondere situatie
motief: je hebt een bepaald motief om iets een bepaalde tijd vast te houden, stabiel gemotiveerd
behoefte: deze is heel instabiel, bijvoorbeeld de behoefte om te drinken
Motief: kenmerken (relatief stabiel) die gedrag initiëren.
Motieven hangen samen met wat mensen belangrijk voor hen vinden.
• Bijvoorbeeld: prestatiemotief, machtsmotief of gezondheidsmotief
• Ervaringen om drijfveren te ontwikkelen
• Alleen in specifieke situaties
Behoefte: komt voort uit een tekort (instabiel)
• Fysiek: zuurstof, ademhaling, water
• Psychologisch: succeservaringen, aandacht
Drive: behoefte die gedrag initieert om aan die behoefte te voldoen. Uitschakelen
lichamelijke en psychische deficiëntie
drive: is om de behoefte te elimineren
soorten motivatie:
Trait-centered view gemotiveerd gedrag is die heel erg bij jou als
persoonlijkheid past
Gemotiveerd gedrag is in de eerste plaats een
functie van
individuele kenmerken (persoonlijkheid,
behoeften, interesses, doelen)
Situation-centered view de situatie zorgt ervoor dat je gemotiveerd bent
om iets te doen, bijvoorbeeld te luisteren
Het motivatieniveau wordt voornamelijk
bepaald door
de situatie (coach, ouders
Interactional view Gemotiveerd gedrag wordt bepaald door
deelnemer
factoren en situatiefactoren
dus combinatie van bovenstaande
achievement motivation: de motivatie komt doordat je streeft naar een bepaald doel, winnen.
is de neiging om naar succes te streven, te volharden in het aangezicht van mislukking, en
Ervaar trots op prestaties.