Leerdoelen:
1- De minimumeisen van democratie kennen;
2- Kunnen beschrijven en toepassen hoe in Nederland het kiesrecht is uitgewerkt;
3- Op welke wijze de verkiezingen van de Tweede en Eerste kamer plaatsvindt;
4- Aan kunnen geven welke rol politieke partijen vervullen;
5- De verschillende regeringsvormen kunnen aanduiden.
Eisen van de democratie:
- Democratie ziet op de legitimiteit van de bevoegdheidsuitoefening, niet alleen in de zin
van berusting door de burger, maar in de aanvaarding van de burger.
- Minimumeisen welke het democratieprincipe stelt aan de inrichting van het openbaar
bestuur, aan de procedure van besluitvorming en aan de inhoud van besluiten, zijn:
a. actief kiesrecht
b. passief kiesrecht (gekozen worden)
c. het recht om naar politieke machtsverwerving te streven
d. iedereen heeft politieke grondrechten (o.a. uitingsvrijheid en vrijheid van vereniging)
e. vertegenwoordigde organen hebben invloed om de besluitvorming
f. er is openbaarheid van besluitvorming
g. in de besluitvorming wordt de meerderheidsregel gehanteerd
h. rechten van minderheden worden gerespecteerd
Ad a: actief kiesrecht:
- De algemeen vertegenwoordigende organen (Staten-Generaal; provinciale staten;
gemeenteraden) worden samengesteld op basis van vrije en geheime verkiezingen.
- Iedere Nederlander bezit het recht om de leden van deze organen te kiezen: actief
kiesrecht.
- Er zijn wel beperkingen en uitzonderingen, zoals de eis dat iemand actief kiesrecht heeft
als hij minimaal 18 jaar is.
- Het algemeen kiesrecht geldt met uitzondering van de Eerste Kamer. Deze leden worden
getrapt gekozen door leden van de provinciale staten.
- De algemeen vertegenwoordigende organen worden gekozen volgens het systeem van
evenredige vertegenwoordiging: een partij krijgt een aantal zetels naar verhouding van
de op haar uitgebrachte stemmen.
- Nadeel van dit systeem is dat er een veelheid van partijen kunnen worden gekozen en
dat de kabinetsformatie moeilijk verloopt. Tevens brengt het nauwelijks een band tussen
kiezers en gekozenen teweeg.
- De kandidaatstelling is in handen van de politieke partijen aangezien er een lijstenstelsel
is. Binnen de lijstenstelsel is er wel de mogelijkheid om met voorkeursstemmen gekozen
te worden en de lijstvolgorde dus te doorbreken.
Ad b: passief kiesrecht:
- Artikel 4 van de Grondwet kent aan een ieder het passief kiesrecht toe. Dat wil zeggen
het recht gekozen te worden.
- De Kieswet stelt dat de verkiesbaarstelling open voor iedereen is, ongeacht of men is
aangesloten bij een politieke partij.
- De invoering van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging is van grote betekenis
geweest voor de partijvorming. Dit stelsel dwingt niet tot coalitievorming of samengaan bij
verkiezingen aangezien iedere partij zelfstandig kans maakt op evenveel zetels.
- Volgens de Grondwet vertegenwoordigen de Staten-Generaal het gehele Nederlandse
volk. Echter heeft een afgevaardigde van een politieke partij niet de verplichting om zijn
stem op een bepaalde wijze uit te brengen.