In de tweede leereenheid wordt ingegaan op de instellingen van de Unie (Eijsbouts, hoofdstuk
2). Je verdiept je kennis over de instellingen van de Europese Unie, hun taken en
bevoegdheden en hun onderlinge verhoudingen.
Inleiding
In leereenheid twee staan de instellingen en rechtsbronnen van de EU centraal. In dit kader
behandelt hoofdstuk twee van Eijsbouts eerst de (belangrijkste) instellingen van de EU en
vervolgens de verschillende rechtsbronnen van het Unierecht.
Alvorens in te gaan op de grondslag, samenstelling, taken, bevoegdheden en institutionele
positie van de belangrijkste instellingen, heeft Eijsbouts eerst aandacht voor de institutionele
verhoudingen in de EU. Zo gaat hij in op het steeds schuivende institutionele evenwicht en op
het feit dat niet alleen de lidstaten maar ook de instellingen loyaal dienen samen te werken op
een wijze die bijdraagt aan het bereiken van de doelstellingen die EU zich heeft gesteld.
Voor wat het onderdeel bronnen betreft wordt aangegeven dat naast het gebruikelijke primaire
en secundaire recht inmiddels ook ‘tertiair’ recht kan worden onderscheiden. Ook zal blijken
dat er daarnaast nog bronnen zijn die tussen het primaire en secundaire recht door laveren.
Bronnen die afhankelijk van de situatie zelfs gebruikt kunnen worden om het primaire recht
uit te leggen of te beperken.
Leerdoelen
Bij deze leereenheid horen de volgende leerdoelen:
Weten wat de betekenis is van een aantal kernbegrippen
Basiskennis ophalen respectievelijk verwerven inzake de (belangrijkste) instellingen van
de EU en derhalve met name de Europese Raad, de Raad, het Europees Parlement, de
Commissie en het Hof van Justitie
Basiskennis ophalen respectievelijk verwerven inzake de rechtsbronnen van de EU
Cursusmateriaal
Studieboek:
Eijsbouts, hoofdstuk 2
Opdracht
Bij deze leereenheid horen de volgende opdrachten:
Bestudeer hoofdstuk 2 van het studieboek (Eijsbouts).
1/12
, Beantwoord vervolgens de vragen met gebruikmaking van het studiemateriaal, Het gaat
erom dat u de betreffende informatie weer paraat heeft, omdat deze de basis vormt voor
hetgeen verder in de onderhavige cursus wordt behandeld. De (antwoorden op de)
herhalingsvragen behoren (eveneens) tot het te bestuderen studiemateriaal van deze
cursus.
BELANGRIJKE ASPECTEN BIJ DIT HOOFDSTUK
1- De Europese instellingen
2- Rechtsbronnen
3- Primair recht
4- Secundair recht
5- Soft law
6- Acquis communautaire
7- Institutioneel evenwicht
8- Institutionele structuur
9- Horizontale en verticale bevoegdhedenverdeling
10-Institutionele verhoudingen
HET INSTITUTIONELE BESTEL VAN DE EUROPESE UNIE
In een normale internationale organisatie is een orgaan, de regeringsconferentie,
de baas. De regeringsconferentie heeft in de EU gestalte gekregen in twee
verschillende instellingen:
a. De Europese Raad; en
b. De Raad van de Europese Unie
De formele instellingen van de Europese Unie zijn:
1. Het Europees Parlement;
2. De Raad van de Europese Unie;
3. De Europese Commissie;
4. Het Hof van Justitie;
5. De Rekenkamer;
6. De Europese Raad;
7. De Europese Centrale Bank.
De Europese Raad en de Europese Centrale Bank zijn bij het Verdrag van
Lissabon opgericht. Het verdrag van Lissabon beoogd de complexe organisatie
van de unie en van haar instellingen overzichtelijker en slagvaardiger te maken
maar ook legitiem. Het verdrag roept tevens de plicht tot loyale samenwerking
voor de instellingen, in aanvulling op de plicht tot het respecteren van elkaars
bevoegdheden en daarmee van het institutionele evenwicht.
2/12