gezondheidszorg H4
Het hoofdstuk bestaat uit drie hoofdthema’s: zelfregulatie, zingeving en taal.
Executieve functies zijn hogere cognitieve processen die nodig zijn om
activiteiten te plannen en te sturen.
ZELFREGULATIE EN EXECUTIEVE FUNCTIES
4.1 Herstel in de psychische gezondheidszorg
In de op herstel gerichte psychische gezondheidszorg gaat het in essentie om vier aspecten:
- In de eerste plaats het klinisch herstel: vermindering van de klachten en symptomen, gericht
op genezing van de aandoening.
- In de tweede plaats het functionele herstel: het herstellen van de essentiële vitale functies
die door de aandoening niet goed ontwikkeld zijn.
- In de derde plaats het maatschappelijk herstel: verbeteren van de sociale positie van de
betrokkene op de gebieden participatie, wonen, werken en relaties.
- In de vierde plaats het persoonlijke herstel: betrokkenen gaan opzoek naar de voor hen
belangrijke waarden, wie ze willen zijn en de zingeving.
Het belang van de aandacht voor al deze aspecten is afhankelijk van de ernst van de aandoening, de
impact op het dagelijks functioneren en de duur van de aandoening. In de somatische zorg krijgt het
herstel van functies (hartfunctie, longfunctie) meer expliciete aandacht dan in de psychische zorg. In
de psychische zorg wordt vooral aandacht gegeven aan rehabilitatie (maatschappelijk herstel); in de
somatische zorg krijgt de revalidatie (functieherstel) meer aandacht. Functioneel herstel is een breed
begrip. In dit verband is onze focus gericht op de executieve functies, dit betreft de processen
waarmee mensen zichzelf kunnen reguleren en daardoor met steun van andere mensen hun doelen
kunnen bereiken.
Onderzoeken executieve functies:
- Complexe executieve functies van kinderen ontstaan vroeger dan gedacht.
- Tweetaligheid bevordert de (executieve) cognitieve functie.
- ADHD beperkt de executieve functies waardoor doelen bereiken minder makkelijk verloopt.
- Zelf musiceren (spelen) heeft een aantoonbaar effect op de hersenen.
- Misbruik, verwaarlozing en armoede hebben een aantoonbaar negatieve invloed op de
ontwikkeling van de executieve functies.
4.2 Noodzaak van zelfregulatie
Aandacht voor zelfregulatie is cruciaal tijdens maatschappelijke processen als sluiting van klinische
voorzieningen (ambulantisering) en verplaatsen van de zorg naar de thuissituatie, het zelf regie
nemen en het verkrijgen van meer zelfredzaamheid. Zelfregulatie heeft kortom vooral betrekking op
de psychische processen – de mechanismen – de eigen regie of zelfzorg mogelijk maken.
Zelfregulatie, opgevat als het ‘reguleren van jezelf’, vormt zich door de ontwikkeling van de
executieve functies respectievelijk het bereiken van een hoger niveau van executief functioneren.
Zelfregulatie is een op het zelf gerichte activiteit waardoor gedragsmodificatie plaatsvindt en het
mogelijke gevolg daarvan (het doel) wordt aangepast.
Effectieve zelfregulatie is een belangrijk aspect van functioneel herstel. Zelfregulatie veronderstelt het
vermogen contact te leggen met onszelf, met onze emoties, gevoelens, gedachten, behoeften,