Leesdoel bepalen: De verschillende doelen die de lezer kan hanteren.
- Informatie zoeken: vooral gericht op namen en feiten
o Vb. Je wilt iets te weten komen over het leven van Vincent van Gogh
- Mening en emoties: Vooral gericht emoties en meningen
o Recensies
- Ontspannen: Vooral gericht op (spanning) opbouw, identificatie en sfeertekening.
o Literaire tekst | verhalende tekst
o Vb. Je wilt een ontspannend verhaal lezen
- Handeling uitvoeren: Vooral gericht op aanwijzingen en beschrijving van werkwijze
o Vb. Je wilt weten hoe je een gerecht moet bereiden
- Mening vormen: Vooral gericht op argumenten
o Vb. Argumenten hebben voor en tegen het eten van vlees
Leesstrategieën: Een leesstrategie is een hulpmiddel dat de lezer kan inzetten
om de tekst te begrijpen.
Voor:
- Bepalen leesdoel
- Informatie voorspellen
- Tekstsoort herkennen
Tijdens:
- Leggen en afleiden van verbanden
- Voorstelling maken
- Structuur opsporen
- Thema of hoofdgedachte vinden
- Zelf stellen en beantwoorden van vragen
- Het eigen leesgedrag plannen, sturen, bewaken en corrigeren
Na:
- Teksten op hun waarde beoordelen
- Reflecteren op hun eigen leesactiviteiten en hun resultaten
Het is geen doel maar een middel
Belangrijk is dat deze strategieën telkens weer terugkomen, zodat leerlingen ze automatisch gaan
toepassen bij het lezen van teksten. Niet alleen tijdens de begrijpend leeslessen, maar ook op andere
momenten waarop teksten gelezen worden, bijvoorbeeld tijdens de lessen in de zaakvakken.
Technieken voor informatieverwerking: De lezer kan de nieuwe informatie op
verschillende manieren in verband brengen met reeds aanwezige kennis.
Informatieverwerking/ studerend lezen: lezer haalt bepaalde informatie uit tekst, dan legt hij het vast om
later te gebruiken.
- Begrijpend lezen is een fase ervoor
Technieken: een lezer legt info op een gestructureerde manier vast uit een tekst.
- Hoofd en bijzaken van elkaar onderscheiden
- Samenhang tussen begrippen en relaties aan te geven
- Geven een schriftelijke en soms gevisualiseerde neerslag van de tekst.
Voorbeelden
- Onderstrepen van hoofdzaken
- Zelf geformuleerde vragen met antwoorden uit de tekst
- Schema om relaties vast te leggen tussen tekstdelen
- Diagram: werking van aparraat weergeven
- Mindmap, woordveld
- Samenvatting maken
- Tekening
Eind basisschool: onderstrepen en aantekeningen maken.