Samenvatting H13
Detailhandel: alle activiteiten rond de verkoop van producten direct aan eindconsumenten voor
persoonlijk, niet-bedrijfsmatig gebruik
Retail: alle activiteiten rond de verkoop van producten en diensten direct aan eindconsumenten voor
persoonlijk, niet-bedrijfsmatig gebruik
Detaillisten: bedrijven waarvan de omzet hoofdzakelijk afkomstig is van verkoop van producten aan
eindconsumenten
Detailhandelsmarketing (retailmarketing): marketingbeleid van detaillisten, gericht op
eindconsumenten
Detaillistenmarketing (trademarketing): marketingbeleid van fabrikanten, gericht op detaillisten
Shopper marketing: marketingbeleid waarbij het gehele marketingproces van productontwikkeling
tot logistiek, promotie en winkelaanbod zich erop richt van consumenten in de winkel kopers te
maken
Belangrijkste typen detailhandel:
- Flagshipstore: productbeleving in de overtreffende trap (PC Hoofdstraat)
- Speciaalzaak: detailhandel met een smal maar diep assortiment (kledingwinkels, sportzaken,
bloemenwinkels)
- Servicestore: je krijgt er persoonlijk advies, kunt er bestellingen afhalen, retourneren en
repareren. De fysieke winkels hebben de functie die de klant op dat moment nodig heeft
(coolblue)
- Outletstore: overtollige voorraad verkopen (Bataviastad)
- Conceptstore: alles draait om lifestyle. Iedere winkel wil zo uniek mogelijk zijn
- Pop-upstore: ondernemers kiezen ervoor om enkele maanden ergens winkelruimte te huren
en een winkel op te bouwen om na maanden ergens anders hetzelfde kunstje te herhalen
- Shop-in-shop: warenhuizen (Rituals in de Bijenkorf)
Mate van service:
- Zelfbedieningsdetaillisten: ; detailhandelszaken die geen of beperkte service leveren aan
klanten; klanten voeren het ‘zoeken-vergelijken-selectie’-proces zelf uit
- Detaillisten met beperkte service: detaillisten die het winkelende publiek maar een beperkt
aantal diensten bieden. Klanten krijgen enige hulp bij de aanschaf van de producten
- Detaillisten met volledige bediening: detaillisten die het winkelende publiek een volledig
scala van diensten bieden
Assortiment:
- Speciaalzaak: detailhandel met een smal, maar diep assortiment
- Warenhuis: een detailhandel waarin een grote verscheidenheid van productlijnen wordt
gevoerd; elke lijn wordt gerund als een afzonderlijke afdeling met eigen inkopers en
merchandisers. Een warenhuis heeft een breed, maar niet erg diep assortiment
- Supermarkt: een grote zelfbedieningszaak met lage kosten, lage marges, grote afzet, die een
grote verscheidenheid van levensmiddelen en huishoudelijke producten voert
Fast moving consumer goods (FMCG): consumentengoederen met een snelle omloop, zoals
voeding, toiletartikelen, zeep en cosmetica
- Gemakszaak: een kleine winkel in of bij een woongebied die veel open is en een beperkte lijn
gemak producten voert die snel worden omgezet en daarnaast soms aanvullende diensten
aanbiedt
- Superstore (megastore): een winkel die veel groter is dan een normale supermarkt en een
groot assortiment routinematig gekochte levensmiddelen en non-foodproducten voert en
diverse diensten aanbiedt
Detailhandel: alle activiteiten rond de verkoop van producten direct aan eindconsumenten voor
persoonlijk, niet-bedrijfsmatig gebruik
Retail: alle activiteiten rond de verkoop van producten en diensten direct aan eindconsumenten voor
persoonlijk, niet-bedrijfsmatig gebruik
Detaillisten: bedrijven waarvan de omzet hoofdzakelijk afkomstig is van verkoop van producten aan
eindconsumenten
Detailhandelsmarketing (retailmarketing): marketingbeleid van detaillisten, gericht op
eindconsumenten
Detaillistenmarketing (trademarketing): marketingbeleid van fabrikanten, gericht op detaillisten
Shopper marketing: marketingbeleid waarbij het gehele marketingproces van productontwikkeling
tot logistiek, promotie en winkelaanbod zich erop richt van consumenten in de winkel kopers te
maken
Belangrijkste typen detailhandel:
- Flagshipstore: productbeleving in de overtreffende trap (PC Hoofdstraat)
- Speciaalzaak: detailhandel met een smal maar diep assortiment (kledingwinkels, sportzaken,
bloemenwinkels)
- Servicestore: je krijgt er persoonlijk advies, kunt er bestellingen afhalen, retourneren en
repareren. De fysieke winkels hebben de functie die de klant op dat moment nodig heeft
(coolblue)
- Outletstore: overtollige voorraad verkopen (Bataviastad)
- Conceptstore: alles draait om lifestyle. Iedere winkel wil zo uniek mogelijk zijn
- Pop-upstore: ondernemers kiezen ervoor om enkele maanden ergens winkelruimte te huren
en een winkel op te bouwen om na maanden ergens anders hetzelfde kunstje te herhalen
- Shop-in-shop: warenhuizen (Rituals in de Bijenkorf)
Mate van service:
- Zelfbedieningsdetaillisten: ; detailhandelszaken die geen of beperkte service leveren aan
klanten; klanten voeren het ‘zoeken-vergelijken-selectie’-proces zelf uit
- Detaillisten met beperkte service: detaillisten die het winkelende publiek maar een beperkt
aantal diensten bieden. Klanten krijgen enige hulp bij de aanschaf van de producten
- Detaillisten met volledige bediening: detaillisten die het winkelende publiek een volledig
scala van diensten bieden
Assortiment:
- Speciaalzaak: detailhandel met een smal, maar diep assortiment
- Warenhuis: een detailhandel waarin een grote verscheidenheid van productlijnen wordt
gevoerd; elke lijn wordt gerund als een afzonderlijke afdeling met eigen inkopers en
merchandisers. Een warenhuis heeft een breed, maar niet erg diep assortiment
- Supermarkt: een grote zelfbedieningszaak met lage kosten, lage marges, grote afzet, die een
grote verscheidenheid van levensmiddelen en huishoudelijke producten voert
Fast moving consumer goods (FMCG): consumentengoederen met een snelle omloop, zoals
voeding, toiletartikelen, zeep en cosmetica
- Gemakszaak: een kleine winkel in of bij een woongebied die veel open is en een beperkte lijn
gemak producten voert die snel worden omgezet en daarnaast soms aanvullende diensten
aanbiedt
- Superstore (megastore): een winkel die veel groter is dan een normale supermarkt en een
groot assortiment routinematig gekochte levensmiddelen en non-foodproducten voert en
diverse diensten aanbiedt