Samenvatting scheikunde H1
1.1 Chemie om je heen
Stof vorig jaar (herhaling);
Atoom= verbinding van elektronen, neutronen en protonen
Molecuul = bestaat uit atomen, H2O bestaat bijvoorbeeld uit H en
O
Element = molecuul die uit dezelfde soort atomen is gemaakt
Chemische reactie = 2 of meer stoffen die reageren op elkaar en
een nieuwe stof vormen
Oplossing = een mengsel uit 2 of meer stoffen die een nieuwe stof
maken, is vaak helder
Suspensie = vaak troebel, vaste stof en vloeistof die niet mengen
Emulsie = 2 vloeibare stoffen die niet goed mengen, bijvoorbeeld
water en olie
Zuivere stof → heeft een smeltpunt en een kookpunt
Mengsel → heeft een smelttraject en kooktraject
Index = het getal rechtsonder, geeft het aantal atomen weer
Coëfficiënt = geeft het aantal moleculen weer
Endothermproces = energie voor nodig
Exothermproces = energie die vrijkomt (licht, warmte of elektriciteit)
1.2 Zuivere stoffen en mengsels
Zuivere stoffen = 1 stof. Bestaan uit moleculen uit 1 soort atomen. Bijvoorbeeld water bestaat
alleen uit water moleculen.
, Element = als de bouwstenen van zo’n stof uit één atoomsoort bestaan
Verbinding = als de bouwstenen uit 2 of meer atoomsoorten bestaan
Mengsel = bestaat uit 2 of meer stoffen, dus ook uit 2 of meer
soorten bouwstenen.
Tweelagensysteem = als door verschil van
dichtheid je 2 vloeistoffen op elkaar ziet
Hydrofoob = mengt slecht met water
Hydrofiel = mengt goed met water
Emulgator = zorgt ervoor dat een emulsie niet ontmengt. Een emulgator
molecuul heeft een vrij lange ‘staart’ die bestaat uit C- en H-atomen en
een kleine ’kop’ met O-atomen.
Extra info uit opdrachten:
- 24 karaat is 100% goud en 18 karaat is 75% (18:24 x 100%)
- Momenteel bestaan er 118 verschillende atoomsoorten
- Berglucht heeft een mengsel van verschillende gassen → zuurstof en
stikstof
- Cola is een mengsel van 4 verschillende moleculen → watermoleculen,
koolstofdioxidemoleculen, suikermoleculen en fosformoleculen.
1.3 Scheidingsmethoden
Scheiden = 1 stof uit een mengsel willen halen. Bij het scheiden ben je moleculen aan het
sorteren. De stoffen waaruit een mengsel bestaat, verschillen in een aantal
stofeigenschappen.
Scheidingsmethodes:
- Filtreren = verschil in deeltjesgrootte
De vloeistof die overblijft → filtraat
De vaste stof die overblijft → residu
- Bezinken = het verschil in dichtheid
De stof met de grootste dichtheid zal zinken en de onderste laag zijn
1.1 Chemie om je heen
Stof vorig jaar (herhaling);
Atoom= verbinding van elektronen, neutronen en protonen
Molecuul = bestaat uit atomen, H2O bestaat bijvoorbeeld uit H en
O
Element = molecuul die uit dezelfde soort atomen is gemaakt
Chemische reactie = 2 of meer stoffen die reageren op elkaar en
een nieuwe stof vormen
Oplossing = een mengsel uit 2 of meer stoffen die een nieuwe stof
maken, is vaak helder
Suspensie = vaak troebel, vaste stof en vloeistof die niet mengen
Emulsie = 2 vloeibare stoffen die niet goed mengen, bijvoorbeeld
water en olie
Zuivere stof → heeft een smeltpunt en een kookpunt
Mengsel → heeft een smelttraject en kooktraject
Index = het getal rechtsonder, geeft het aantal atomen weer
Coëfficiënt = geeft het aantal moleculen weer
Endothermproces = energie voor nodig
Exothermproces = energie die vrijkomt (licht, warmte of elektriciteit)
1.2 Zuivere stoffen en mengsels
Zuivere stoffen = 1 stof. Bestaan uit moleculen uit 1 soort atomen. Bijvoorbeeld water bestaat
alleen uit water moleculen.
, Element = als de bouwstenen van zo’n stof uit één atoomsoort bestaan
Verbinding = als de bouwstenen uit 2 of meer atoomsoorten bestaan
Mengsel = bestaat uit 2 of meer stoffen, dus ook uit 2 of meer
soorten bouwstenen.
Tweelagensysteem = als door verschil van
dichtheid je 2 vloeistoffen op elkaar ziet
Hydrofoob = mengt slecht met water
Hydrofiel = mengt goed met water
Emulgator = zorgt ervoor dat een emulsie niet ontmengt. Een emulgator
molecuul heeft een vrij lange ‘staart’ die bestaat uit C- en H-atomen en
een kleine ’kop’ met O-atomen.
Extra info uit opdrachten:
- 24 karaat is 100% goud en 18 karaat is 75% (18:24 x 100%)
- Momenteel bestaan er 118 verschillende atoomsoorten
- Berglucht heeft een mengsel van verschillende gassen → zuurstof en
stikstof
- Cola is een mengsel van 4 verschillende moleculen → watermoleculen,
koolstofdioxidemoleculen, suikermoleculen en fosformoleculen.
1.3 Scheidingsmethoden
Scheiden = 1 stof uit een mengsel willen halen. Bij het scheiden ben je moleculen aan het
sorteren. De stoffen waaruit een mengsel bestaat, verschillen in een aantal
stofeigenschappen.
Scheidingsmethodes:
- Filtreren = verschil in deeltjesgrootte
De vloeistof die overblijft → filtraat
De vaste stof die overblijft → residu
- Bezinken = het verschil in dichtheid
De stof met de grootste dichtheid zal zinken en de onderste laag zijn