Behandeling – Deel A
Hoorcollege 1 Historie van diagnostische modellen
14/11/2017
Wat is diagnostiek?
Definitie van Dale: vaststelling op grond van verschijnselen (bv. een ziekte).
Diagnostiek is geen doel op zich, maar een middel om te kunnen adviseren over de meest geschikte
behandeling voor een specifiek cliëntsysteem (Pameijer). Diagnostiek doe je om iets te veranderen.
Casus Meindert
Je bent orthopedagoog en je voert de diagnostiek uit van casus Meindert: wat ga je doen? Klachten
inventariseren en ordenen. Bedenken welke informatie je nog meer nodig hebt.
Systematisch de situatie langs gaan is belangrijk.
Orthopedagogische handelingscyclus (belangrijk!)
Plaatje verderop.
Dit college
Bespreking van 4 modellen.
Empirische cyclus (De Groot, 1961)
- Observatie: goed kijken naar wat er gebeurt, bijv gedrag of interacties
observeren.
- Inductie: op basis van je observaties krijg je verwachtingen en stel je
hypotheses op over wat er aan de hand kan zijn.
- Deductie: hypotheses koppelen aan de wetenschappelijke literatuur.
Op basis hiervan een goede hypothese opstellen.
- Toetsing: hypothese toetsen. Wat je denkt dat er aan de hand is, is
dat ook echt zo?
- Evaluatie: evalueren.
Na toetsing of evaluatie kan je tot de conclusie komen dat je het nog niet weet, en dan ga je weer terug naar de
observatie.
Nadeel van dit model: het duurt erg lang voordat je een behandeling of advies kunt geven. Er is heel veel
diagnostiek. De klachten en hulpvraag staan niet erg centraal.
Regulatieve cyclus (Van Strien, 1975)
Al samenwerkend doorloop je de cyclus. Van Strien vond dit een
tekortkoming van het model van De Groot.
Model van Strien:
- Probleemstelling
- Diagnose
- Plan
- Ingreep
- Evaluatie
Verschillen met vorige model: evaluatie van behandeling zit hierin, de
behandeling zelf ook. Ook zijn hier reflexieve pauzes: als diagnosticus mag je pauzes nemen om na te kunnen
denken. 1e pauze: nadenken over de informatie die je verzameld hebt. 2e pauze: nadenken over welke
behandeling specifiek ingezet moet worden.
Elke fase wordt in samenwerking doorlopen.
,Diagnostische cyclus (DC; De Bruyn & Ruijssenaars, 2000)
Gaat weer beetje terug naar het model van De Groot, maar
ze hebben de vertaalslag gemaakt naar de praktijk.
Het samenwerkingscomponent van Van Strien is ook hier
terug te vinden.
- Aanmelding
- Klachtanalyse: De klachten hebben ze apart
genomen: je hulpverlening/cyclus start je met waar
mensen zelf last van hebben, waar die mensen zelf
last van hebben.
- Probleemanalyse: ordenen problemen
- Verklaringsanalyse: waarom is het probleem er in deze situatie?
- Indicatieanalyse: wat je denkt dat nodig is.
- Advies
Je kunt switchen tussen de verschillende fases.
Uitgangspunten diagnostische cyclus:
- Verschillende diagnosen: verhelderend, onderkennend, verklarend, indicerend. .
- Samen vormen ze een integratief beeld.
- Verantwoording diagnostische keuzes vanuit wetenschappelijk-theoretische kaders.
- Ondersteunend bij geprotocolleerd werken.
- Navolgbaar, zoveel mogelijk gebaseerd op wetenschappelijke kennis.
- Flexibel, aanpasbaar aan aard hulpvragen.
- Doordacht zetten van stappen in de cyclus.
DC onderscheid vraagstellingen:
- Onderkennend: Wat is er aan de hand?
- Verklarend: Waarom is dit aan de hand?
- Indicerend: Welke interventies zijn er nodig?
Diagnostische Cyclus:
1. KA – Klachtenanalyse: verhelderende diagnose
2. PA – Probleemanalyse: onderkennende diagnose
3. VA – Verklaringsanalyse: verklarende diagnose
4. IA – Indicatieanalyse: indicerende diagnose
Handelingsgerichte diagnostiek (Pameijer)
Fundament: empirische cyclus, diagnostische cyclus.
Het is een praktijkmodel.
Vergelijking Diagnostische Cyclus en Handelingsgerichte Diagnostiek:
Overeenkomsten:
- Voorschrijven van aard
- Wenselijke werkwijze
- Formuleren en toetsen hypothesen centraal
Verschillen:
- HGD meer regulatief, meer gericht op verbeteren dan op verklaren van opvoedingssituatie.
- Meer een praktijkmodel, gericht op complexiteit van opvoedingssituatie.
Van belang bij de pragmatische uitwerking van DC naar HGD:
- KA: subjectieve verhaal van cliënten gedrag heeft invloed op omgeving en omgekeerd.
- PA: ordenen van positieve en risicofactoren.
- VA: causale verklaringen voor problemen.
- IA: kiezen van best passende interventie.
, Goede diagnostiek volgens Pameijer:
- Overzicht: wat gaat goed en wat kan beter?
- Inzicht: hoe kunnen we deze situatie begrijpen?
- Uitzicht: welke aanpak heeft de grootste kans van slagen?
- Terugblik: was de aanpak effectief?
Diagnostiek is maatwerk: het gaat om de unieke situatie van dit kind, bij deze ouders/verzorgers, op deze school
met deze leerkracht, op dit werk met deze baas, wonend in dit huis in deze buurt in deze maatschappij.
Doorlopen van HGD geeft antwoord op de volgende vraagstellingen:
- Onderkennend: wat is er aan de hand?
- Verklarend: waarom is de situatie problematisch?
- Adviesgericht: welke doelen streven we na, wat hebben ze nodig?
- Evaluerend: zijn de doelen in zicht of behaald?
Gericht op oplossingsgerichte theorieën.
Ontwikkelingen van invloed op uitgangspunten en werkwijzen HGD:
- Maatschappelijke ontwikkelingen: vroeger meer probleemgericht gedacht (diagnoses echt vereist), nu
wordt meer gericht op ondersteuning.
- Ontwikkelingen in wijze van hulpverlenen: afgelopen jaren wordt meer gekeken naar wat mensen echt
helpt. Ook meer belang voor de omgeving. Programma: Doe wat werkt.
- Wetenschappelijke ontwikkelingen
- Ontwikkelingen in professionele houding: voorbeeld is de werkrelatie. Belangrijk is dat je een contact
legt met de cliënt waardoor een vertrouwensband wordt gelegd.
Plaatje model:
1. Intakefase: klachten + wat willen de mensen
bereiken
2. Strategiefase
3. Onderzoeksfase
4. Integratie/aanbevelingsfase: samenvattend beeld
5. Adviesfase
6. Uitvoeren advies (interventiefase) en evaluatie
advies
Dit alles in overleg met de cliënten.
Video Diagnostiek
Welke fasen van de handelingsgerichte diagnostiek zie je terug?
Het is een dynamisch proces. Soms moet je iets proberen, maar geeft het niet de gewenste uitkomsten. In de
praktijk zijn de argumenten waarvoor je iets doet, erg belangrijk.
Uitgangspunten Handelingsgerichte Diagnostiek:
- Werkwijze is doelgericht, toewerkend naar advies.
- Transactioneel karakter
- Opvoedings/begeleidingsbehoeften staan centraal.
- Ouders/verzorgers/leerkrachten doen ertoe evenals hun ondersteuningsbehoeften.
- Positieve aspecten
- Orthopedagogen werken samen met ouders/verzorgers/leerkrachten.
- HGD verloopt systematisch en transparant.
Transactionele ontwikkelingsmodel:
- Dynamische visie op ontwikkeling van kind en omgeving
- Bidirectionaliteit