SAMENVATTING HOOFDSTUK 1 T/M 8 + PROEFTENTAMEN
LOEK TEN BERGE EN MARCO OTEMAN
INLEIDING ORGANISATIEKUNDE 1
,Inhoudsopgave
1. Inleiding: organisatiekunde in historisch perspectief..........................................................................3
1.3 Missie, visie, doelstellingen en strategie.......................................................................................5
1.4 Het 7S-model................................................................................................................................5
2. Strategy...............................................................................................................................................5
2.1 Wat is planning?...........................................................................................................................6
2.2 Het strategisch ondernemingsplan...............................................................................................6
3. Structure...........................................................................................................................................11
3.1 Arbeidsverdeling en coördinatie.................................................................................................11
3.2 Taakverdeling..............................................................................................................................11
3.3 Werkstructurering.......................................................................................................................12
3.4 Omspanningsvermogen, spanwijdte en -diepte.........................................................................12
3.5 Basisconfiguraties van Mintzberg...............................................................................................13
3.6 Coördinatie.................................................................................................................................14
3.7 Organisatiestelsel........................................................................................................................14
4.Systems..............................................................................................................................................16
4.1 Systemen...................................................................................................................................16
4.2 Processen....................................................................................................................................16
4.3 Inventarisatie van bestaande situatie.........................................................................................17
4.4 Analyse.......................................................................................................................................18
5.Staf...................................................................................................................................................19
5.1 Instroom.....................................................................................................................................19
5.2 Doorstroom................................................................................................................................20
5.3 Uitstroom....................................................................................................................................21
6. Skills..................................................................................................................................................22
6.1 Toegevoegde waarde..................................................................................................................22
6.2 INK-model...................................................................................................................................23
7. Style..................................................................................................................................................26
7.1 Theorieën over style...................................................................................................................26
7.2 Teamvorming..............................................................................................................................28
7.3 Besluitvorming............................................................................................................................29
7.4 Motivatietheorieën.....................................................................................................................29
8. Shared Values...................................................................................................................................30
Proeftentamen Organisatiekunde.........................................................................................................33
Antwoorden Proeftentamen Organisatiekunde................................................................................40
INLEIDING ORGANISATIEKUNDE 2
,1. Inleiding: organisatiekunde in historisch perspectief
1.1 Organisaties
Een organisatie is een doelgericht samenwerkingsverband met continuïteitsstreven (uitzondering is
bv; stichting stoppen met roken).
Organisaties hebben drie dingen gemeen: ze beschikken over doelstellingen, mensen en middelen
-> mensen werken samen om doelstellingen te behalen en maken hierbij gebruik van middelen
Verschillende soorten organisaties
Bedrijven Overige organisaties
afhankelijk van klanten Richten zich op hun leden
Profit = onderneming Non-profit = bedrijf - Amateur
- Philips - Ziekenhuis sportvereniging
- Particulieren school - School - Kerk
- ministerie
Rechtsvormen
Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid:
Eenmanszaak, vof en commanditaire vennootschap
Organisaties met rechtspersoonlijkheid (=beperkte aansprakelijkheid):
BV, NV, vereniging, coöperatie en stichting
Samenwerkingsverbanden tussen organisaties
- Fusie
Twee of meer organisaties samengevoegd in nieuw verband, oude organisaties houden op te
bestaan. Bijv.: AMRO bank + ABN bank = ABN AMRO bank
- Overname
Ene organisatie neemt andere organisatie over. Bijv.: Jumbo heeft C1000 overgenomen en
Heineken heeft Brand bier overgenomen (Brand houdt zijn naam i.v.m. marketing)
- Joint venture
Twee organisaties zetten samen een samenwerkingsverband op. Bijv.: Philips & Douwe
Egberts richten samen Senseo op
- Franchise
Vrijwillig filiaalbedrijf werkt onder een franchise bedrijf. Bijv.: DA-drogisten
INLEIDING ORGANISATIEKUNDE 3
,Organisaties zijn een ‘product’ van de industriële revolutie
Ontwikkeling van de organisatietheorie zijn in drie perioden te onderscheiden:
1. Periode eind 19e eeuw tot 1935:
- Organisatie is een gesloten eenheid met vaste regels & doelstellingen
- Scientific management theorie van Taylor:
- ‘Organisaties zonder mensen’; mensen zijn verlengstuk van machines en worden alleen door
geld/loon geprikkeld om te werken
- Steven naar efficiëntie door taakverdeling/specialisatie
- Rationele benadering van Weber
- managers plannen, coördineren, organiseren controleren = General management theorie
van Fayol
- Rationele benadering van Weber:
- Strakke hiërarchie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden
- Onpersoonlijke werkrelaties (functie is belangrijker dan persoon)
- Werkuitvoering o.b.v. regels en procedures = eenheid-van-bevel-principe
2. Periode van 1935 tot 1955
- Revisionisme
- ‘Mensen en organisatie’; mens is geen verlengstuk
- Taakverruiming, -verrijking en -roulatie -> Herzberg
- Integratie van Scientific management en Human relations
- Human relations
- Houdt in dat sociale (menselijke) aspecten een rol spelen
- Maslow: Hiërarchie van behoeften (behoefte piramide)
- McGergor: X en Y theorie
3. Periode van 1955 tot heden
- Systeemtheorie en contingentiebenadering
- Organisaties zijn open systemen
- Organisaties zijn sterk afhankelijk van externe ontwikkelingen/omgeving
- Organisatiekunde is interdisciplinair: het is een combinatie van wetenschappen
- Organisatiestructuur en managementstijl passen zich aan de omgeving aan
- Mintzberg: configuratietheorie = omgeving bepaalt structuur
- Porter: Vijfkrachtenmodel = instrument voor markt en concurrentie analyse
- Hammer: Business process redesign model en streven naar zelfsturende medewerkers
Economische kringloop
Economische kringloop is de wisselwerking tussen organisaties = motor van onze maatschappij.
(figuur 1.11 uit het boek)
INLEIDING ORGANISATIEKUNDE 4
, Het managementproces
Het managementtaak = mensen en middelen inzetten in transformatieproces zodat doelstellingen
optimaal gerealiseerd worden.
Managementtaak bestaat uit drie functies
1. Beleidsvorming; analyseren, doelstellingen stellen en plannen
2. Structurering; organisatiestructuur ontwerpen
3. Uitvoering; uitvoeren, beheersen en bijsturen
1.3 Missie, visie, doelstellingen en strategie
Missie en visie zijn superdoelen van een organisatie
Missie -> Abell-model (paragraaf 2.2)
- Langtermijn perspectief
- Ambities; wat wil je bereiken
- Culturele uitgangspunten; waarden en normen
- Betekenis voor stakeholders is?
Visie
- Verre toekomstperspectief, vage beelden/ideeën
- Wat redelijkerwijs mogelijk is, maar er nog niet is
- Ambities binnen de organisatie
Doelstellingen -> SMART
- Voor een onderneming zijn dit: continuïteit, winst en groei
Strategie
- Manier waarop doelstellingen behaald gaan worden; hoe gaan we het beleid uitvoeren?
1.4 Het 7S-model
In de volgende hoofdstukken worden de 7S’en allemaal apart behandeld.
2. Strategy
Strategie bepaalt de route die een organisatie volgt om haar doelen te bereiken
Strategie veronderstelt:
INLEIDING ORGANISATIEKUNDE 5