In deze les lopen onderwerpen door elkaar. Dus ook in deze aantekening.
Vorig college ging meer over de cellen en de functie daarvan (in de mond). Nu gaat het meer
over de weefsels.
Parodontium = tandomgevende weefsels
Parodontaal ligament = verbinding tussen tand en gingiva (bestaat voor een groot deel uit
collageen). Parodontaal ligament ligt om de pulpa heen. Parodontaal ligament is maar 1/10
of 2/10 millimeter. Het voordeel van het pl is dat de tand hierdoor in zijn kas omhoog en
omlaag kan bewegen. Het pl is opgebouwd uit ‘’banden’’ om de weefsels.
Delen van het parodontium:
- Gingiva:
Functie van de gingiva; bescherming tegen bacteriën, dit gebeurt door verschillende
onderdelen van de gingiva. Er zitten veel bloedvaten onder het oppervlak van de gingiva, als
een bacterie binnen wil indringen kunnen witte bloedcellen gelijk optreden tegen deze
bacteriën.
Ook beschermt de gingiva de tanden tegen (harde) voedselresten.
Vrije gingiva heeft meer invloed door bacteriën dan de aangehechte gingiva. Overal in je
lichaam zit epitheel, waar contact met de buitenwereld plaats vindt. Dit is de barrière.
Bij de overgang van bindweefsel naar epitheel bestaan meer hobbels, dit zorgt voor
oppervlakte vergroting. Dit leidt er toe dat het epitheel beter aan het bindweefsel is
verbonden.
Bij ontstoken gingiva wordt het collageen verbindingen opgelost: epitheel krijgt
reactie op de ontsteking. Er komen meer witte bloedcellen, zodat de ontsteking wordt
weggehaald, dit is positief maar als er te veel witte bloedcellen zijn wordt meer opgeruimd
dan nodig: ontstaan parodontitis. Het bevat:
- Leukocyt = verzamelnaam van alle in het bloed voorkomende cellen behalve rode
- PMN = polymorfonucleaire cel = granulocyt; herkent bacterie en maakt onschadelijk
- Plasmacel = afkomstig van B-cel, maakt specifiek soort antilichaam. (bij parodontitis veel
plasmacellen in parodontium)
- Monocyt = voorloper osteoclast (botafbraak) maar ook macrofaag.
- Parodontaal ligament
Functie: Zit rondom de tand, tussen tand en bot. Het is een ‘’schokbreker’’ en een verbinding
(aanhechting/verankering) tussen tand en bot. Deze verbinding zorgt voor communicatie. Bij
bijvoorbeeld het verplaatsen van de tand door een beugel, zit de parodontaal ligament daar
met een grote rol. Osteoblasten en –clasten zorgen voor de ‘’ombouw’’ van het gebit. Er
wordt bot weggehaald en opgebouwd. (dit zorgt voor de pijn)
Ankylose = waar bot en tand met elkaar verbonden/vergroeit zijn. Dit is een harde
verbinding.