Samenvatting week 3
Ontbinding van het huwelijk.
In titel 9 van boek 1 BW is de ontbinding van het huwelijk geregeld.
Wijzen van ontbinding; art; 1:149:
a. Door de dood; van rechtswege
b. Door een nieuw huwelijk of GW na vermissing van een echtgenoot
c. Door echtscheiding
d. Door ontbinding van het huwelijk na een scheiding van tafel en bed
Het is van dwingend recht. echtgenoten kunnen dus niet samen met rechtsgevolg overeenkomen dat zij gaan
scheiden. Het is niet langer mogelijk om een huwelijk zonder rechterlijke tussenkomst te ontbinden.
Wijze van ontbinding bij GP; 1:80c
a. Door de dood; van rechtswege
b. Door een nieuw huwelijk of GP na vermissing van de Gper
c. Met wederzijds goedvinden door inschrijving van een verklaring in de registers van de burgerlijke
stand; art. 1:80c. Alleen voor gp’ers; niet huwelijk.
d. Door ontbinding op verzoek van de partners of 1 van hen
e. Door omzetting in een huwelijk; een huwelijk en een GP tegelijkertijd tussen dezelfde personen is
immers niet mogelijk; 1:80a lid 2 BW.
Echtscheiding.
Meeste huwelijken eindigen door overlijden van 1 van de twee. Daarna komt bovenaan de echtscheidingen. Dit
kan op verzoek van de beide echtgenoten of op verzoek van 1 echtgenoot; 1:150 BW, door de rechter worden
uitgesproken. Het is een verzoekschriftprocedure bij de rechtbank; 278 Rv jo 815 Rv. Zo een verzoek kan
zogenaamde nevenvoorzieningen bevatten; 827 rv. Voorzieningen mbt: partneralimentatie,
huwelijksvermogensrechtelijke verdeling of verrekening, de (financiële)zorg voor en contact met minderjarigen
kinderen, voortgezet gebruik van de echtelijke woning (1:165 BW), dan wel de toekenning van het huurrecht
(7:266 lid 5BW). Over deze onderwerpen kunnen ook zogenoemde voorlopige voorzieningen worden gevraagd;
art. 822 Rv.
De enige grond voor echtscheiding is duurzame ontwrichting van het huwelijk; 1:151 jo 154 BW. Dit moet in
het verzoekschrift worden gesteld. Als verweer tegen eenzijdig verzoek kan worden aangeveegd dat er geen
duurzame ontwrichting is. Dit treft zelden doel. Tweede verweer ertegen is dat een bestaand vooruitzicht op
nabestaandenvoorzieningen bij vooroverlijden van de verzoekende echtegenoot teloor zou gaan of ernstig zou
verminderen door de scheiding. = pensioenverweer. Als dit opgaat, dan is scheiding van tafel en bed wel
mogelijk.
Paren die gezag hebben over minderjarigen zijn verplicht om bij verzoek tot echtscheiding een
ouderschapsplan in te dienen; 815 lid 2 Rv. Lid 3 geeft de onderwerpen aan wat erin vermeld moet zijn. Dit
alles geldt voor zowel een eenzijdig als gemeenschappelijk verzoek. Als het plan redelijkerwijs niet kan worden
overlegd, dan kan daarin op een andere wijze worden voorzien; 815lid 6 BW.
Het gemeenschappelijk verzoek.
Als echtgenoten het eens zijn, dient een advocaat een gemeenschappelijk verzoek in bij de rb. Gekozen kan ook
worden voor bemiddeling; dat doet hier verder niet toe denk ik.
Het eenzijdig verzoek.
Verplicht is dat aan de andere echtgenoot het verzoekschrift wordt betekend door een deurwaarder; 816 lid 1
Rv. Hierin staat een termijn gesteld waarbinnen een verweerschrift kan worden ingediend. Als er verweer is
gevoerd, dan volgt een behandeling ter zitting. (bij gemeenschappelijk verzoek kan deze achterwege blijven;
ook wanneer geen verweer 818). Minderjarigen worden vooral in de praktijk in de gelegenheid gesteld om
schriftelijk te reageren.
Er kunnen voorlopige voorzieningen gevraagd worden voor de duur van de procedure; 821 jo 822. Volgens 824
kunnen wijziging van omstandigheden lijden tot wijziging en/of intrekking.
Ontbinding van het huwelijk.
In titel 9 van boek 1 BW is de ontbinding van het huwelijk geregeld.
Wijzen van ontbinding; art; 1:149:
a. Door de dood; van rechtswege
b. Door een nieuw huwelijk of GW na vermissing van een echtgenoot
c. Door echtscheiding
d. Door ontbinding van het huwelijk na een scheiding van tafel en bed
Het is van dwingend recht. echtgenoten kunnen dus niet samen met rechtsgevolg overeenkomen dat zij gaan
scheiden. Het is niet langer mogelijk om een huwelijk zonder rechterlijke tussenkomst te ontbinden.
Wijze van ontbinding bij GP; 1:80c
a. Door de dood; van rechtswege
b. Door een nieuw huwelijk of GP na vermissing van de Gper
c. Met wederzijds goedvinden door inschrijving van een verklaring in de registers van de burgerlijke
stand; art. 1:80c. Alleen voor gp’ers; niet huwelijk.
d. Door ontbinding op verzoek van de partners of 1 van hen
e. Door omzetting in een huwelijk; een huwelijk en een GP tegelijkertijd tussen dezelfde personen is
immers niet mogelijk; 1:80a lid 2 BW.
Echtscheiding.
Meeste huwelijken eindigen door overlijden van 1 van de twee. Daarna komt bovenaan de echtscheidingen. Dit
kan op verzoek van de beide echtgenoten of op verzoek van 1 echtgenoot; 1:150 BW, door de rechter worden
uitgesproken. Het is een verzoekschriftprocedure bij de rechtbank; 278 Rv jo 815 Rv. Zo een verzoek kan
zogenaamde nevenvoorzieningen bevatten; 827 rv. Voorzieningen mbt: partneralimentatie,
huwelijksvermogensrechtelijke verdeling of verrekening, de (financiële)zorg voor en contact met minderjarigen
kinderen, voortgezet gebruik van de echtelijke woning (1:165 BW), dan wel de toekenning van het huurrecht
(7:266 lid 5BW). Over deze onderwerpen kunnen ook zogenoemde voorlopige voorzieningen worden gevraagd;
art. 822 Rv.
De enige grond voor echtscheiding is duurzame ontwrichting van het huwelijk; 1:151 jo 154 BW. Dit moet in
het verzoekschrift worden gesteld. Als verweer tegen eenzijdig verzoek kan worden aangeveegd dat er geen
duurzame ontwrichting is. Dit treft zelden doel. Tweede verweer ertegen is dat een bestaand vooruitzicht op
nabestaandenvoorzieningen bij vooroverlijden van de verzoekende echtegenoot teloor zou gaan of ernstig zou
verminderen door de scheiding. = pensioenverweer. Als dit opgaat, dan is scheiding van tafel en bed wel
mogelijk.
Paren die gezag hebben over minderjarigen zijn verplicht om bij verzoek tot echtscheiding een
ouderschapsplan in te dienen; 815 lid 2 Rv. Lid 3 geeft de onderwerpen aan wat erin vermeld moet zijn. Dit
alles geldt voor zowel een eenzijdig als gemeenschappelijk verzoek. Als het plan redelijkerwijs niet kan worden
overlegd, dan kan daarin op een andere wijze worden voorzien; 815lid 6 BW.
Het gemeenschappelijk verzoek.
Als echtgenoten het eens zijn, dient een advocaat een gemeenschappelijk verzoek in bij de rb. Gekozen kan ook
worden voor bemiddeling; dat doet hier verder niet toe denk ik.
Het eenzijdig verzoek.
Verplicht is dat aan de andere echtgenoot het verzoekschrift wordt betekend door een deurwaarder; 816 lid 1
Rv. Hierin staat een termijn gesteld waarbinnen een verweerschrift kan worden ingediend. Als er verweer is
gevoerd, dan volgt een behandeling ter zitting. (bij gemeenschappelijk verzoek kan deze achterwege blijven;
ook wanneer geen verweer 818). Minderjarigen worden vooral in de praktijk in de gelegenheid gesteld om
schriftelijk te reageren.
Er kunnen voorlopige voorzieningen gevraagd worden voor de duur van de procedure; 821 jo 822. Volgens 824
kunnen wijziging van omstandigheden lijden tot wijziging en/of intrekking.