Lichamelijke, psychosociale en maatschappelijke factoren benoemen die tot
overgewicht en obesitas kunnen leiden
Overgewicht en obesitas ontstaan als de energieopname langdurig groter is dan het
energiegebruik. Zowel lichamelijke, psychosociale als maatschappelijke factoren spelen een
rol bij het ontstaan ervan. Een belangrijke factor is weinig lichaamsbeweging. Bij kinderen
speelt het voorbeeldgedrag van ouders en de plaats die eten inneemt in het gezin een
belangrijke rol bij de ontwikkeling van het eetgedrag. Daarnaast zijn het zelfbeeld,
rolmodellen tijdens adolescentie, invloeden van reclame en het modebeeld belangrijk.
Psychiatrische oorzaken van het ontstaan van overgewicht en obesitas zijn depressie,
eetbuienstoornis, en eten als ‘troost’ bij onaangename stress en emoties.
Benoemen welke ziektes een verhoogde kans hebben te ontstaan bij mensen
met obesitas.
Obesitas verhoogt de kans op het ontstaan van andere ziekten:
- Diabetes mellitus type 2
- Gewrichtsklachten
- Hart- en vaatziekten
- Slaapapneu
- Kans op kanker en galstenen is hoger
- Seksueel functioneel kan minder worden
- Bij extreme obesitas kan het zogenoemde Pickwick-syndroom optreden: de
ademhaling wordt moeilijker, waardoor het bloed te weinig zuurstof kan opnemen en
teveel kooldioxide bevat. Hierdoor kan slaperigheid, cyanose en hartfalen ontstaan.
Behandeling van overgewicht en obesitas verklaren
Om gewicht te verliezen moeten mensen minder calorieën opnemen dan ze verbruiken. Ze
kunnen hun calorie-inname verminderen of meer bewegen. Gewoonlijk dient beide gedaan
te worden.
Welke aanpak helpt verschilt per persoon. sommige mensen pakken het probleem
zelfstandig aan, terwijl anderen dat in groepsverband met lotgenoten doen. Andere geven de
voorkeur aan georganiseerde programma’s.
- Dieet- en voedingsadvies: diëten is alleen zinvol als er sprake is van blijvende
verandering van eetgedrag.
- Lichaamsbeweging: vaak is een voorgesteld streefdoel 30 minuten of meer, 5 tot 7
dagen per week.
- Geneesmiddelen: 2 soorten op recept verkrijgbaar
o Orlistat, deze beperkt de afbraak en opname van vetten in de darmen.
o Sibutramine, deze remt de eetlust door beïnvloeding van chemische
boodschappers in het deel van de hersenen dat de eetlust regelt.
- Operatie: bij ernstig overgewicht kan een operatie worden overwogen. 2
hoofdvormen:
o Verticale gastroplastiek: er worden rijen nietjes gebruikt in combinatie met een
band die de aanvoer van voedsel naar de maag beperkt, waarbij een
maagzakje met een inhoud van 3 dl wordt gevormd, dat de hoeveelheid
voedsel die wordt gegeten bij 1 maaltijd drastisch wordt beperkt.
, o Bypass: (omleiding, ingreep die doeltreffender is), er wordt een deel van de
dunne darm omgeleid, waardoor de voedselopname wordt verminderd.
De oorzaken, pathofysiologie, symptomen, diagnostiek, behandeling en (late)
complicaties van DM1 (bij kinderen) en DM2 beschrijven
DM1 (bij kinderen)
Oorzaken
Bij DM1 vernietigt het eigen afweersysteem de B-cellen van de eilandjes van Langerhans
(auto-immuunziekte). Hierdoor blijven er te weinig B-cellen over, waardoor een absoluut
tekort aan insuline ontstaat.
Pathofysiologie (afwijkingen in lichamelijk functioneren)
Een gebrek aan insuline heeft als gevolg dat de glucoseconcentratie in het bloed te hoog
wordt. Dit is hyperglykemie. Hierbij komt dat de lichaamscellen geen glucose meer op
kunnen nemen als er gebrek aan insuline is. geen energie, dus vetcellen verbranden voor
energie en er ontstaat ketoacidose.
Een ander probleem is dat de hersenen alleen energie kunnen halen uit de verbranding van
glucose. Gebrek aan insuline leidt dus tot gebrek aan glucose in de hersencellen en
daardoor een verstoring van de hersenfunctie (verwardheid, coma).
Symptomen
De symptomen beginnen vaak plotseling en heftig. De aandoening diabetische ketoacidose
kan dan snel ontstaan. Zonder insuline zijn de meeste cellen niet in staat om glucose uit het
bloed op te nemen. Omdat cellen toch energie nodig hebben, schakelen zij
hulpmechanismen in om die energie te verkrijgen. Het lichaam begint met het afbreken van
vetcellen en vetten te verbranden, waarbij stoffen vrij komen, ketonen. deze leveren een
geringde hoeveelheid energie aan cellen, maar maken het bloed ook zuur (ketoacidose).
Symptomen hiervan:
- Overmatige dorst
- Overmatig urineren
- Gewichtsverlies
- Misselijkheid
- Braken
- Vermoeidheid
- Vooral bij kinderen, buikpijn
Diagnostiek
Om te bepalen of er spraken is van DM1 of DM2 wordt er als eerste een anamnese gesteld
en de symptomen doorgesproken. Vervolgens volgt er een lichamelijk onderzoek, hierbij
worden de vitale functies gecontroleerd, bepalen van de mate van uitdroging, nagaan of er
tekenen van infectie zijn en specifiek onderzoek naar de symptomen. Als aanvullend
onderzoek wordt de bloedsuikerspiegel bepaald. Er is sprake van DM wanneer een
willekeurige bloedsuiker >11 mmol/l is in combinatie met hyperglykemische klachten of als er
sprake is van 2 glucosewaarden boven de afkapwaarden voor DM (nuchter >6,9 mmol/l) op
2 verschillende dagen.
, Behandeling
DM1 wordt behandeld door toediening van insuline omdat dit hormoon ontbreekt. Insuline
moet worden toegediend door middel van een injectie, subcutaan. Insuline onder de huid
vormt een reservoir waaruit voortdurend insuline aan de bloedbaan wordt afgegeven.
(late) complicaties
- Slechte bloedcirculatie leidt tot verslechterde wondgenezing en kan leiden tot
hartziekten, beroerte, weefselversterf aan handen en voeten, impotentie en infecties
- Verminder gezichtsvermogen en uiteindelijk blindheid
- Slechte nierfunctie; nierinsufficiëntie
- Plotselinge of geleidelijke zwakte in een been; verminderd gevoel, tintelingen en pijn
in handen en voeten; chronische zenuwschade
- Schommelende bloeddruk; problemen met slikken en veranderde maag- en
darmwerking, met aanvallen van diarree, gestoorde blaaslediging, frozen shoulder,
beperkte gewrichtsbeweeglijkheid
- Zweren, diepe infecties (diabetische zweren), slechte wondgenezing
- Verhoogde vatbaarheid voor infecties, vooral aan de urinewegen en op de huid
- Onder meer carpaletunnelsyndroom, contractuur van Dupuytren, frozen shoulder
DM2
Oorzaken
Bij DM2 produceren de B-cellen wel insuline, maar te weinig om de behoefte te voorzien.
Soms produceert de pancreas zelfs meer insuline dan normaal, maar is de behoefte te groot
dat de productie onvoldoende is. Relatief te kort aan insuline. Dit kan ontstaan door
veroudering, erfelijke aanleg of insuline resistentie. Bij insulineresistentie worden de
lichaamscellen minder gevoelig voor insuline. Dit kan geleidelijk ontstaan door interactie van
risicofactoren:
- Overgewicht
- Erfelijke aanleg
- Lichamelijke inactiviteit
- Voeding met veel verzadigd vet en weinig voedingsvezels.
- Roken
Pathofysiologie
Bij een gestoorde glucosetolerantie is er (nog) geen sprake van diabetes mellitus, maar bij
glucosebelasting zal de insuline productie een enorme piek vertonen om op deze manier de
bloedglucose nog binnen normale grenzen te houden. Na verloop van tijd kan DM2 ontstaan.
Ketoacidose komt zelden voor bij DM2. Toch kan er ernstige ontregeling ontstaan als de
bloedsuikerspiegel sterk stijgt door bijkomende stress. Dit kan leiden tot ernstige uitdroging,
verwarring, duizeligheid en non-ketotisch hyperglykemisch hyperosmolair coma. Er is dan
een coma ontstaan zonder de vorming van ketonen, maar door uitdroging en sterke
concentratie van het bloed.
Symptomen
De symptomen kunnen jarenlang of decennialang uitblijven en zijn soms nauwelijks
merkbaar.
- Geringde toename van hoeveelheid urine