ABCDE-methodiek
Treat first what kills first!
Observeren
Redeneren
Communiceren
Acties
Airway
- Ademwg vrij?
- Stand trachea (rechte lijn)
- Inspectie mondkeelholte (aspiratie, corpus, alienum)
- Bijgeluiden (gorgelen, snurken, in-, expiratoire stridor, reutelen)
Breathing
- Aan-/afwezig
- Frequentie
- Diepte
- Thoraxexcursies (symmetrie)
- Ademarbeid (hulpademhalingsspieren, transpiratie)
- Ademspatroon (cheyne stokes, kussmau)
- Bijgeluiden
Circulation
- Hartfrequentie
- Bloedverlies
- Regelmaat (regulair, irregulair)
- Pulsaties (krachtig, zwak)
- Capillaire refill (<1,5 seconden)
- Huid (warm/koud, klam/droog, grauw/wit, purpura, petechiën, gemarmerd)
Disability
- AVPU (reactie: aanspreken, alert, pijn, geen)
- Onrust
- Agitatie
- Verward
- Uitvalsverschijnselen
- Glucose
- Met dubbele tong spreken
- Pupilreactie (reactief op licht, vorm, grootte, symmetrie)
- Hoofdpijn
- EMV-score
- GCS-score
Exposure/Enviorment
- Uiterlijke kenmerken (inspectie voor en achterzijde)
- Huid (kleur, wonden, decubitus, zwelling)
- Katheters
- Temperatuur
- Drains, (maag) sondes
- Apparatuur (infuus FiO2 juiste middel, stand, werking)
Full set of vital signs
- Early Warning Score bepalen
, - Aanvullende gegevens:
o (hetero)anamnese
o medische voorgeschiedenis
o relevante medicatie
o Acute (onderzoeks)uitslagen
o Allergieën, behandelbeperkingen
Get help
- Herken, bewaak, anticipeer op tijd op grenzen van eigen expertise en
verantwoordelijkheid
- Bepaal niveau expertise, urgentie, hulpvraag (arts)
- Zorg dat benodigde gegevens beschikbaar zijn
- SBAR (situation, background, assessment, recomendation)
- Voorkom delay
- Read back (herhaal afspraken, feedback)
SBAR klinisch redeneren
In de praktijk wordt deze methodiek ook wel veel toegepast bij bv telefoneren, het is nodig
voor het efficiënt overdragen van informatie.
Uitwerking SBAR:
S = situatie
- subjectief – anamnese (mening)
o SCEGS (vaak niet in acute situatie volledig uitvragen)
▪ Somatische klachten, ook vaak vervangen door signs and symptomes
▪ Cognitief
▪ Emotioneel
▪ Gedragsmatig
▪ Sociaal
o ALTIS, geen verpleegkundig anamnese ding, wel door artsen gebruikt, is
handig. (zit niet in de systematiek van bakker)
▪ Aard (wat is het precies)
▪ Lokalisatie (waar zit het ongeveer)
▪ Tijdsduur
▪ Invloeden (invloeden op de klacht)
▪ Samenhang (nieuwe klachten, zorgt voor nieuwe ALTIS)
- objectief – metingen en observaties
B = achtergrond (deel subjectief)
- AMPLE
o Allergieën
o Medicatie
o Past illnesses
o Last meal – binnen de laatste 24 uur
o Event (bijzondere gebeurtenissen)
▪ HET = hoog energetisch trauma
▪ kinderen: vaccinaties, kinderdagverblijf
A = beoordeling
- EWS
o Early Warning Score, de score is gebaseerd op:
▪ ABCDE / vitale functies
▪ AVPU
• Alert, is iemand alert