- hoofdstuk 7 (7.5): antistolling medicatie
- hoofdstuk 8 (8.1, 8.4, 8.5): bloeddruk en geneesmiddelen
- hoofdstuk 9 (9.2, 9.4.2, 9.4.3, 9.5, 9.6, 9.7.2): hartziekten en hypertensie
- hoofdstuk 15 (15.1, 15.2, 15.3.1, 15.3.2, 15.4, 15.5 tot 15.5.3, 15.6 zonder 15.6.2, 15.7, 15.11,
15.12): diabetes
- hoofdstuk 16 (16.3.2 tot en met 16.3.4): schildklier
- hoofdstuk 18 (18.2): anorexia
- hoofdstuk 20 (20.2, 20.6): CVA
Hoofdstuk 2 (2.4, 2.8): HIV
2.4: herpes simplex virus
Je hebt twee soorten HSV:
- HSV1: oraal
- HSV2: genitaal
Oraal (HSV1)
primair: via speeksel (latentie tijd 4 dagen). Ulcererende gingivo stomatitis (rode verkleuring
tandvlees + mondslijmvlies met ulcera en korst vorming wat pijnlijk is) met algehele malaise en
koorts.
secundair: na bepaalde factoren (zonlicht, stress, koorts) komt virus weer uit ganglia van een zenuw
en krijg je koortslip
eczema herpitum = beroepsziekte door niet dragen van handschoennen.
Diagnostiek: celkweek
Genitaal (HSV2)
zichtbare infecties komen minder vaak terug, orale leasies verschillen niet van die van type
één. Immuun gecompromitteerden hebben ook nog infecties aan organen
2.9: HIV/AIDS
infectie met HIV virus, virus gaat aan CD4 eiwitten hechten op de CD4 positieve lymfocyten waardoor
deze lymfocyten gedood worden. Als de lymfocyten gedood worden kan het virus zich hierin
vermenigvuldigen en wordt het immuun systeem slechter.
Symptomen pas vanaf <200 cellen per microliter bloed. Normaal heb je 500 tot 1500. HIV patiënten
hebben contact met MO die iedereen tegen komt maar door het slechte immuun systeem worden zij
wel geïnfecteerd. Er zijn bepaalde infecties die gelinkt kunnen worden aan de diagnose AIDS
- candida albicans
- naast koortslip bij HSV1 kun je ook long ontsteking en menginitis krijgen
- Kaposi-sarcomen/lymfo-endotheliale tumor (in binnenbekleding van bloedvaten) door HHV8 virus,
voorkeursplaats palatum durum.
- tubercolose
- darm infecties/ernstige diarree
Behandeling: Je hebt alleen preventie of behandeling van de infecties. Tegenwoordig heb je anti-
retrovirale middelen die de ziekte remt als combinatie met 3 of meer andere geneesmiddelen die
allen een ander aangrijpingspunt hebben. Vroegtijdige behandeling kan ook (bij 350) wat de
vermenigvuldiging van het virus remt en zorgt dat er geen HIV-RNA meer in het bloed zit. Dit
voorkomt oppurtunistische infecties en verhoogd levensverwachting
HIV/AIDS & THK
- normale infectie preventie
- hoge bloedingsneiging dus NSAID en aspirine vermijden
- hogere kans op post operatieve infecties
, - bij oudere AIDS patiënten AB profylaxe bij bloedige ingrepen
Hoofdstuk 7 (7.5): antistolling medicatie
Je hebt drie soorten medicatie
1. remmers bloedplaatjes aggregatie (tegengaan werking primaire hemostase)
2. antistollingsmiddelen (voorkomen fibrine vorming)
3. trombolytisch geneesmiddel (oplossen trombus)
1. remmers bloedplaatjes aggregatie
- acetylsalicylzuur
- NSAID's
- clopidogrel
Acetylsalicylzuur: remmer cyclo-oxygenase wat vorming tromboxaan A2 remt
- effect niet afhankelijk van dosis
- bijwerking: slijmvlies maag-darm lost op
- werking is irreversibel
- bloedplaatjes leven maar 10 dagen
- bij kleine THK ingrepen hoef je de inname niet te staken, bij grote THK ingrepen vraag je arts om
advies. Want: vaak kans op nabloedingen maar deze zijn zelden klinisch relevant. Evt. doorverwijzing
naar kaakchirurg zodat de ingreep in klinische zetting gedaan kan worden.
- vaak gebruikt voor preventie en verhelping van CVA
NSAID: ibuprofen, diclofenac (hoge bloeding), indomethacine
Clopidogrel: plavix, rempt trombocytaggregatie via ADP receptor en wordt in combi met aspirine
gebruikt bij cardiologische interventies. Plavix heeft hetzelfde advies als aspirine gebruik: bij kleine
THK ingrepen hoef je de inname niet te staken, bij grote THK ingrepen vraag je arts om advies. Want
vaak kans op nabloedingen maar deze zijn zelden klinisch relevant. Evt. doorverwijzing naar
kaakchirurg zodat de ingreep in klinische zetting gedaan kan worden.
2. antistollingsmiddel: remt vorming vitamine K waardoor bepaalde stollingsfactoren niet gevormd
kunnen worden waardoor fibrinestolling niet goed werkt.
Cumarinederivaten zijn orale antistollingsmiddelen voor lange tijd/levenslang
Nadeel: werking verschilt per patiënt en per tijdsdeel
Bij cumarinederivaten wordt de INR berekend. Normaal is de INR 1,0. Bij bijvoorbeeld INR 3,0 stolt
het bloed 3 keer zo langzaam.
Voor THK ingreep moet INR kleiner of gelijk zijn aan 3,5 mits...
- atraumatische ingreep
- wond na extractie wordt gehecht
- de patiënt pas weg gaat na stelping bloeding
- patiënt vier keer per dag, vijf dagen lang spoelt met 10 ml 5% tranexaminezuur
- instructie krijgt over beloop en maatregelen
- kan bellen, waarbij behandelaar of vervanger 24/7 bereikbaar is
Als INR groter dan 3,5: niet behandelen of doorsturen naar chirurg. Medicatie kan worden gestopt of
veranderd.
Soms moet voor een ingreep de medicatie worden aangepast alleen stoppen kan niet door het
verhoogde risico van trombose. Overleg daarom met arts.
Cumarine derivaten & medicatie
- tetracycline en metrodinazol versterken de werking
- corticosteroïden verminderen de werking