Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting HBO-rechten K4 Bestuursprocesrecht

Rating
3.0
(1)
Sold
-
Pages
5
Uploaded on
24-12-2017
Written in
2017/2018

Een samenvatting voor het vak Bestuursprocesrecht uit de K4 op de Juridische Hogeschool

Institution
Course

Content preview

Samenvatting Bestuursprocesrecht
Sinds 1994 is er de Awb. Het is de bedoeling om geschillen zoveel mogelijk definitief te
beslechten (art. 8:41a Awb).
Om het geschil definitief te kunnen beslechten moet de bestuursrechter eerst beoordelen of
de rechtsgevolgen in stand kunnen blijven. Kunnen de rechtsgevolgen van het besluit in
stand blijven (art. 8:72 lid 3 sub a Awb). Als de rechtsgevolgen niet in stand kunnen blijven
moet de rechter zelf in de zaak voorzien (art. 8:72 lid 3 sub b Awb). De uitspraak van de
rechter vervangt dan het door het bestuursorgaan genomen besluit. Als definitieve
beslechting niet mogelijk is zal de bestuurlijke lus worden toegepast. Voor uitgebreide uitleg
zie afdoeningsmodaliteiten (verder in samenvatting).

Beginselen bestuursprocesrecht
 Verbod van Ultra petita: de bestuursrechter moet binnen de vordering blijven (art.
8:69 lid 1 Awb).
 Verdedigingsbeginsel: beide partijen moeten de kans hebben om hun dingen te
zeggen. Dit vloeit (deels) voort uit art. 8:69 lid 1 Awb.
 Aanvullen van de rechtsgronden door rechter: de bestuursrechter mag niet ultra
petita (dus wijst niet meer toe dan is gevraagd), maar mag wel aanvullen. Mensen
zonder juridische kennis mogen ook procederen, die noemen dan allerlei feiten. De
bestuursrechter mag dit dan juridisch maken. De rechter mag niet met nieuwe
gronden komen, alleen maar aangevoerde zaken naar het recht vertalen. De rechter
vult hier dus ambtshalve de rechtsgronden aan. Zie hiervoor ook art. 8:69 lid 2 Awb,
 Niet-lijdelijkheid van de bestuursrechter: kan ambtshalve de feiten aanvullen, kan ook
op locatie gaan kijken, hij mag veel doen. Alle bevoegdheden staan in art. 8.45-8:47
Awb. Dit zijn allemaal kan bepaling. De bevoegdheid volgt uit art. 8:69 lid 3 Awb.
 Vrijbewijsleer: het moet voldoende aannemelijk zijn (dus niet wettig en overtuigend
bewezen). De rechter moet zelf bepalen wat door wie bewezen moet worden, en hoe
overtuigend iets is.

Wanneer is beroep mogelijk
Art. 8:1 Awb zegt dat een belanghebbende beroep kan instellen tegen een besluit. Art. 8:2
Awb zegt vervolgens wat gelijk wordt gesteld met een besluit (en waartegen dus ook beroep
mogelijk is). Art. 8:3 en 8:4 Awb geven een aantal besluiten waartegen geen beroep kan
worden ingesteld. Art. 7:1a Awb zegt wanneer rechtstreeks beroep mogelijk is.

Gerechtelijke procedures
De Awb heeft een aantal gerechtelijke procedures: de gewone procedure, versnelde
behandeling, vereenvoudigde behandeling en een bijzondere regeling inzake het beroep bij
niet tijdig handelen.

Gewone procedure
De formaliteiten van de gewone procedure staat in hoofdstuk 6 van de Awb en heeft dus veel
overeenkomsten met de bezwaarschriftprocedure. Het verloop van de procedure staat in
hoofdstuk 8 van de Awb. Hoofdstuk 6 en 8 beschrijven dus alle vereisten en het verloop van
de rechtelijke procedure. De gewone procedure is onder te verdelen in het vooronderzoek
(Afdeling 8.2.2 Awb) en het onderzoek ter zitting (Afdeling 8.2.5 Awb). Bij het vooronderzoek
heeft de bestuursrechter dus een discretionaire onderzoeksbevoegdheid, hij mag dus zelf op
onderzoek uitgaan (art. 8:45-8:47 Awb).

Absolute competentie: op grond van art. 8:6 Awb is de hoofdregel dat de rechtbank bevoegd
is.
Relatieve competentie: de relatieve competentie is geregeld in art. 8:7 Awb. In principe is de
rechter bevoegd van de plaats waar het bestuursorgaan (dat het besluit heeft genomen)
zetel heeft.

, Voorlopige voorziening
Bij een bezwaar- of beroepsprocedure is (meestal) geen sprake van een schorsende werking
van het besluit (art. 6:16 Awb). Om dan toch het besluit te schorsen kan het van belang zijn
om een voorlopige voorziening te treffen. De voorlopige voorziening is geregeld in titel 8.3
Awb. Wanneer een voorlopige voorziening mogelijk is staat in art. 8:81 Awb.

Toetsing door de bestuursrechter
Ambtshalve toetsing
De ambtshalve toetsing is niet hetzelfde als de ambtshalve aanvulling. Bij de ambtshalve
aanvulling (art. 8:69 lid 2 Awb). Er is sprake van ambtshalve toetsing als de bestuursrechter
een besluit (of deel hiervan) toetst aan het recht zonder dat de inhoud van het beroepschrift
hiervoor aanleiding geeft. Er is dus geen sprake van aanvulling want de appellant (persoon
die in beroep is gegaan) heeft hierover niets naar voren gebracht. De bestuursrechter mag
niet zomaar alles ambtshalve toetsen, dat blijkt uit art. 8:69 lid 1 Awb. Deze zegt dat de
rechter zich moet richten op hetgeen door de partijen naar voren is gebracht.
Toch zijn er uitzonderingen. De bestuursrechter moet namelijk ambtshalve toetsen of er geen
bepalingen van openbare orde zijn geschonden. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de
bevoegdheid van het bestuursorgaan, bevoegdheid van de bestuursrechter en de
ontvankelijkheid. De uitzondering op de ambtshalve toetsing is niet wettelijk geregeld.

Marginale toetsing
De rechter gaat na of het bestuursorgaan in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.
De bestuursrechter oordeelt dus niet over de inhoud, maar enkel over de totstandkoming. De
marginale toetsing hangt samen met art. 3.4 lid 2 Awb. Als er sprake is van beleidsvrijheid zal
de rechter marginaal toetsen. De marginale toetsing kent twee fasen:
1: is het beleid zelf goed (algemeen beleid)
2: is deze concrete bestuurshandeling juist geweest (specifieke geval)

Eceptieve toetsing (indirecte toetsing)
Op grond van art. 8.3 Awb zijn algemeen verbindende voorschriften niet appellabel. Toch kan
dit wel indirect getoetst worden. Als er een ander (dus wel appelabel) besluit aan de
bestuursrechter wordt voorgelegd en dat besluit is gebaseerd op het algemeen verbindend
voorschrift, dan kan het algemeen verbindend voorschrift indirect worden getoetst. De
rechter kan dan het algemeen verbindend voorschrift toetsen aan hogere wet- en
regelgeving of aan de ongeschreven rechtsbeginselen. Als dan blijkt dat het algemeen
verbindend voorschrift in strijd is met een van deze punten, dan zal het algemeen verbindend
voorschrift buiten beschouwing worden gelaten.

Moment van toetsing
De rechter kan ex nunc of ex tunc toetsen. Ex nunc betekent dat de rechter toetst aan het
huidige recht. Ex tunc betekent dat de rechter kijkt naar het moment dat het bestuursorgaan
het besluit (voor het laatst) heeft genomen, dus niet of er tussentijds iets is veranderd.

Relativiteitsvereiste
Dit houdt in dat de grond waar de appellant zich op beroept ook moet strekken tot de
bescherming van degene die zich erop beroept (art. 8:69a Awb). Dus ook al zijn de gronden
goed, als deze niet zijn bedoelt om de appellant maar een ander te beschermen dan is er
strijdigheid met het relativiteitsvereiste en zal het besluit niet vernietigd worden.

Onderdelenfuik
Een belanghebbende kan enkel beroep instellen tegen de gronden die hij ook al heeft
aangekaart bij bezwaar/zienswijze (art. 6:13 Awb).

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H8 en h9
Uploaded on
December 24, 2017
Number of pages
5
Written in
2017/2018
Type
SUMMARY

Subjects

$4.17
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
7 year ago

3.0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
wesleyve Tilburg University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
831
Member since
10 year
Number of followers
474
Documents
75
Last sold
3 weeks ago

Begon in september 2015 op de Juridische Hogeschool in Tilburg. In de propedeuse alle vakken in één keer gehaald, behalve beroepsproduct strafdossier. Hierdoor in de verlengde propedeuse terecht gekomen. In het eerste blok van de VP het beroepsproduct alsnog gehaald en dus in februari 2017 aan de K-fase begonnen. In januari 2020 afgestuurd aan de Juridische Hogeschool met een 8.8 voor het afstuderen. In september 2020 begonnen aan de Premaster Rechtsgeleerdheid aan Tilburg University. In september 2021 begonnen aan de Master Rechtsgeleerdheid (profiel Goederen- en Insolventierecht).

Read more Read less
3.7

148 reviews

5
39
4
54
3
38
2
9
1
8

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions