Samenvatting hoofdstuk 1
Paragraaf 1 – Waar heb jij behoefte aan?
Luxe behoeften Secundaire of overige Maken het leven prettiger
Normale behoeften behoeften
Basisbehoeften Primaire behoeften Heb je nodig om te kunnen leven, zoals
eten en drinken, kleding, gezondheidszorg,
onderwijs en onderdak
Je maakt keuzes omdat middelen zoals Tijd en Geld niet oneindig aanwezig zijn. Daarom zijn ze
schaars. Schaarste ontstaat als je niet genoeg
5.
ont middelen hebt om in als je behoeften te
ploo voorzien. Goederen zijn schaars als de middelen
iing
4. waardering die nodig zijn om ze te maken niet oneindig
en erkenning aanwezig zijn (en dus niet als er weinig van is).
3. sociaal contact Licht en water zijn vrije goederen. Hiervoor hoef
2. fysieke veiligheid en
je geen middelen in te zetten.
economische zekerheid Behoeftenpiramide van Maslow
1. lichamelijke behoeften
Diensten Bijles, bediening
gebruiksgoederen Kan je meerdere keren gebruiken
Goederen
verbruiksgoederen Kan je één keer gebruiken
Consumenten kopen dingen om in hun behoeften te voorzien, dit heet consumeren. Je kan hierin de
volgende indeling maken:
Als je verschillende manieren hebt om in je behoeften te voorzien heet dit: alternatief aanwendbaar.
Je kan tijd en geld op alternatieve manieren inzetten om in je behoeften te voorzien. Je kan je brood
thuis smeren (tijd) of kopen (geld)
Inkomen uit arbeid Je ontvangt loon als beloning voor arbeid
Inkomen uit bezit Rente op spaargeld of huur van een pand dat je verhuurd
Overdrachtsinkomen Inkomen zonder tegenprestatie, bijvoorbeeld zakgeld of uitkering
Vaste lasten Vaste regelmaat, vaak vaste bedragen Verzekering, hypotheek, gas
Huishoudelijke Alledaagse uitgaven Boodschappen, persoonlijke
uitgaven verzorgen, uitgaan
Incidentele Zijn groot en komen niet vaak voor, Vakantie, autoreparatie
uitgaven handig om hier geld voor te reserveren
Paragraaf 2 – Kopen is kiezen?
Je totale inkomen in een bepaalde periode is je budget. Dit heb je beschikbaar om uitgaven
te doen.