Wat is retorica? Het overtuigen van mensen
Wat betekent: ‘retorica is Je kunt beschrijven welke stappen er genomen zijn die tot
descriptief.’? overtuiging kunnen leiden.
Wat betekent: ‘retorica is Een aantal regels waaraan je je hoort te houden, wil je iemand
prescriptief.’? overtuigen.
Waar gaat het AIDA- Een oud model waarbij de zender centraal staat. De
model van uit? eigenschappen van de ontvanger worden niet besproken.
Waar staan de letters in Attention
AIDA voor? Interest
Desire
Action
Welke twee routes kent 1. Centrale route (meer cognitieve energie besteed aan
het Elaboration informatie)
Likelihood Model? 2. Perifere route
Wanneer neemt men de 1. Ability
tweede route van het 2. Motivation
ELM?
Op welk punt kunnen Op de punten waar de referentiekaders overlappen.
mensen elkaar
overtuigen?
Wat is kairos? Tijds- en ruimte context. Setting.
Wat is framing? De keuze van niveaus van inhoud en vormgeving.
Wat is een deliberatieve Politieke speech, speech voor het volk
speech? Overtuigen en activeren
Wat is een judiciële Pleidooi
speech? Rechtbank
Overtuigen
, Wat is een epideiktische Centraal, realiseren
speech?
Wat is logos? Het gebruik van rationele elementen (centrale route)
Wat is een syllogisme? Een uiting waarin, als bepaalde proposities gegeven zijn, iets
anders noodzakelijk volgt uit het gegevene.
Wat is de middenterm? Hetgeen wat voorkomt in beide premissen.
Wat is een enthyteem? Syllogisme zonder premisse major.
Wat is het eerste figuur? De middenterm is het subject in de premisse major.
De middenterm is het predicaat in de premisse minor.
Wat is het tweede figuur? De middenterm is het predicaat in de premisse major.
De middenterm is het predicaat in de premisse minor.
Wat is het derde figuur? De middenterm is het subject in de premisse major.
De middenterm is het subject in de premisse minor.
Wat zijn de vijf 1. Ze hebben 3 termen
voorwaarden voor 2. Ze moeten een bevestigende propositie hebben.
wanneer iets een 3. Ze hebben 1 universele premisse bevatten.
syllogisme is? 4. Universele conclusie heeft als beide premissen
universeel zijn.
5. Bevestigende conclusie heeft als beide premissen
bevestigend zijn.
Wanneer is de - De gegevens waarop het gebaseerd is, moeten logisch
argumentatie geslaagd? zijn.
- De relatie tussen de gegevens en het standpunt moeten
acceptabel zijn.
Wat is modus ponens? Als q, dan p.
Methode van bevestiging
Wat is modus tollens? Als niet q, dan niet p.
Methode van ontkenning.
Wat is transitiviteit? Als q, dan p. Als p, dan r. Als q, dan r.
Wat betekent: ‘retorica is Je kunt beschrijven welke stappen er genomen zijn die tot
descriptief.’? overtuiging kunnen leiden.
Wat betekent: ‘retorica is Een aantal regels waaraan je je hoort te houden, wil je iemand
prescriptief.’? overtuigen.
Waar gaat het AIDA- Een oud model waarbij de zender centraal staat. De
model van uit? eigenschappen van de ontvanger worden niet besproken.
Waar staan de letters in Attention
AIDA voor? Interest
Desire
Action
Welke twee routes kent 1. Centrale route (meer cognitieve energie besteed aan
het Elaboration informatie)
Likelihood Model? 2. Perifere route
Wanneer neemt men de 1. Ability
tweede route van het 2. Motivation
ELM?
Op welk punt kunnen Op de punten waar de referentiekaders overlappen.
mensen elkaar
overtuigen?
Wat is kairos? Tijds- en ruimte context. Setting.
Wat is framing? De keuze van niveaus van inhoud en vormgeving.
Wat is een deliberatieve Politieke speech, speech voor het volk
speech? Overtuigen en activeren
Wat is een judiciële Pleidooi
speech? Rechtbank
Overtuigen
, Wat is een epideiktische Centraal, realiseren
speech?
Wat is logos? Het gebruik van rationele elementen (centrale route)
Wat is een syllogisme? Een uiting waarin, als bepaalde proposities gegeven zijn, iets
anders noodzakelijk volgt uit het gegevene.
Wat is de middenterm? Hetgeen wat voorkomt in beide premissen.
Wat is een enthyteem? Syllogisme zonder premisse major.
Wat is het eerste figuur? De middenterm is het subject in de premisse major.
De middenterm is het predicaat in de premisse minor.
Wat is het tweede figuur? De middenterm is het predicaat in de premisse major.
De middenterm is het predicaat in de premisse minor.
Wat is het derde figuur? De middenterm is het subject in de premisse major.
De middenterm is het subject in de premisse minor.
Wat zijn de vijf 1. Ze hebben 3 termen
voorwaarden voor 2. Ze moeten een bevestigende propositie hebben.
wanneer iets een 3. Ze hebben 1 universele premisse bevatten.
syllogisme is? 4. Universele conclusie heeft als beide premissen
universeel zijn.
5. Bevestigende conclusie heeft als beide premissen
bevestigend zijn.
Wanneer is de - De gegevens waarop het gebaseerd is, moeten logisch
argumentatie geslaagd? zijn.
- De relatie tussen de gegevens en het standpunt moeten
acceptabel zijn.
Wat is modus ponens? Als q, dan p.
Methode van bevestiging
Wat is modus tollens? Als niet q, dan niet p.
Methode van ontkenning.
Wat is transitiviteit? Als q, dan p. Als p, dan r. Als q, dan r.