Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Belastingrecht 2017 (blok 6)

Beoordeling
4.0
(2)
Verkocht
4
Pagina's
26
Geüpload op
28-12-2017
Geschreven in
2017/2018

deze samenvatting bevat alles wat je moet weten voor je tentamen belasting recht. de samenvatting bevat rekenvoorbeeld en stappenplannen. En heeft betrekking op Belastingwetten 2017. Op basis van het boek Praktisch Fiscaalrecht editie

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 1:

Functies
1. Budgettaire functie
- Om de schatkist te vullen. Uit deze schatkist wordt de aanleg van wegen en defensie
bekostigd.
2. Regulerende functie
- Stimuleren of ontmoedigen van bepaald gedrag (accijnzen)
 Geen aanwijsbare tegenprestatie van de overheid

Retributie: wel een aanwijsbare tegenprestatie van de overheid (bij je rijbewijs, paspoort)  inruil voor
een bedrag krijg je iets

Inkomen van de overheid bestaat uit: belasting, inkomsten uit aardgas en winstuitkeringen door
bedrijven waarvan de overheid eigenaar is, premies en sociale verzekeringen.

Belasting stimuleert gedrag van mensen of juist ontmoedigend.
Bv. milieuvriendelijk gedrag stimuleren/milieuvervuilend gedrag ontmoedigend
Bv. investeren stimuleren met gunstige aftrekposten bij investeringen.

Draagkrachtbeginsel: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten: hoe hoger je inkomen, hoe meer
belasting je betaalt.
Profijtbeginsel: Degene die profijt heeft van een bepaalde voorziening moet hier ook voor betalen (auto
en wegenbelasting).
Beginsel van bevoorrechte verkrijging: zie je bij schenking of erfbelasting (je wordt bevoorrecht en
daarom betaal je belasting, tenzij een vrijstelling)
Beginsel van de minste pijn: vaker een klein bedrag afdragen, dan 1 keer een groot bedrag

Soorten belastingen:
1. Inkomstenbelasting (IB)  wordt betaald over de inkomsten van natuurlijke personen. De
inkomstenbelasting is afhankelijk van de hoogte van het inkomen, zoals loon of winst uit een
onderneming en het vermogen. Ook spelen persoonlijke omstandigheden een rol: individuele
ziektekosten.  draagkracht
2. Vennootschapsbelasting (VPB)  wordt betaald over de winst van rechtspersonen (bv. een BV).
3. Loonbelasting (LB)  wordt berekend over het loon van een werknemer. Meestal is het de
werkgever die de loonbelasting al in mindering brengt op het brutoloon en deze aan de
Belastingdienst betaalt. minste pijn
- Loonbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting  dit houdt in dat op de te betalen
inkomstenbelasting de betaalde loonbelasting in mindering mag worden gebracht.
- De inkomstenbelasting over looninkomsten is vrijwel gelijk aan de loonbelasting over de
looninkomsten. Heeft een natuurlijk persoon alleen looninkomsten, dan zal deze persoon
meestal geen inkomstenbelasting meer hoeven te betalen.
4. Omzetbelasting (OB)  omzetbelasting of btw wordt in rekening gebracht door ondernemers.
Omzetbelasting wordt geheven over de levering van goederen en diensten door ondernemers.
 Koop je iets in de winkel (van een ondernemer) betaal je omzetbelasting aan die
ondernemer. De ondernemer betaalt de omzetbelasting aan de Belastingdienst.
5. Dividendbelasting (Div)  betalen we over de winstuitkeringen op aandelen (oftewel dividend).
Dividendbelasting, is net als de loonbelasting, een voorheffing op de inkomstenbelasting.

, 6. Erfbelasting  erfbelasting betalen over een erfenis (Sucessiewet Sw)
7. Schenkbelasting  idem als erf
8. Kansspelbelasting  loterij  bevoorrechte verkrijging
9. Overdrachtsbelasting (OVB)  bij de verkrijging van een onroerend goed (koop van een huis) 
De Wet op belastingen van rechtsverkeer
10. Motorrijtuigenbelasting  belasting moet worden betaald bij het hebben van een auto of
motorrijwiel  profijt
11. Belasting van personenauto-s en motorrijwielen (BPM)  bij registratie van een auto of
motorrijwiel
12. Accijnzen  wordt geheven op bv. alcohol en tabak
13. Milieuheffingen  waterbelasting en energiebelasting
14. Provinciale belastingen en gemeentelijke belastingen

Materiële belastingwetgeving: beantwoord de vraag waarover we belasting moeten betalen en hoeveel.
Daarnaast staat de vraag centraal hoe de te betalen belasting over een bepaald tijdvak moet worden
bepaald.  Wet op de inkomstenbelasting, wet omzetbelasting, wet loonbelasting
Formele belastingwetgeving: de wijze waarop belasting uiteindelijk bij de overheid terecht moet komen.
 Awb, AWR


ABBB:
Vertrouwensbeginsel: gaat uit van het vertrouwen dat de belastingplichtige mag ontlenen aan
gedragingen van de overheid.
Gelijkheidsbeginsel: gelijke behandeling in gelijke gevallen


Proportioneel  iedereen betaald hetzelfde bedrag
Progressief  hoe meer je verdient, hoe hoger het tarief
Degressief  hoe meer je verdient, hoe minder belasting je moet betalen (komt niet voor in Nederland)


Belasting subject: persoon wie belasting moet betalen art. 2.1 IB
Belastingobject: object waar je belasting over moet betalen art. 2.3 IB

,Hoofdstuk 2:

In de wet IB is aangegeven dat natuurlijke personen belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting.
Deze natuurlijke personen moeten volgens de wet IB in Nederland wonen. Ook als deze personen niet in
Nederland wonen, maar hun inkomen wel in Nederland verdienen, zijn zij ook belastingplichtig voor de
wet IB.
- Vennootschapsbelasting wordt geheven aan lichamen (nv, bv). Het gaat dan om lichamen die in
NL zijn gevestigd.

 Of iemand in NL woont kan je vinden in art. 4 lid 1 AWR: waar iemand woont en waar een
lichaam is gevestigd, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
‘’Naar omstandigheden’’  wil zeggen de woonplaats van familie/gezin en de plaats waar sociale
activiteiten worden verricht

o Aangiftebelasting
Art. 6 AWR  de inspecteur degene die naar zijn mening vermoedelijk belastingplichtig is, kan uitnodigen
tot het doen van een aangifte. De belastingplichtige rekent dit zelf uit en er hoeft niet eerst een aanslag
te volgen
 In de aangifte vraagt de Belastingdienst gegevens die van belang zijn voor de te betalen
belasting.
 Als je wordt uitgenodigd, moet je aangifte doen (bv, loonbelasting, vennootschapsbelasting,
inkomsten, omzet). Aan het doen van aangifte is voldaan als alle gevraagde gegevens
duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden ingevuld, (elektronisch) ondertekend en naar
de Belastingdienst is verzonden (art. 7 en 8 AWR)

Termijn om aangifte in te vullen en ondertekend terugsturen  de inspecteur stelt een termijn van ten
minste 1 maand (art. 9 en 10 AWR)  anders naheffing art. 20 AWR
Hoofdregel omzet- en loonbelasting: moet vaker, namelijk maandelijks of per kwartaal. De aangifte
omzetbelasting over januari moet uiterlijk eind februari worden gedaan.
Hoofdregel: inkomstenbelasting voor 1 mei: de gegevens van de inkomsten over het jaar 2016 moeten
dus voor 1 mei 2017 in de aangifte zijn verantwoord, ondertekend en naar de Belastingdienst zijn
verstuurd.
 Termijn kan op verzoek worden verlengd art. 9 lid 2 AWR

o Aanslagen (art. 5 en 11 AWR)
Als de aangifte is gedaan, zal voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting een aanslag volgen.
Het vaststellen van de aanslag gebeurt door het opmaken van een aanslagbiljet. Dit aanslagbiljet zal naar
de belastingplichtige worden gestuurd (art. 5 en art. 11 lid 1 AWR)
1. Uitnodiging tot het doen van aangifte (art. 6 Awr)
2. Aangifte (art. 7 en 8 Awr)
3. Voorlopige aanslag (art. 13 jo 14 Awr)
4. Definitie aanslag (art. 11 Awr) 3 jaar de tijd nadat de belastingschuld is ontstaan
5. Eventueel navordering (art. 16 Awr)

 Inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting zijn aanslagbelastingen
 Uit de gegevens die in de aangifte zijn vermeld zal blijken welk bedrag aan belasting dient te
worden betaald, dit bedrag wordt vastgesteld in een aanslag.

,De omzetbelasting en de loonbelasting zijn aangiftebelastingen.  Gelijk met het doen van aangifte
moeten de omzet- en loonbelasting worden betaald. Rekent de belastingplichtige zelf uit, er hoeft niet
eerst een aanslag te volgen.

Ambtshalve vastgestelde aanslag  als de aangifte niet is ingevuld/ondertekend (en dus niet wordt
gedaan), kan de inspecteur toch een aanslag opleggen. De inspecteur zal daarbij uitgaan van een
redelijke schatting van het inkomen, waarbij de tevens de al bekende gegevens worden meegenomen.
Een ambtshalve aanslag is altijd een definitieve aanslag.
 Als de aanslag later dan 3 jaren na het ontstaan van de belastingschuld is opgesteld, de aanslag te laat
is. Dan ontvang je geen aanslag. Als er uitstel is verleend voor het doen van aangifte, wordt de termijn
met de duur van dit uitstel verlengd art. 11 lid 3 AWR.

Voorlopige aanslagen (art. 13 en 14 AWR)
Wordt vrijwel altijd opgelegd binnen enkele weken na het indienen van de aangifte inkomstenbelasting of
vennootschapsbelasting.
- Bij het opleggen van een voorlopige aanslag wordt niet gekeken naar de juistheid van de
aangifte, dit gebeurt in een later stadium. Er moet altijd een definitieve aanslag volgen (deze
aanslag kan weinig zijn, omdat de eerdere voorlopige aanslag juist is en er dus al is betaald, maar
het kan ook zijn dat er wel nog wat moet worden bijbetaald)
 Een voorlopige aanslag kan al in het begin van het jaar worden opgelegd als je nog niet eens
weet hoe hoog het inkomen over dat jaar zal zijn: deze aanslag berust op een schatting door
de Belastingdienst, uitgaande van de aanslagen in het verleden.
 Wijzelf kunnen een voorlopige aanslag aanvragen als we schatten dat we over het
betreffende jaar nog belasting moeten betalen.
 Dit heeft te maken met de belastingrente die wordt berekend: hoe later je betaalt, hoe hoger
de rente wordt. Een aanslag kan ook een negatief bedrag vermelden, dan is er sprake van
belastingteruggave.


Navorderingsaanslag (art. 16 AWR) Kan alleen worden opgelegd als er al een definitieve aanslag is
vastgesteld.
 Een navorderingsaanslag kan in de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting worden
opgelegd als achteraf blijkt dat de aangifte toch niet geheel juist is/nieuwe feiten.

Voorwaarden: art. 16 AWR
1. Er moet sprake zijn van een nieuw feit, oftewel een feit dat de inspecteur niet bekend was of
redelijkerwijs niet bekend had kunnen zijn.
 Is er geen sprake van een nieuw feit, dan kan niet worden nagevorderd.

!! Uitzondering: Ook al is er geen nieuw feit, dan kan er toch een navorderingsaanslag volgen
indien de belastingplichtige te kwader trouw moet hebben geweten dat hij te weinig
belasting betaalde.  Opzet


Onderzoeksplicht
De inspecteur heeft een onderzoeksplicht als hij vermoedt dat de aangifte onjuist is. Hij mag in de eerste
instantie uitgaan van de juistheid van de gegevens in de aangifte.

, Gevallen waarin altijd kan worden nagevorderd (art. 16 lid 2 AWR)  wel of geen nieuw feit en wel of
geen kwade trouw is dan niet van belang:
1. Een onjuiste verrekening van onder andere een voorheffing of voorlopige aanslag. Een
voorheffing is bv. de loonbelasting/loonheffing.
 Bv. er wordt rekening gehouden met een loonheffing van 20.000 euro terwijl dit 10.000 euro
is. Belastingplichtige weet niet zeker welke hij heeft ingevuld en laat het zo. Enkele maanden
later ontvangt hij een navorderingsaanslag, deze kan altijd worden opgelegd. Een nieuw feit
of kwade trouw is hier niet nodig en ook is niet relevant bij wie de fout ligt. Er is namelijk
sprake van een foutieve verrekening van de voorheffing.
 Moet wel net als de navorderingsaanslag binnen 5 jaar na het einde van het tijdvak worden
opgelegd. Uitstel kan de termijn verlengen (Art. 16 lid 3 AWR)
2. Een aanpassing in de onderlinge verdeling van gemeenschappelijke inkomsten van partners
3. Onjuist of niet vaststellen van de aanslag door een redelijkerwijs kenbare fout. Een kenbare fout
is als de aanslag ten minste 30% te laag is.
 Dan geldt een termijn van 2 jaar om de navorderingsaanslag op te leggen.

Voorbeeld
Stel iemand vult bij een aangifte 100.000 euro hypotheek kosten in i.p.v. 10.000 euro. Degene ontvangt
hierdoor een grote belastingteruggave. Dit wordt niet direct opgemerkt bij de Belastingdienst. Drie jaar
later komt de inspecteur de boekhouding controleren. De inspecteur merkt op dat te teruggave te veel
was. Kan er door de inspecteur dan een navorderingsaanslag worden opgelegd?

Voor een navorderingsaanslag was nodig een nieuw feit (art. 16 AWR), een feit dat niet bekend was bij
de inspecteur en dit had redelijkerwijs ook niet bekend kunnen zijn. Of als dit niet zo is, er sprake is van
opzet en dat de belastingplichtige te kwader trouw wist dat hij te weinig belasting betaalde.
Van beiden is geen sprake, dus in beginsel kan de inspecteur de navorderingsaanslag niet opleggen.

Echter nog een aantal situaties waarin alsnog kan worden nagevorderd in art. 16 lid 2 AWR. Bij die
persoon is sprake van een redelijkerwijs kenbare fout waardoor de aanslag onjuist was vastgesteld en dit
heeft een afwijking van 30 %.

Kan het dus worden opgelegd? Nee. De inspecteur is namelijk ook gebonden aan een
navorderingstermijn van 2 jaar. Deze is al verstreken. De inspecteur kan de navorderingsaanslag dus niet
opleggen.


Bewijslast
Hoofdregel: de belastingplichtige moet bewijzen of kunnen aantonen dat kosten zijn gemaakt. De
Belastingdienst heeft de bewijslast als het gaat om inkomsten. (bv. als de inspecteur zegt dat inkomsten
meer waren dan opgegeven, dan moet hij deze inkomsten bewijzen). De bewijslast wordt omgekeerd als
de aangifte niet is gedaan of als er niet voldaan is aan de inlichtingenplicht of de administratieplicht art.
25 lid 2 AWR.

Voorbeeld: inspecteur vraagt persoon herhaaldelijk info over zijn inkomstenbelasting. De persoon
reageert niet. Een informatiebeschikking (art. 52a AWR) is verstuurd. De inspecteur legt een aanslag op.
De persoon is het niet eens en tekent bezwaar aan.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H1, h2, h3, h4.1/4.2.1, h5, h7, h8
Geüpload op
28 december 2017
Bestand laatst geupdate op
6 februari 2018
Aantal pagina's
26
Geschreven in
2017/2018
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$6.57
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
7 jaar geleden

8 jaar geleden

4.0

2 beoordelingen

5
0
4
2
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
saarbos Universiteit Gent
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
323
Lid sinds
9 jaar
Aantal volgers
272
Documenten
1
Laatst verkocht
3 weken geleden

3.4

57 beoordelingen

5
8
4
26
3
10
2
8
1
5

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen