Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Natuur en Techniek, Samenvatting OJW Kennistoets PABO

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
21
Geüpload op
12-11-2023
Geschreven in
2023/2024

Uitgebreide samenvatting van Natuur en Techniek, plaatjes erbij in. Alleen een samenvatting van Natuur en Techniek Hoofdstuk 4, 5, 6

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 4 Ecologie en duurzaamheid
4.1 Samenhang in ecosysteem
4.1.1 Wat is een ecosysteem?
Ieder levend wezen is afhankelijk van de omgeving. Levende organisme (biotische factoren)
en levenloze natuur (abiotische factoren) hangen met elkaar samen en beïnvloeden elkaar.
Dit samen noem je het ecosysteem. Ecosystemen hebben kenmerkende biotische en
abiotische factoren. In een Nederlands loofbos groeien paddenstielen, eiken, beuken, varens
en braamstruiken. Ook zijn er dieren zoals konijnen, bosuil of de Vlaamse gaai.
Het abiotische deel is dan de vruchtbare grond van afgebroken dierlijk en plantaardige
materialen.
Onder bomen is het donker en vochtig omdat het bladerdek de zon tegenhoudt en zullen er
daarom weinig planten zijn. Op een open plek waarbij de zon wel schijnt, zie je meer
groeien. Hierdoor ontstaat biodiversiteit. Biodiversiteit omvat de verscheidenheid aan leven
in een bepaald gebied, van een waterdruppel tot een compleet bos. De instandhouding van
de biodiversiteit en de bijbehorende genetische variatie is van grote waarde voor het
evenwicht een aanpassingsvermogen van het ecosysteem.
Karakteristieke ecosystemen worden biotopen genoemd. Een landschapstype waarbij
klimaat en geografische omstandigheden hetzelfde zijn. Binnen biotopen zijn er weer
verschillende leefomgevingen (Habitats), wat voor dieren een perfect leefgebied gemaakt.
Biotische en abiotische factoren kunnen vanuit het ene ecosysteem ook andere
ecosystemen veranderen, waardoor er telkens een nieuwe wisselwerking ontstaat. De
wisselwerking die met levende organisme te maken hebben en de omgeving, heet ecologie.

4.1.2 Voedselrelaties in een ecosysteem
Organisme beïnvloeden elkaar op verschillende manieren.
Een veldmuis gaat opzoek naar zaden en vruchten. Daarbij
heeft bij concurrentie, zoals merels. Dit
concurrentieproces wordt ook competitie genoemd.
Voedselrelaties zijn belangrijk, omdat elk organisme
voedsel nodig heeft om te kunnen leven. Zo ontstaat de
keten van ‘eten en gegeten worden’. Dit wordt een
voedselketen genoemd.
Planten vormen de eerste schakel in de keten. Door
fotosynthese kunnen ze energierijke suikers produceren.
Planten produceren op deze manier hun eigen voedsel en
worden producenten genoemd. Dieren consumeren hun
voedsel en worden de consument genoemd. Dit dier is een planteneter, een vleeseter of en
alleseter. Dit bepaalt welke plek het dier inneemt in de keten. Herbivoren zoals een konijn of
een slak, vormen de tweede keten, en carnivoren, zoals een bosuil of vos, de derde of vierde
keten. Een bosuil vormt de vierde en laatste schakel en wordt een toppredator genoemd.
Een merel en gaai noem je omnivoren. Die eten, slakken, wormen, maar ook zaden en
vruchten. Het netwerk van onderling geschakelde voedselketens noem je een voedselweb.
Een merel eet bramen, die vormt ook weer een prooi voor een vos, die ook weer andere
dieren eet zoals een konijn.
De verschillende niveaus noem je een voedselpiramide. De basis bestaat uit alle
producenten, het tweede niveau bestaat uit planteneters, het derde niveau waren
vleeseters en het vierde niveau waren de toppredatoren.

,4.1.3 De energiestroom in een ecosysteem
Tijdens de verschillende niveaus van
de voedselpiramide gaat er veel
energie verloren. Dit begint al bij de
producenten. Ze gebruiken zonne-
energie voor energierijke suikers,
maar gebruiken zelf ook weer een
deel van deze energie. Dit komt voor
een deel bij de planteneters terecht.
Deze eten niet alle plantdelen of alle
planten en niet alles wordt verteerd.
Een deel wordt uitgepoept en een
andere deel wordt gebruikt voor
energie. Niet alle vrijgekomen energie
wordt vastgelegd in het dierlijk weefsel. Consumenten hebben ook energie nodig om zich
warm te houden, te groeien en te bewegen.
Er komt telkens maar 10 procent in het volgende niveau terecht.
Aan de basis vind je de meeste organisme en de grootste hoeveelheid vastgelegde energie.
Er hoeven niet altijd meer planten te zijn dan planteneters. Het aantal bomen is kleiner dan
het aantal kleine diertjes. Wel is de totale hoeveelheid gewicht van het plantaardig weefsel
en daarmee de hoeveelheid vastgelegde energie veel groter dan alle planteneters. De
energie die verloren gaat kan in tegenstelling tot voedselstoffen niet gerecycled worden.
Vandaar dat je spreekt van een energiestroom en een voedselkringloop in een ecosysteem.

4.1.4 De voedselkringloop
Op veel manieren wordt er natuurlijk afval
geproduceerd. Bladeren die vallen van
bomen, dieren die eten uitpoepen. Dit is geen
belasting voor het ecosysteem. Hier zitten
voedingsstoffen in die door planten weer
worden opgenomen. Hier spelen de
reducenten (afbrekers) een belangrijke rol.
Dit zijn schimmels en bacteriën. Het
koolstofdioxide wordt afgegeven aan de lucht
en vormen een belangrijke groeivoorwaarde
voor planten met water en mineralen.
Bodemdiertjes, zoals pissebedden en andere
insecten, schimmels en bacteriën, zijn de
laatste schakel voor het afbraakproces. Zij
vormen de onzichtbare biodiversiteit en zij
zorgen voor een vruchtbare bodem. Het bovenste laagje heet een strooisellaag.

, 4.2 Ecosystemen in verandering
4.2.1 De dynamiek van ecosystemen
Alle organismen in een gebied zijn afhankelijk van elkaar. Planten groeien met behulp van
zonlicht, dieren eten planten en/of andere dieren en schimmels en bacteriën zorgen voor de
vertering. Er sterven dieren maar er worden ook weer dieren geboren. Bij een dynamisch
evenwicht blijven de populaties min of meer gelijk. Maar soms vindt er verstoring plaats van
het dynamisch evenwicht. Dat kan door natuurlijke invloeden of door invloeden van de
mens. Wanneer bijvoorbeeld in een bos een boom geveld wordt door de bliksem ontstaat er
een open plek. Op die plek is meer zon dan in de omgeving, dus allerlei planten zullen
proberen deze plek 'in te nemen'. Na een tijdje ontstaat er dan een nieuw dynamisch
evenwicht.
Een voorbeeld van een plaag in Nederland is de Amerikaanse vogelkers Het probleem is dat
hij veel sneller groeit dan andere struiken. Hierdoor worden struiken die van oorsprong in
Nederland voorkwamen verdrongen door de Amerikaanse vogelkers. Behalve dat de mensen
nieuwe soorten op plekken introduceren die tot plagen kunnen leiden, zorgen ze ook voor
het verdwijnen van soorten. Zo zijn bijvoorbeeld de dodo, de blauwe antilope en de
westelijke zwarte neushoorn uitgestorven. En nu worden door overbevissing tal van
vissoorten bedreigd, zoals tonijn en paling. Ook het verdwijnen van een soort leidt tot een
verstoring van het dynamisch evenwicht.

4.2.2 Veranderingen in een populatie
De populatie wordt gereguleerd door factoren zoals
voedselaanbod en de aanwezigheid van roofdieren. Zo schommelt
de populatiegrootte in bepaalde grenzen en is er sprake van een
dynamisch evenwicht. Bij ingrijpende verandering raakt dit
evenwicht verstoort en zie je dat de biodiversiteit veranderd.
Alleen organisme dat goed zijn aangepast kunnen dit overleven.
Het veranderen van leefgebieden heeft ook te maken met
evolutie. Milieuproblemen en klimaatverandering zijn factoren die
de grootte en diversiteit van populaties beïnvloeden. Dieren
passen zich hierop aan die sterk genoeg zijn, en de andere niet. Dit
heeft te maken met de natuurlijke selectie.
DDT is een giftige stof die in de vetlaag van dieren zit en zeer
moeilijk afbreekbaar is, waardoor het als een ware ophoopt in de
voedselpiramide. Dit wordt ook wel accumulatie of bio accumulatie genoemd. Via
verschillende voedselketens wordt de gifstof uiteindelijke geconcentreerd in het vetweefsel
van de roofdieren een de top. Inmiddels en DDT een verboden middel.
Bij een ingrijpende verandering van het leefgebied raakt het dynamische evenwicht
verstoord en zie je dat hele populaties verdwijnen of nieuwe ervoor in de plaats komen. Als
deze exoten zich goed kunnen aanpassen en weinig last hebben van roofdieren kunnen ze
soms zelf een plaag worden. Ze verdringen daarbij de oorspronkelijke planten en dieren in
de biotoop. Denk maar aan de eikenprocessierups of de halsbandparkieten.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak
Onbekend

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
4t/m6
Geüpload op
12 november 2023
Aantal pagina's
21
Geschreven in
2023/2024
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.95
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
rosahuberts

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
rosahuberts Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
7
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
3
Laatst verkocht
1 maand geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen