Hoofdstuk 4 ‘Leren en omgeving’ (Psychologie een inleiding, KT1)
Inleiding
Behavioristische leertherapie = Deze leertherapie concentreert zich op het hier en
nu, en niet op het verleden.
De therapeut werkt als coach en leert de patiënt nieuwe reacties aan die
problematische gedragingen kunnen vervangen.
Cognitie = Het proces of het geheel van de processen waarbij een organisme kennis
opdoet of zich bewust wordt van gebeurtenissen of objecten in de omgeving.
4.1 Hoe verklaart klassieke conditionering leren?
Leren = Een blijvende verandering in gedrag of cognitieve processen als gevolg van
een bepaalde ervaring.
Vormen van leren:
- Habituatie = (Manier van leren.) Leren niet te reageren op de herhaalde
aanbieding van een stimulus. (Bijvoorbeeld: niet reageren op het geluid van het
verkeer uit jouw straat.)
- Mere-exposure-effect = (Manier van leren.) Aangeleerde voorkeur voor stimuli
waaraan we al eerder zijn blootgesteld. (Bijvoorbeeld: voorkeur voor liedjes die
we minstens een paar keer hebben gehoord.)
- Stimulus-respons-leren = Vormen van leren die we kunnen beschrijven in termen
van stimuli en responsen, zoals klassieke en operante conditionering:
1. Klassieke conditionering = Een vorm van stimulus-respons-leren waarbij een
in eerste instantie neutrale stimulus het vermogen verwerft om dezelfde
aangeboren reflex op te roepen als een andere stimulus die deze reflex
oorspronkelijk oproept (oftewel: het leren van reflexen). (Bijvoorbeeld: hond
gaat kwijlen bij het horen van geopende koelkastdeuren.)
2. Operante conditionering =
Een vorm van stimulus-respons-leren
waarbij de kans op een respons
verandert door de gevolgen ervan,
oftewel door de stimuli die op de
respons volgen. (Bijvoorbeeld: leren
voor een toets, want anders een
slecht cijfer.)
- Cognitief leren
1
, Instincten = Reflexen en aangeboren gedragingen.
Neutrale stimulus (NS) = Een stimulus die van nature geen reactie oproept.
Ongeconditioneerde stimulus (UCS) = Een stimulus die zonder conditionering een
reflexieve respons oproept. (Bijvoorbeeld: voedsel roept het respons speeksel op.)
(Dit is zonder leren.)
Ongeconditioneerde respons (UCR) = De respons (in dit geval speeksel) die
voorafgaande aan de verwervingsfase wordt opgeroepen door een
ongeconditioneerde stimulus. (Dit is zonder leren.)
2
Inleiding
Behavioristische leertherapie = Deze leertherapie concentreert zich op het hier en
nu, en niet op het verleden.
De therapeut werkt als coach en leert de patiënt nieuwe reacties aan die
problematische gedragingen kunnen vervangen.
Cognitie = Het proces of het geheel van de processen waarbij een organisme kennis
opdoet of zich bewust wordt van gebeurtenissen of objecten in de omgeving.
4.1 Hoe verklaart klassieke conditionering leren?
Leren = Een blijvende verandering in gedrag of cognitieve processen als gevolg van
een bepaalde ervaring.
Vormen van leren:
- Habituatie = (Manier van leren.) Leren niet te reageren op de herhaalde
aanbieding van een stimulus. (Bijvoorbeeld: niet reageren op het geluid van het
verkeer uit jouw straat.)
- Mere-exposure-effect = (Manier van leren.) Aangeleerde voorkeur voor stimuli
waaraan we al eerder zijn blootgesteld. (Bijvoorbeeld: voorkeur voor liedjes die
we minstens een paar keer hebben gehoord.)
- Stimulus-respons-leren = Vormen van leren die we kunnen beschrijven in termen
van stimuli en responsen, zoals klassieke en operante conditionering:
1. Klassieke conditionering = Een vorm van stimulus-respons-leren waarbij een
in eerste instantie neutrale stimulus het vermogen verwerft om dezelfde
aangeboren reflex op te roepen als een andere stimulus die deze reflex
oorspronkelijk oproept (oftewel: het leren van reflexen). (Bijvoorbeeld: hond
gaat kwijlen bij het horen van geopende koelkastdeuren.)
2. Operante conditionering =
Een vorm van stimulus-respons-leren
waarbij de kans op een respons
verandert door de gevolgen ervan,
oftewel door de stimuli die op de
respons volgen. (Bijvoorbeeld: leren
voor een toets, want anders een
slecht cijfer.)
- Cognitief leren
1
, Instincten = Reflexen en aangeboren gedragingen.
Neutrale stimulus (NS) = Een stimulus die van nature geen reactie oproept.
Ongeconditioneerde stimulus (UCS) = Een stimulus die zonder conditionering een
reflexieve respons oproept. (Bijvoorbeeld: voedsel roept het respons speeksel op.)
(Dit is zonder leren.)
Ongeconditioneerde respons (UCR) = De respons (in dit geval speeksel) die
voorafgaande aan de verwervingsfase wordt opgeroepen door een
ongeconditioneerde stimulus. (Dit is zonder leren.)
2